Rutger Kopland

Schrijven doet Rutger Kopland (pseudoniem van psychiater R.H. van den Hoofdakker) niet meer. Het geheugen waarmee je als dichter moet jongleren, laat hem in de steek. Praten lukt nog wel: over zijn leven, zijn werk en het worstelen met woorden. ‘Het gedicht viel me steeds weer lastig.’

Schrijf maar niet te veel over wat me allemaal is overkomen de laatste jaren, dat komt zo klagerig over,” zegt hij als hij aan het eind van de middag mijn jas weer aanreikt. Aanvankelijk aarzelde hij over een interview. “Het gaat momenteel niet best, ik heb steeds meer problemen met mijn geheugen, u heeft niet veel aan me,” zei hij door de telefoon. “Maar u mag best langskomen, dan merkt u het zelf wel.” Na een auto-ongeluk in 2005 ten gevolge van een hartstilstand raakte Rutger Kopland (77) enige tijd in coma. Zelf denkt hij dat door het langdurige zuurstoftekort zijn kortetermijngeheugen is aangetast. Ook hapert zijn hart soms. Toch krabbelde de dichter weer op; in 2008 verscheen de dichtbundel Toen ik dit zag. “Maar het scherpe is er af,” zei hij toen, doelend op zowel zijn laatste werk als zijn geheugen. Hij worstelt nog steeds met de acceptatie van de beperkingen die er nu zijn. Ook af en toe tijdens het ruim twee uur durende interview, wanneer hij niet direct uit zijn geheugen kan putten. Dan is hij even geïrriteerd, vloekt soms hartgrondig We zitten aan de donker gebeitste keukentafel, de knusse, warme plek waar zo veel gedichten zijn geschreven. Buiten woedt een stormachtige wind om de kleine boerderij in het Groningse Glimmen. Kopland vertelt over zijn vroegere ambities, of vooral over de afwezigheid daarvan. Hij was een heel vroege leerling, kon al lezen en schrijven voordat hij naar school ging, dankzij zijn gepensioneerde grootvader. Eenmaal in de eerste klas zat hij er daarom voor spek en bonen bij; halverwege het jaar werd hij in de tweede klas geplaatst. In het laatste jaar van de oorlog ging hij, net tien jaar oud, al naar de middelbare school, het lyceum. Het heeft zijn jonge leven getekend en ook enigszins verknoeid, zegt hij. Min of meer gedwongen door zijn moeder om altijd zijn uiterste best te doen, deed hij al op zijn zestiende eindexamen. “Mijn hele jeugd is min of meer verpest door… ja, door wat? Ik denk doordat ik zo op mijn huid werd gezeten door mijn moeder. Zij wilde met mij scoren. Zelf had ze niet mogen studeren, terwijl ze een briljant stel hersens had.

Lees het gehele interview van Willem van Leeuwen met Rutger Kopland in de HP/De Tijd van deze week.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Willem van Leeuwen