Papa’s sterfdag: 11/9

Sommige films zijn zó goed dat je er verstandig aan doet ze te mijden als ze weer eens op tv komen. Films die je al drie, vier, vijf keer hebt gezien en die er elke keer weer stevig inhakken. Je bent helemaal niet van plan zo’n film nóg eens te zien, maar een moment van onachtzaamheid tijdens het zappen kan daar verandering in brengen. Wie bij een boeiend fragment blijft hangen, is verloren en móet hem weer uitzitten. Billy Elliott is zo’n film. De scène waarin het titelpersonage op stuntelige wijze aan de toelatingscommissie van de balletacademie probeert uit te leggen waarom dansen zo belangrijk voor hem is, ontroert telkens weer.

Billy Elliot ontleent een groot deel van z’n aantrekkingskracht aan de levendigheid waarmee de belevingswereld van een kind tot leven is gewekt. Regisseur Stephen Daldry is erin geslaagd de onbestemde verlangens van Billy uiterst herkenbaar te maken. Dat Daldry daar een feilloze antenne voor heeft, bewees hij ook met The Reader. De beste scènes van die film draaien om de verwarrende gevoelens van lust en liefde bij een tienerjongen. En nu flikt Daldry het ‘m alwéér met Extremely Loud & Incredibly Close, zijn verfilming van de bestseller van Jonathan Safran Foer uit 2005.

Hoofdpersoon is Oskar (Thomas Horn), een schrandere jongen van elf die de dood van zijn vader (Tom Hanks) probeert te verwerken. Die vader is omgekomen bij de aanslagen van 11 september 2001 en dat maakt het rouwen er niet eenvoudiger op. Het persoonlijke gemis van Oskar is immers verweven met een nationaal trauma dat alomtegenwoordig is in de media. Bij televisiebeelden van een man die uit een van de torens is gesprongen, meent hij zijn vader te herkennen. De intieme sores van een kind dat zich geen raad weet met zijn verdriet worden hier op ingenieuze wijze verbonden met gebeurtenissen die deel uitmaken van het collectieve geheugen.

Als Oskar tussen de bezittingen van zijn vader een geheimzinnige sleutel aantreft, is dat het startsein voor een intensieve systematische speurtocht die hem naar de verste uithoeken van New York zal voeren. Hij is er rotsvast van overtuigd dat die sleutel hem toegang zal verschaffen tot een ontbrekend inzicht en – daarmee – een nadere kennismaking met zijn overleden vader.

Dat literaire constructies op papier indruk maken, is beslist geen garantie dat ze ook visueel tot hun recht komen. In film vertaald kunnen ze opeens ‘bedacht’ of gekunsteld overkomen. De makers van Extremely Loud & Incredibly Close hebben die valkuil knap omzeild. Het is ze gelukt een film te maken die op allerlei niveaus werkt. Wie dat wil, kan vele ‘lagen’ in het verhaal ontdekken, maar ondertussen deelt de film ook in emotioneel opzicht rake klappen uit. Dat is vooral toe te schrijven aan Stephen Daldry, die er andermaal in slaagt de kijker volledig mee te sleuren in het universum van een vroegrijp, angstig en enigszins autistisch kind. Extremely Loud & Incredibly Close mikt op hoofd en hart en – niet onbelangrijk – raakt ze ook daadwerkelijk.


Extremely Loud & Incredibly Close. Regie: Stephen Daldry. Vanaf 8 maart in de bioscoop.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Erik Spaans