Moord en doodslag

In de nieuwe Elvis Peeters vliegen de kogels en de lijken je om de oren. Maar nergens wordt duidelijk waaróm.

Meestal is het een goed teken: je leest een boek in een paar uur, en je hebt het gevoel alsof je in die tijd een compleet leven, of op z’n minst een enerverende dag hebt beleefd. Dinsdag bestrijkt een doodgewone dag uit het leven van een oude man, woonachtig in een uithoek van Brussel. Het is een korte roman, in een toegankelijke stijl, maar na afloop voelt het alsof je je door een saaie dinsdag heen gesleept hebt, zo’n grauwe regenachtige dag die maar niet voorbij wil gaan.

Het actieve leven van de hoofdpersoon (we komen zijn naam niet te weten) is voorbij. Wat rest is de tijd doden en terugkijken. De dagen zien er min of meer hetzelfde uit. De man observeert wat, eet, drinkt, snijdt gras af om de gaten tussen zijn dakpannen te vullen, bestelt een biertje op een terras, rookt een peuk. Het leven waar hij op terugkijkt is een tikkeltje heftiger: moord en doodslag, oorlogen, opstanden, criminaliteit, verkrachtingen.

Als het de bedoeling was om, door al die alledaagse handelingen, het contrast met het voorbije avontuurlijke leven scherper uit te doen komen, zijn de schrijvers daarin geslaagd (inderdaad, de schrijvers – de boeken van Elvis Peeters worden geschreven door Peeters – die eigenlijk weer Jos Verlooy heet – en Nicole van Bael). Het contrast had nauwelijks groter gekund. Maar het probleem is: door de lange reeks oninteressante gewoontes word je al vrij snel in slaap gesust, zodat de flashbacks naar groepsverkrachtingen en bloederige opstanden je nauwelijks meer raken.

In de lieflijke feelgoodfilm Antichrist, van Lars Von Trier, zat een aantal schokkende scènes. Close-ups van verminkte geslachtsdelen, onder meer. Mocht Von Trier na verloop van tijd uitgekeken raken op zulke taferelen, dan kan hij altijd inspiratie opdoen bij Peeters, voor wie zo’n verminking onschuldig voorspel is. Een onderwerp om bij de koffie nog eens rustig over te mijmeren. In zijn vorige roman Wij, uit 2009, was de ranzigheid nog nadrukkelijker: een groep jongeren experimenteerde met hun seksualiteit, niet met drankspelletjes of erotische dobbelstenen, maar door bijvoorbeeld een kat te neuken of een wesp bij iemand in te brengen. De roman werd voorzien van een sticker: ‘Waarschuwing expliciete roman’.


In Von Triers film werd naar de verminkingen toe gewerkt. Het was een onontkoombaar, bijna logisch gevolg van de gekte van zijn hoofdpersoon, en de gruwelen pasten bij de loodzware, duistere sfeer. In Dinsdag vliegen de kogels en de lijken je om de oren; de hoofdpersoon bracht zijn jonge jaren graag door met een opgewekte combinatie van zuipen, neuken en vechten. Maar nergens wordt duidelijk waarom hij zich in dit leven stort, wat hem motiveert, wat hij verwacht. Als hij al iets verwacht, of ergens door gemotiveerd wordt.

De toon blijft tot het einde afstandelijk, laconiek, tegen het lethargische aan. Op de laatste pagina’s wordt nog eens uitgelegd waarom de oude man zo bijzonder geschikt was geweest voor het rauwe leven dat hij leidde, als huurling en gevechtspiloot in Congo, als vrachtwagenchauffeur en oplichter, als hoerenloper:

“Niet één ogenblik ben ik onzeker of bang geweest, herinnert hij zich.

Of je over de weg manoeuvreert, of in de lucht, of in een hoer, nooit mag je hand trillen. Zelfs zuipen doe ik met een vaste hand.”

Geen angst, geen onzekerheid, geen twijfel, geen spijt, geen worstelingen, geen geweten. Nooit gehad ook. Het maakt hem tot een bijzonder saai personage. De desinteresse slaat vrijwel meteen op de lezer over. Zelfs zijn eerste verkrachting – hij is dan amper de puberteit ontgroeid – wordt nuchter beschreven: “Martha kon daar bij de hazelaars aan het kanaal geneukt worden. En je doet het of je doet het niet, daar moet je achteraf niet over zeuren.” Alsof hij nadenkt of hij nog een laatste biertje zal nemen, of toch maar gewoon naar huis wandelt.


Dat hadden de schrijvers kunnen compenseren door, ik zeg maar iets, het leven van de oude man in een plot te gieten, het zo vorm te geven dat, ook al interesseert het waarom van zijn acties je niet, je in ieder geval benieuwd wordt naar het wat en het hoe, wat er is gebeurd, hoe hij daarin is beland.

Maar ja, waarom zou je een plot verzinnen als je ook gewoon de ene gebeurtenis op de ander kan stapelen? Het levensverhaal hangt aan elkaar van willekeurige overgangen. Zinnen als: “Van het ene moment op het andere werd ik het hoofd van de drukkerij.” Of: “Ik liet me zomaar leiden op goed geluk.” Tja. Van het ene moment op het andere begon ik me te vervelen. En ik sloeg zomaar het boek dicht.

Natuurlijk zijn er genoeg levens die zo verlopen, en er zijn ongetwijfeld mensen voor wie empathie, verlangens, twijfel en berouw hoogstens theoretische concepten zijn. Maar dat betekent nog niet dat zulke mensen geschikt zijn om een roman te dragen. Als voor dit boek nog een passende sticker nodig is, zou ik willen suggereren: ‘Waarschuwing: slaapverwekkende roman’.

Elvis Peeters: Dinsdag. Podium, €17,50. Ook via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Dries Muus