Showtime op z’n Hollands

Vanuit het Media Park in Hilversum komt de wereld van glitter en glamour naar de Nederlandse kijkers. Die komen op hun beurt ook graag naar de kraamkamer van shows en quizzen. Een zoektocht naar grandeur in een vreemde biotoop.

‘Hier aan uw rechterhand ziet u niet zomaar een stukje natuur. Aan het water eet Gerard Ekdom ‘s zomers bijna dagelijks een broodje.” De stem van Arvin Swarts (22) galmt door de speakers van het Hillywoodtours-treintje: een op Amerikaanse leest geschoeide rondleiding over het Media Park. Gerard Ekdom is trouwens een dj van 3 FM.Op de achtergrond klinkt, geheel in Hollywood-stijl, opzwepende muziek met blije violen en enthousiaste pauken- en bekkenslagen. In het treintje, dat bestaat uit aan elkaar gemonteerde golfkarren, zit deze keer een groep studenten uit Enschede. Gids Swarts komt uit Hengelo.

Swarts, met beugel, doet zijn best. Hij heeft namelijk een droom: presentator worden. “Ik ben ervoor geboren. Als ik Martijn Krabbé aan het werk zie, gaat mijn bloed sneller stromen.” En dus is Swarts vier dagen per week op het Media Park en woont hij, om zijn presentatietechnieken te verbeteren, uitzendingen bij van programma’s als Life 4 You van Carlo Boszhard en Irene Moors.

Nog zo’n inspiratiebron voor Swarts is zijn leidinggevende Jaco Kirchjunger. Die is de bedenker van de Hillywoodtours en spreekt – voegt onze gids er bewonderend aan toe – weleens stemmen in voor showprogramma’s. Hij is ook publieksopwarmer bij The Voice of Holland. Met de Hillywoodtours heeft Kirchjunger een gat in de markt gevonden: in twee jaar tijd namen liefst 15.000 mensen plaats in het treintje.

Kirchjunger geeft het meteen toe: het publiek rijdt vooral mee in de hoop een BN’er te spotten. Student Robin (23) zou Linda de Mol weleens in het echt willen zien. Dat wordt moeilijk deze rit. Woensdagmiddag tussen twaalf en één is een BN’er-daluur. Al bestaan er levendige anekdotes die het tegendeel bewijzen. Zoals die keer dat Hart van Nederland-presentatrice Sandra Schuurhof de bosjes indook bij het naderen van het treintje (ze was bang op de foto gezet te worden), of die keer dat Edwin Evers een wielklem ontdekte, gewoon op de parkeerplaats van het Media Park. Winston Gerschtanowitz en Erik de Zwart hebben het treintje trouwens ooit gekaapt toen het onbeheerd voor het RTL-gebouw stond en iemand vergeten was het sleuteltje uit het contact te halen. Het dertig hectare grote Media Park in Hilversum is een dorp in een dorp. Iedere dag worden hier de programma’s gemaakt die Nederlanders aan de buis kluisteren, van Hongerige Wolf in Groningen tot in het Limburgse Simpelveld. Het is de Verleidelijke wereld van de showbizz. Maar zodra de studiolampen doven, toont het Media Park een ander gezicht.


Wie voor het eerst in het ‘kloppende hart’ van het park staat, kan gemakkelijk gedesillusioneerd raken. Het uitzicht is nogal grauw, met dank aan de vele jarenzestiggebouwen. Het Instituut voor Beeld en Geluid, dat in 2008 zijn deuren opende, steekt er met zijn zuurstokkleurige muren vreemd bij af. Vaak ligt het terrein er verlaten bij. Behalve dan in het enige café op het terrein: Bar Boon. Hier loopt het mediapersoneel in en uit voor een kop koffie of een huisgemaakt broodje. Helen Spakman (51, geblondeerd kort haar en rode lippenstift) is al vier jaar manager van Bar Boon (“Je weet wel, van koffieboon”). Weet zij nog leuke anekdotes? Ze laat een stilte vallen. “Tja.” Haar collega, een kale jongen met een vlotte babbel en een snelle bril, kan ook niets bedenken. Voor creatieve uitbarstingen tussen, zeg, Paul de Leeuw en Chantal Janzen, of een dronken ruzie tussen Geer en Goor moeten we dus niet in Bar Boon zijn? Gerard Joling komt hier weleens, bevestigt spakman. Droogjes: “Hij drinkt cola-light.”Astrid Joosten komt trouwens ook Weleens. “Die drinkt koffie verkeerd.”

Wacht, er is tóch een spannend verhaal. Gordon was ook eens in Bar Boon. “Toen werd een feestnummertje opgezet,” aldus Helen. “Binnen een mum van tijd stond iedereen hier de polonaise te dansen.”

De middag dat wij in het Bar Boon zitten, hebben we geluk: Nieuwsuur-presentator Twan Huys komt binnenwandelen. Hij lepelt soep naar binnen en eet een tosti.Zo’n 500.000 mensen bezoeken jaarlijks het Media Park, en dat is een voorzichtige schatting van de parkbeheerder: 200.000 voor het Instituut voor Beeld en Geluid, het museum over tachtig jaar omroepgeschiedenis. Een zelfde aantal komt als studiopubliek, in vaktermen ‘klapvee’ geheten, en er zijn 100.000 zakelijke gasten. Afhankelijk van het seizoen werken hier tussen de vier – en zesduizend mensen. Van journalisten tot regisseurs, regieassistenten, programmamakers, technici, gastvrouwen en jonge creatievelingen. Mediaparkers zijn een apart slag. Grofweg zijn er twee typen vrouw. De nerdy diehard-journalistes, die vaak richting het Videocentrum van de NOS gaan. Zij dragen bijvoorbeeld een stugge rok en een kleurige panty; het haar is peper-en zoutkleurig, de bril scherp. De andere groep kleedt zich als BNN-presentatoren in spé: leren jasjes, strakke rokken met torenhoge hakken eronder, het haar in een rommelige knot. Ook bij de mannen valt een tweedeling te maken. Er is het type in spijkerbroek met een V-hals vest erboven. Hij draagt gympen, het liefst van Nike, en heeft een rommelig ogend baardje. Heeft hij enige carrière gemaakt, dan heeft hij er een getailleerd colbertjasje bij aan. Ook hier is een nerdy variant, te herkennen aan het dikke zwarte brilmontuur en de morsige trui.


Een deel van dit werkvolk komt met de boemel naar het werk. Die peldelt viermaal per uur tussen Hilversum-Noord en Utrecht, dan wel Amsterdam. In de coupés passeren de laatste mediaroddels de revue. De oren spitsen is niet nodig: de mediaforensen dienen hun collega-reizigers graag op vol volume de laatste informatie op over op handen zijnde reorganisaties, collega’s die niet deugen en achterklap. Zo horen we dat KRO-presentator Arie Boomsma het tegenwoordig met ‘een hele dunne actrice doet’.

Het vastgoed van het Media Park is van vastgoedontwikkelaar TCN Media. TCN stond ooit voor Trammell Crow Nederland en is een dochteronderneming van het Amerikaanse Trammell. De Nederlander die TCN startte, wilde een Amerikaanse naam, dat vond hij hipper. Het Amerikaanse Trammell wilde zijn naam wel lenen.In het logo van TCN staat een hondje: een Jack Russell, wit met een bruine vlek op de rug. Een kuitenbijtertje. Op internet noemt het bedrijf zichzelf ‘de dappere en speelse hond van het Europees vastgoed’.

Dat logo-hondje bestaat echt, het heet ook Trammell. Alle TCN-medewerkers staan ermee op de foto op de site. Er drentelt er ook een over het Media Park, vertelt TCN’er Niels Kranenburg die al meer dan 25 jaar op het Media Park werkt. Kranenburg weet álles over de geschiedenis van het park. Vrijwel zonder adempauze verhaalt hij van de gevolgen van de Mediawet uit 1988 die de weg vrijmaakte voor de commerciële omroepen, van de opsplitsing van het Nederlands Omroepproductie Bedrijf (NOB), zijn vorige werkgever, in diverse takken voor radio en televisie: opnemen, nabewerken en uitzenden.

En hij vertelt waarom het Media Park in Hilversum is gevestigd en niet in het toch nét iets levendigere Amsterdam. “Een zekere meneer Idzerda experimenteerde hier de eerste helft van de vorige eeuw met radio-uitzendingen vanuit de Nederlandse Seintoestellen Fabriek. Het schijnt ook dat zijn minnares hier woonde en dat hij daarom in Hilversum wilde blijven.” Ha, eindelijk een smeuïg verhaal! Zwerver: “Nou nee, het is nooit bevestigd.”


Feit is dat er nog een man was, AVRO-baas Willem Vogt. Hem leek het verstandig om in 1961 de verschillende omroepzuilen bij elkaar te vestigen. Al snel verrezen de eerste studio’s in Hilversum. Naar Hollywoodiaans idee waren dat er zes: één studio is immers geen studio. Je moet toch ook decors in – en uitrijden. En lampen kunnen ophangen. En af kunnen wisselen. Met meerdere studio’s kon dat allemaal. Het zijn er inmiddels 32, waaronder de grootste studio van Europa (waar The Voice wordt opgenomen). Het Media Park schijnt trouwens ook uniek te zijn op dit continent. “Er komen mensen vanuit de hele wereld kijken,” vertelt Kranenburg. “Uit Afrika, Dubai, China en Korea.” Nergens anders zijn zo veel tv-studio’s op een kluitje te vinden.

Sinds TCN het Media Park in 2003 voor, naar verluidt, 150 miljoen euro kocht van het NOB, is er veel veranderd. De ‘Verboden voor honden’-borden zijn verwijderd (alles voor Trammell). Ook de hekken rond het park verdwenen, en de toegangspoort.Het park moet, vertelt de uiterst frisse en joviale TCN-directeur Jacco Zwerver, ‘transparanter’ worden. Dat is een complete breuk met het verleden. Tot de komst van TCN werd het park steeds strenger beveiligd (volgens Kranenburg lagen er ten tijde van de Molukse treinkapingen in 1977 zelfs sluipschutters op de daken, als bescherming tegen mogelijke terroristische aanvallen). Het keerpunt kwam na de moord op Pim Fortuyn in 2002, die door Volkert van der Graaf vlakbij de radiostudio’s werd neergeschoten. Toen werd duidelijk dat de beveiliging van het Media Park niet waterdicht te maken viel.


De hekken werden weggehaald en het Media Park werd opengesteld voor het grote publiek. Daarvoor waren wel flinke investeringen nodig in de belabberde infrastructuur rond het terrein. “We hebben zelf de eerste zes miljoen neergelegd,” zegt Zwerver. “De stad heeft dat verdubbeld. De regio heeft het meer dan verdubbeld naar 25 miljoen, en de staat heeft er 50 miljoen van gemaakt. Ministers stonden nogal eens in de file als ze in een studio moesten zijn. Dat hielp natuurlijk om het exra geld los te krijgen.”Leuk hoor, die toegenomen transparantie, maar stel nou dat er terroristen het park oplopen en er een bom laten ontploffen? Zwerver: “De NOS heeft ook studio’s in Den Haag, dus dan kunnen ze altijd nog daar uitzenden.” De TCN-directeur acht de kans op een bomaanslag niet groot. Brand, dat is een reëler gevaar. Gelukkig is er een blusvijver – daar waar Gerard Ekdom zo graag een broodje eet.

Het Media Park is nog lang niet af, vindt Zwerver. “We kunnen nog flink uitbreiden,” zegt Zwerver. De faciliteiten voor studio’s kantoren en techniek kunnen nog groeien met 170.000 vierkante meter (het zijn er nu 225.000). Talpa, het bedrijf van John de Mol, komt al naar het Media Park. En er wordt hard gewerkt aan extra faciliteiten. Er zijn nu al een kinderdagverblijf waar, volgens Arvin Swarts van de Hillywoodtours kleine ‘Irene Moorsjes en Kim Hollandjes’ rondhuppelen, een fitnesscentrum, een haar- en makeup-studio en een bedrijfsfysiotherapeut. Binnenkort komt daar waarschijnlijk nog een restaurant bij.

Desondanks hoeft het Media Park niet te worden als het Westergasterrein in Amsterdam (waar programma’s als Pauw & Witteman en De Wereld Draait Door worden opgenomen). Zwerver: “Amsterdam is en blijft de creatieve en bruisende stad. Het Media Park is meer als Rotterdam: hier wordt gewerkt.”


Met die woorden in het achterhoofd gaan we op zoek naar de werkende mens op het Media Park. In het labyrintische studiocomplex openen we een deur naar de rekwisietenopslag, beheerd door het bedrijf Hollandse Handen. In de enorme hallen, met deuren van vijf bij vijf meter, zitten twee mannen in een kantoortje. Bart Gabel (al 40 jaar werkzaam op het Media Park) en Menno Zahradnik (al 28 jaar Mediaparker) beheren de attributen die op te vragen zijn door programma’s en door externe partijen. Spannende anekdotes? Stilte. De mannen zijn druk – met het oplossen van een sudoku.

Een etage hoger zitten de decorbouwers. De ruimte doet Efteling-achtig aan. Er zweeft een blauwe haai in de lucht, de achtersteven van een nagebouwd scheepswrak rust tegen een muur. Eigenlijk is alles hier van karton. Hoe lichter, hoe beter. Als het er op televisie maar echt uitziet.

De decorbouwerswereld is er een van bonkige mannen. Een hondenvoerbak in het midden van de tafel doet dienst als asbak. In de kantine hangen posters van halfnaakte vrouwen. Sinds kort hangt er overigens ook een decente poster van de voluptueuze zangeres Berget Lewis. Volgens de decorbouwers heeft een van de timmermannen een verhouding met haar.

Ricus Visser (52, strak T-shirt, olijke buik, bretels met hartjes van de Friese vlag) werkt hier al 31 jaar. Vroeger was het volgens hem – uiteraard – beter. “Je had toen alleen de NOS, dat was ontzettend overzichtelijk,” zegt hij. “Dan kreeg je een opdracht voor drie maanden en daar kon je dan echt met hart en ziel aan werken. Er was toen nog écht sprake van decorbouw, met karton, glittertjes, kleurtjes en grove structuren. Nu moet alles efficiënt. Kleuren worden met lampen gecreëerd.”De kentering kwam met de komst van de commerciëlen. “De werkdruk is toen flink opgevoerd. Het team werd veel kleiner, we moesten opeens nachtdiensten draaien.”


Maar werken voor de commerciëlen, dat is toch machtig grote decors bouwen, zoals voor The Voice?

“Ach, het lijkt heel wat,” haalt Visser de schouders op. “In werkelijkheid is het allemaal metaal met daarop een houtje.” Het ziet er op tv gelikter uit dan in werkelijkheid. Voor een aantal BN’ers blijkt hetzelfde te gelden. “Die doen zich op tv ook allemaal beter voor dan dat ze in het echt zijn,” zegt Visser. Een voorbeeld alstublieft? Na enig nadenken . “Nu klap ik uit de school, maar neem Henny Huisman ten tijde van de Surprise Show. Henny is gelovig en werkte bij de KRO, een gelovige omroep. Maar als er iets mis ging tijdens de productie, ging het van: ‘God-ver-domme!’ Hij riep ook een keer: “Ik ga wel met m’n lul spelen totdat jullie klaar zijn.'”

Visser is nu goed op dreef. Hij weet nog wel zo’n verhaal. Over Ron Brandsteder. “Een hele leuke vent. Daar dronken we voor de uitzending weleens een biertje mee en als hij dan op moest, stonden wij achter de coulissen met onze broeken op de enkels om hem aan het lachen te krijgen. Op een gegeven moment hadden die cameramensen dat door en draaiden ze de lens naar ons toe. Stonden we daar vol in beeld in onze blote kont.”

Als we echt nog eens een markant Media Park-figuur willen ontmoeten, moeten we naar de Nederlandse Publieke Omroep. Daar werkt René van Dammen, kijkcijferexpert. Dat laatste staat ook met rode letter op het petje dat hij altijd draagt. Van Dammen heeft ook altijd een sjaal om zijn nek van FC Groningen. Hij komt namelijk uit het hoge noorden, al is dat wel lang geleden.

Van Dammen werkt al 36 jaar op het Media Park. In zijn kantoor lacht een kartonnen Frans Bauer ons toe. We krijgen er les in, niet heel markant, het kijkgedrag van de Nederlandse bevolking. Want dat is wat Van Dammen bestudeert, van seconde tot seconde, aan de hand van omhoog en omlaag schietende curves. Hij geeft ook advies aan redacties van de Publieke Omroep over hoe het aantal wegzappende kijkers te beperken is.


Van Dammen houdt van zijn werk, net als iedereen op het Media Park. “Ik heb veertig jaar zware shag gerookt. Dan stond ik buiten te praten met andere omroepmensen,” zegt hij vanonder zijn petje. “Iedereen is min of meer bezeten van zijn werk. Tijdens de lunchpauzes gaat het ook altijd over radio en tv. Die saamhorigheid maakt het Media Park zo leuk.” Bij het afscheid geeft René een zoen en een knipoog. “Zo doen we dat bij de Publieke Omroep.”

We sluiten af met het Hillywood-treintje. Aan het eind van de tour rijdt het golfkarretje langs een vrachtwagen. “Kijk, kijk!” De studenten springen op in hun golfkarretjes en wijzen naar iemand. Zou het echt? Toch nog een BN’er op dit daluur? Nou, een piepkleintje. “Dat is een van die klussers uit dat programma van Martijn Krabbé!” Ook al lijkt de oogst mager, de studenten vinden dat ze waar voor hun geld hebben gekregen deze middag. Een televisieklusser gespot, dat zou ze in Enschede in een hele máánd nog niet voor elkaar krijgen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ivo van Woerden en Irene de Zwaan