De nieuwe De Winter is een zware teleurstelling (2)

Het lijkt een aantrekkelijke literaire truc: je gebruikt figuren uit de werkelijkheid en die laat je optreden in een roman. Doe je dat uitsluitend met dode figuren, dan wordt het een historische roman.

Over “de wetten” van een historische roman is niet iedereen het eens, maar wil je een historisch roman geloofwaardig houden dan is het verstandig een paar regels in acht te nemen. Bepaalde feiten moeten kloppen. Een historische roman over Willem de Zwijger, die zich afspeelt in de achttiende eeuw en die ons de Vader des Vaderlands toont achter het stuur van een Ferrari, zal misschien niet helemaal serieus worden genomen.

Wel als een dadaïstisch geschrift, maar niet als een historische roman.

In VSV – wat staat voor Vondeling School Vereeniging – gebruikt Leon de Winter allerlei nog levende figuren als personages. Job Cohen bijvoorbeeld. Ook in de roman is hij burgemeester van Amsterdam. Wat wij verder in VSV over Job Cohen te weten komen, is dat hij een buitenechtelijke verhouding heeft. In de werkelijkheid is (was) dat ook zo.

Publiek geheim
Het geldt als publiek geheim dat Job er naast zijn gehandicapte vrouw nog een andere vrouw op nahoudt(hield). Sommige publieke geheimen zijn niet voor niets publieke geheimen en kunnen beter publieke geheimen blijven. Het is altijd een beetje lullig te onthullen wat iedereen eigenlijk al weet, zeker voor de betrokkenen.

Ook op andere punten wordt Cohen in de zeik gezet en het probleem met VSV is dat De Winter zich steeds kan verschuilen met de opmerking: “Luister, het is een roman, het is fictie”. Maar ondertussen toont de schrijver zich toch als iemand die achter de ellebogen heeft.

Let wel: ik heb er geen bezwaar tegen dat tegen dat De Winter in een roman een Cohen-achtige figuur bespottelijk maakt, ik heb bezwaar tegen de hypocriete halfslachtigheid waarmee een publiek persoon wordt genaaid. Cohen zal toch niet zo dom zijn, dat hij dit boek nog mooi vindt ook?

Potverdrie! Dat ik het nou voor Job Cohen moet opnemen, het leven houdt zijn wonderen verborgen, maar niet voor altijd.

Moszkowicz
Aan de andere kant treden in VSV personages op als Bram Moszkowicz en Eva Jinek. Je kunt gerust zeggen dat Bram de grote held is. Kennelijk bestaat er een hechte band tussen schrijver en advocaat. Toen Moszkowicz zich in het Holleeder-proces moest terugtrekken wegens een scheve schaats, sprong de Winter meteen in de bres. Zijdelings doet hij dat in de roman opnieuw, als hij refereert aan de wanhopige pogingen van Moszkowicz om vooral geen “maffiamaatje” genoemd te worden. Alles bij elkaar zou je bijna denken dat Moszkowicz ooit eens een raar zaakje voor De Winter heeft opgeknapt en dat hij daarvoor nu krijgt terugbetaald.

Maar lezer, beschouw deze laatste zin als fictie!

En dan is er natuurlijk de figuur Theo van Gogh. Die vind ik – dood als hij is – eigenlijk het grappigste van het boek. Theo als engel met vleugeltjes, veel heeft het niet om het lijf, maar het is leuk om te lezen. Er worden geen harde noten gekraakt, het is geen afrekening, het is geen zwarte humor. Het is gewoon gezellig, ook al komt er een terroristische aanslag in het boek voor en wordt er een kind gegijzeld. VSV is een boek dat je in één ruk uitbladert. Fijn ook dat iedereen in het boek met iedereen is verknoopt, ook al berusten die relaties op huizenhoge onwaarschijnlijkheden.

Met zo’n boek kan iedereen tevreden zijn, behalve ik natuurlijk.

Maar om nou te zeggen dat De Winter iets fundamenteels of iets essentieels heeft gezegd, dat hij op de een of andere manier ten aanzien van Nederland, de moord, de andere moord en Ayaan Hirsi, vergezichten heeft geopend die tot dusver onopgemerkt waren gebleven, daarop kan ik alleen maar met een hartgrondig nee antwoorden.

En dat beschouw ik als een zware teleurstelling.

Meer leuke content? Like ons op Facebook