Kent ú nog kinderliedjes?

Ik ken geen kinderliedjes meer. En wat ik ken is belachelijk of blijkt uit het Indië van rond de vorige eeuwwisseling te komen. Tips, iemand?

De baby huilt, ik wieg haar op mijn arm en zing een liedje. Om de stilte van de nacht te doorbreken, om haar mijn stem te laten horen zonder dat geënsceneerde gevoel dat je praat tegen iemand die nog geen woorden kent. Ik herhaal de zinnetjes die ik ken, op melodieën die ik me half herinner. De rest bedenk ik erbij, ik zing daarom erg veel over de feitelijke werkelijkheid.

“We zijn wakker, we zijn wakker, net heb je gepoept, jajaja, poep, morgen komt oma, straks ga je slapen, buiten is het koud en kwaakt een hele vervelende eend.” Deze weergave van de nachtelijke situatie komt voort uit volstrekte armoede; ik ken geen slaapliedjes meer. En de liedjes die ik me kan herinneren blijken volslagen debiel te zijn. Op één na, daar kom ik zo op terug.

Wanneer je als volwassene voor het eerst de liedjes uit je jeugd herontdekt, na een stilte van zo`n dertig jaar, valt dat bitter tegen. Zeker als je ze met een knorrig humeur tegen een mekkerende baby zingt. De drie kleine kleutertjes op een hek ‘spraken over krekeltjes en korenbloemen blauw.’ Dat krijg ik m’n strot niet uit, ook niet zingend. Slaap kindje, slaap is lief en vertrouwd, maar het klopt niet. Er loopt buiten geen schaap en na een paar keer gaat die vertekening schuren. Er loopt een eend buiten, een hele vervelende. En verdorie, hoe flauw het ook is, ik kán Kabouter Spillebeen niet door laten wippen op die grote paddenstoel, het woord is vervuild, niet meer te redden.

Dan zijn er een paar liedjes waar ik me flarden van herinner, flarden genoeg om ze te googelen. Aangezien ik steevast uitkomt op sites als seniorplaza.nl, vermoed ik dat mijn moeder ze weer heeft van de hare. Ze komen uit het Indië van de jaren twintig, misschien zijn ze nog wel ouder dan dat. Vooral Sarina, een kind uit de Dessa was een schok. In mijn herinnering is het een lief liedje over een meisje in een rijstveld, in het echt gaat het over een tijger die Sarina en haar vriendje Komo zonder enige moeite opeet (‘Toen kwam er een tijger gesluip sluip, die nuttigde hen voor diner. De botjes die liet hij maar liggen. De rest nam hij stilletjes mee.’)

Alleen het Stekelvarkentjes wiegelied is meesterlijk. Het is melodieus, zinnig, en ontzettend aandoenlijk; de eerste keren dat ik het terug luisterde ging dat niet zonder een scherp gevoel van melancholie en heimwee. Suja, suja stekeltje, daarbuiten schijnt de maan, je bent een stekelvarkentje maar trek het je niet aan. Geef toe, alleen die beginzin is al steengoed. Het is, natuurlijk, van Annie M.G. Schmidt. Op youtube deze aangename uitvoering uit de jaren vijftig, toen kinderen zongen als nieuwslezers.

Ik zing nu dus ’s nachts het stekelvarkentje wiegelied. En opnieuw. En opnieuw. Totdat iemand me op alternatieven wijst, suggesties zijn welkom. Slaap mijn kleine prikkeltje, dan word je groot en dik. Dan word je net zo`n stekelvarken als je pa en ik.

Meer leuke content? Like ons op Facebook