Sven Kramer Persoonlijk

Naam: Sven Kramer

Geboren: Ja.

Partner: Naomi van As. Van de hockey ja, die. Met die lange benen ja, precies. Hahahahahaha.

Opleiding: Basisschool ‘In de klapschaats’, middelbare school ‘Falko Zandstra lyceum’ en verder wat bankdrukcursussen.

Afleiding: weinig.

Clubs: TVM.

Positie: Soms buitenbaan, dan weer binnenbaan.

Sterke/zwakke punten: Sterk: ik ben een doorzetter. Zwak: ik kan niet zo goed tegen m’n verlies.

Hoogtepunt: eerste wereldkampioenschap in een vol Thialf.

Dieptepunt: tweede wereldkampioenschap in een vol Thialf. En Gerard Kemkers natuurlijk, maar dat is allemaal uitgesproken. We maken er zelfs grapjes over, dan komt er een auto aan en dirigeer ik hem zo de straat op. Maar dat zijn onschuldige geintjes.

Idool: Als jongetje keek ik veel naar Rintje Ritsma. In bad met Marianne Timmer, dat was wel een droom, ja. En dan kom je jaren later zelf aan de top en dan blijkt het allemaal niet zo bar veel voor te stellen, een paar keer wereldkampioen worden. En Rintje is ook maar gewoon een gewone kerel. Een heel gewone kerel. Gewoontjes, misschien zelfs. Klein beetje simpel ook.
En Jezus natuurlijk, toch de aartsvader van alle schaatsers.
In bad met Marianne Timmer is trouwens nog steeds een droom.

Geen schaatser, dan…: Toch schaatser.

Geen schaatser, dan…: Orthodontist. Vraag me niet waarom.

Karakter: dat heb ik bij sterke en zwakke punten eigenlijk al gezegd. Nou ja, ik ben wel lief voor m’n omgeving denk ik, maar ik kan ook hard zijn en ik wil altijd winnen – dus het is maar goed dat ik schaatser ben geworden.

Vrije tijd: Te weinig. In de zomer maak ik wel eens een rondje met de arreslee, maar dat is meer voorbereiding op de ererondes dan dat ik het echt voor m’n plezier doe. Verder slaap ik graag en ga ik langs de deuren als schaatsensliep. En ik skeeler veel.

Duurste aankoop: Een paar schaatsen.

Bijgelovig: Ik bestudeer voor ik vertrek altijd even uitgebreid en in alle rust het routekaartje. Dat zou je bijgeloof kunnen noemen, ik noem het liever grondige voorbereiding.

Televisie: Eigenlijk vooral veel schaatsen. En films.

Film: Kijk ik op tv. Vooral realistisch drama waarbij de held uiteindelijk de enige echte winnaar is. En Ice Age ja.

Boek: Als topsporter heb ik maar weinig tijd om te lezen. Ik lees wel graag eindeloos lange romans waarvan je van tevoren al precies weet hoe het afloopt. Tien kilometerromans, noem ik die.

Muziek: ik ga hard op de Teletoeters, daar ben ik heel eerlijk in.

Eten: In de winter leef ik heel gezond. In de zomer zondig ik en neem ik bijvoorbeeld wel eens een ijsje.

Drinken: Ontdooid water. Als ik uitga: wodka met veel ijs.

Tatoeages: niks voor mij. Ik heb even gedacht aan de wereldrecords op mijn benen, maar da’s zo’n gedoe met iedere verbetering.

Media: geloof ik niet in. Ik denk wel dat er iets is tussen hemel en aarde, maar of die media dat nu kunnen vatten, dat weet ik niet, hoor.

Verslaving: het is misschien vreemd, en ik ben er ook nog nooit echt mee naar buiten getreden, maar ik ben verslaafd aan het zo hard mogelijk op bevroren water rondjes draaien op twee scherpe ijzers. Ik ben er intussen erg goed in, maar wat wil je ook? Het is toch een beetje een vreemde afwijking. Mijn arts zegt: zo lang het je leven niet gaat beheersen, is er niets aan de hand. Nou ja, daar hou ik me dan maar aan vast.

Lastigste tegenstander: ik heb veel lastige tegenstanders gekend, maar met stip op 1 staat toch Gerard Kemkers.

Schaatshumor: Schaatsers zijn geinponems, dat is echt waar. Wat wij bijvoorbeeld heel vaak doen, is een drol in iemands schaats leggen. Dat schaatst niet lekker, dat zag je dit weekend wel bij Blokhuijsen. Soms kom je er pas aan het eind van de dag achter. En verder: gat in iemands schaatspak knippen, zodat ie in z’n blote je-weet-wel rijdt, voor de hele wereld. En met een masker van Bert Maalderink allemaal heel pertinente vragen gaan stellen, da’s ook altijd lachen.

Nieuws: De klimaatverandering is natuurlijk iets wat in onze sport voortdurend in het nieuws is. En verder: de dopingschandalen in het wielrennen, met die Fuentes en alles. Hoe die schande zo beperkt kan blijven tot een enkele sport, dat is toch eigenlijk ongelooflijk. Wij doen daar niet aan mee, bloed inspuiten om ons uithoudingsvermogen te verbeteren. Hoogstens wat antivries.

Dit seizoen: Hartstikke spannend. Ik won een paar keer bijna niet. Echt ontzettend nipt was het soms. Een thriller van een seizoen voor schaatsliefhebbers.

Motto: Snoep verstandig, eet een appel. En: Alles went, behalve een vent. Dat laatste motto vind ik leuk omdat het rijmt.

Meer leuke content? Like ons op Facebook