De arbitrale dwalingen die doellijntechnologie onontkoombaar maakten

De kogel is door de kerk. In navolging van het wereldkampioenschap voor clubteams in 2013, zal ook op het eindtoernooi van het WK 2014 in Brazilië gebruik worden gemaakt van doellijntechnologie. Het heeft lang geduurd voordat de wereldvoetbalbond overstag is gegaan; een discussie over het al dan niet inzetten van doellijntechnologie is al jaren aan de gang. Een kort overzicht:

Hoewel dubieuze beslissingen over het al dan niet toekennen van doelpunten waarschijnlijk al zo oud zijn als het voetbal zelf, hebben camera’s de arbitrale dwalingen sinds enkele decennia feilloos in beeld kunnen brengen. De meest klassieke blunder is waarschijnlijk het doelpunt dat Engeland in 1966 kreeg toegekend tijdens de WK-finale in Duitsland: de bal had de lijn eigenlijk niet gepasseerd. De Engelse wonnen mede dankzij dit ‘doelpunt’ de wereldbeker.

Hoewel de dwaling duidelijk is waar te nemen dankzij de videobeelden, werd in die tijd nog geen serieus punt gemaakt van technologische hulpmiddelen op de doellijn. Die discussie werd in 2000 pas voor het eerst gevoerd, toen een penalty van Nigeria tijdens de finale van de Afrika Cup ongeldig werd verklaard, terwijl de videobeelden duidelijk lieten zien dat de bal de doellijn wel degelijk had gepasseerd. Kameroen won de penaltyreeks, en daarmee dus het toernooi.

(Vanaf 7:19)

De discussie kwam vervolgens binnen Europa echt goed op gang toen Roy Carroll, de keeper van Manchester United, tijdens een Premier League wedstrijd in 2005 een afstandsschot uit zijn handen liet glippen. De bal passeerde duidelijk de doellijn, maar Tottenham Hotspur kreeg geen doelpunt toegekend.

Deze vergissing maakte dat de FIFA in 2007 tests ging uitvoeren met in de bal geplaatste chips. De wereldvoetbalbond was echter niet tevreden over de uitslag van de tests, en besloot doellijntechnologie te verwerpen.

In 2009 was het weer raak. Tijdens – wederom – een Premier League wedstrijd tussen Crystal Palace en Bristol City maakte de thuisclub een onmiskenbaar doelpunt, maar deze werd niet gezien door de leidsmannen. Opmerkelijk, aangezien van een twijfelgeval ditmaal niet eens sprake kon zijn.

Desalniettemin bleef de FIFA afwijzend tegenover technologische hulpmiddelen staan: een stemming onder de beleidsbepalers van de voetbalbond eindigde in 6-2 tegen doellijntechnologie. Alleen Engeland en Schotland stemden voor.

De discussie laaide vervolgens weer op tijdens en na het WK van 2010 in Zuid-Afrika. Weer speelden de Engelsen een hoofdrol, dit keer doordat zij een zuiver doelpunt van Frank Lampard afgekeurd zagen worden. Het afstandsschot zou The Three Lions op gelijke hoogte hebben gebracht met de Duitsers. In plaats daarvan bleef het 2-1, Engeland zou uiteindelijk met 4-1 verliezen.

Mede door dit ‘spookdoelpunt’ besloot de wereldvoetbalbond het onderzoek naar technologische hulpmiddelen weer te heropenen. In de loop van 2012 is de FIFA vervolgens twee verschillende systemen (GoalRef en HawkEye) gaan testen, maar besloot de middelen nog niet in te zetten tijdens het EK 2012 in Polen en Oekraïne.

Toen het afgelopen zomer tijdens dit Europees Kampioenschap alwéér raak was kon de FIFA nauwelijks meer om de roep om doellijntechnologie heen. Ook dit keer – hoe kan het ook anders – was het tijdens een wedstrijd van Engeland dat de arbitrage een inschattingsfout maakte. Nu was het mede-organisator Oekraïne dat een doelpunt maakte, maar deze niet toegekend zag.

(Overigens kan bij dit doelpunt wel worden aangetekend dat de aanval zelf al begon met een buitenspelsituatie.)

Aan het eind van dat jaar kondigde de voetbalbond eindelijk aan de hulpmiddelen officieel te gaan inzetten, namelijk tijdens het WK voor clubteams begin dit jaar. En warempel: de doellijntechnologie is de hoge voetbalheren welgevallen. Tijdens het landentoernooi van 2014 in Brazilië zullen arbitrale dwalingen zoals hierboven dus waarschijnlijk niet meer voorkomen…

Meer leuke content? Like ons op Facebook