Alleen, blond, meisje, damned in Pakistan

In de Pakistaanse havenstad Karachi is de vrouwelijk politica, Zahra Shahid Hussein, (59), het lokale kopstuk van de oppositiepartij Beweging voor Gerechtigheid (PTI), door drie schutters voor haar huis doodgeschoten.

Mensen vragen mij steeds hetzelfde: of ik tijdens mijn solo backpacktrips niet vaak bang ben. En of ik wel eens spijt heb van een reis. Nee, maar ik geloof dat ik achteraf gezien Pakistan liever had overgeslagen. Al kan ik er nu wel vlijtig columns over schrijven.

Nooit meer
Ik herinner mij de meest verschrikkelijke vlucht ooit. Het was van Teheran naar Karachi, de grootste havenstad van Pakistan, met een Pakistaanse vliegtuigmaatschappij. Omdat ik bij de grens van Iran en Pakistan was geweigerd, moest ik helemaal terugreizen naar de hoofdstad Teheran om van daaruit Pakistan in te vliegen. Toen ik voor de vlucht incheckte, lachte de grondstewardess mij vierkant uit. ‘Je gaat alleen naar Karachi? Dat meen je niet! Why?’ Haar collega’s werden erbij gehaald en er werd flink gelachen. Nu begrijp ik het, maar toen was ik hogelijk verbaasd; zo erg kon het toch niet zijn?

Karachi of Amsterdam
Na de douane, bij de gate, zag ik alleen nog maar mannen in witte jurken met gebedskettingen die mij maar bleven aanstaren. Ik kreeg een onheilspellend gevoel. En dat terwijl ik, zoals verplicht in Iran, een lange zwarte overjas aan had en volledig was gesluierd, geen plukje blond haar meer te zien.

Maar het maakte mij niet onzichtbaar. Voordat ik het vliegtuig instapte, belde ik paniekerig vanaf een muntjestelefoon naar mijn ouders. Het was in Nederland midden in de nacht. Mijn moeder hoorde dat het menens was en zei: ‘Ik geef je vader’. Ik twijfelde of ik wel zou vliegen of ik er wel goed aan deed om naar Pakistan te gaan. Arme ouders van mij die hun dochter bang en eenzaam vanaf het vliegveld in Teheran aan de lijn kregen en niets konden doen. ‘Zoek stewardessen en blijf dicht in hun buurt,’ adviseerde mijn vader. Ik hoorde de omroeper ondertussen de ‘last call’ voor de KLM vlucht naar Amsterdam omroepen. Wat had ik graag in dat vliegtuig gezeten. Ik voelde mij heel erg ongelukkig en vroeg aan de stewardessen of ik dichtbij hen mocht komen zitten. Binnen een kwartier stond de cabine blauw van de sigarettenrook en weigerden de stewardessen nog versnaperingen uit te delen.

Aantrekkingskracht op bommen
Mijn reis door Pakistan werd zoals de vlucht al voorspelde moeilijk en eenzaam. Na een bizarre treinreis arriveerde ik in de hoofdstad, Islamabad. Ik had gelezen dat het in de aangegroeide zusterstad, Rawalpindi, prettiger toeven was. ’s Avonds kwam ik aan in de ‘hotelstraat’, backpack op mijn rug, ranzig van dagenlang in een Pakistaanse trein te hebben gezeten en doodmoe. Op zoek naar een slaapplaats liep ik verschillende hotels binnen, maar geen van allen had nog een kamer vrij. Ik had er wel twaalf gehad, tot ik besefte dat iedereen loog: ze hadden wel kamers, maar wílde mij er geen geven. Het liep tegen tienen, de straten onverlicht en geen hotelkamer te vinden.

Damned
Ik zag geen andere optie dan de politie in te schakelen. Wat kon ik anders? Op straat slapen? Ik was gedwongen om het meest corrupte politiekorps van de wereld om hulp te vragen. Alleen, blond, meisje, damned. Twee politieagenten liepen mee naar een van de hotels en dwongen de receptionist mij een kamer te geven, omdat ik zogenaamd het nichtje was van de commandant. Mokkend gaven ze mij de sleutel. De agenten liepen mee en legden in gebroken Engels uit wat er aan de hand was. In deze straat was in 2007 de vrouwelijke oud-premier Benazir Bhutto bij een zelfmoordaanslag om het leven gekomen. En  ‘westerse mensen trekken in Pakistan tegenwoordig bomaanslagen aan’. Kortom, geen hotel wil je hebben, want de kans dat er iemand binnenloopt met een bom-riem om zijn heupen is te groot.

Dood of levend
Gisteren gebeurde het weer. Ditmaal in Karachi, een politica doodgeschoten, Zahra Shahid Hussein. En de bommen blijven er als dodelijke confetti uit elkaar spatten. Het nieuws doet mijn gedachten weer even terug gaan naar alle mensen die ik er heb ontmoet. Wie zouden er nog leven en wie niet? De politieagenten? De chagrijnige receptionist? De vrouwen die er op stonden dat ik in de trein met hen mee at? De vriendelijke families bij wie ik op de mierzoete thee werd uitgenodigd? Ik denk nog wel eens aan dat vreselijke moment dat ik moederziel alleen bij de gate in Teheran stond, terwijl er een vlucht naar Amsterdam op het punt stond te vertrekken naar Nederland, terwijl ik zo nodig naar Pakistan wilde vliegen.

Reisjournalist Iris Hannema (1985) reist sinds 2008 schrijvend en fotograferend, in haar eentje, de wereld over. Als u wilt weten waar zij zich nu bevindt, kunt u haar volgen op Twitter. Hieronder een kort filmpje waarin Iris door Pakistan’s Karachi wandelt.

Meer leuke content? Like ons op Facebook