Waarom Nico Dijkshoorn geen dichter is

Is ‘de dichter met het grootste publiek uit de Nederlandse geschiedenis’ eigenlijk wel een dichter? Nee, zegt prof. dr. Geert Buelens, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Nico Dijkshoorn is géén dichter.

In een van zijn colleges voor de Universiteit van Nederland gaat Buelens in op de vraag: Wat is poëzie? Wanneer is een tekst een gedicht? Het antwoord op deze vraag is als volgt samen te vatten. Con sordino (“Een seksgedicht, niet voor BNN maar voor de EO”) van Martinus Nijhoff is te herkennen als een gedicht. Het is een gecontroleerde tekst, er is sprake van een metrum en de woorden en de zinnen klinken en ogen melodieus.

Toch zijn een vast metrum of rijm niet de belangrijkste kenmerken van een gedicht. Een tekst zonder metrum of rijm kan ook een gedicht zijn. Nee, alles draait om ritme. Buelens legt uit: “De vorm van het gedicht is de mal waarin Nijhoff de woorden giet. Iemand als Paul van Ostaijen, een tijdgenoot van Nijhoff, gebruikt geen mal. Hij heeft een idee om het ergens over te hebben en werkt dat uit. Zonder vorm en zonder rijm. Maar hij schrijft wel met een zekere ritmische drive, waardoor we zijn teksten als gedicht herkennen. In de gedichten van Dijkshoorn ontbreekt elke vorm van ritme. Zijn gedichten zijn daardoor eerder verhalen dan gedichten.”

Bekijk het college hieronder:

Meer leuke content? Like ons op Facebook