Zwart IJs (en allesbehalve zwarte mensen)

Eerst is er alleen maar een uitzicht.
Lange sloten als bibberige potloodstrepen die in het niets van de horizon verdwijnen.
Op de vensterbank staan twee vazen gebroederlijk naast elkaar.
De lucht is ochtendijl, en helblauw. Vorstlucht.
Twee vazen, gebroederlijk naast elkaar in de vensterbank.
Het volgende moment staat er een man in het weiland.
Zijn adem is een wolkje, hij omhelst zichzelf om warm te blijven.
Dan stapt de man van het weiland op het water.
Het gruizige geluid van kruiend ijs.

In de documentaire Zwart IJs, van de hand van Geertjan Lassche, die eerder al haartje voor haartje de pleisters van Thomas Dekkers ergste wonden afpulkte in de documentaire Thomas Dekker: niemand kent mij, wordt de onderwerping aan twee Heren beleden: die aan Onze Vader (die in de hemelen zijt) en aan de hemel zelf: de ijskoude Koning Vorst, die zo eens in de twee decennia met zijn hand over zijn hart strijkt en het water stillegt opdat de onderdanen er gekleed in gesponsorde pakjes en dolle mutsen overheen kunnen glijden als over een net in de was gezette marmervloer.

Verkeerde dingen
Neem André Klompmaker, wiens armen door de lucht bewegen als benen over het ijs wanneer hij spreekt over schaatsen op natuurijs.
“Die lucht door je haar, langs je heen…”
André Klompmaker gelooft in God, in Jezus, in het hiernamaals en al het andere wat de dominee hem op zondag vertelt.
Vromer dan André Klompmaker zie je ze zelden.
Wanneer hij schaatst, voelt hij zich een met de schepping. “Dan kun je alleen maar zeggen: dankuwel, Heer.”

Zijn zoon Aleid is een talentvol schaatser. Hij pleit voor een wat modernere interpretatie van de Bijbel – zijn vader wil daar niets van weten. In het gezin Klompmaker gaat veel aandacht naar Aleids kleine broertje, met wie het niet goed gaat.
Aleid brengt zijn dagen daarom veel door met zijn grootvader, een onverstaanbare schaatsenthousiasteling die de dikte van de ijslaag in de gaten houdt zoals speculanten de beurskoers. Wanneer Aleid een wedstrijd schaatst, geeft zijn opa aanwijzingen: “GOED ZOGOEDZOGOEDZO, HUPHUPHUP GOED.”
Thuis, aan de keukentafel, zegt Klompmaker: “We moeten morgen onze zoon wegbrengen.”
Een afschuwelijke zin.
Daarna voegt hij eraan toe: “Als wij ’s morgens of ’s avonds in de spiegel kijken, dan zien we mensen die gewoon heel veel verkeerde dingen doen.”
Hij zegt nog net niet: we hebben het verdiend.
Wat die verkeerde dingen zijn, blijft onduidelijk. Maar de toorn Gods is altijd aanwezig bij de familie Klompmaker. (Later in de documentaire zal Aleid tegenover Lassche bekennen dat hij zich af en toe afvraagt wanneer hij nu voor het laatst echt aan God heeft gedacht en dat dat vaak best lang geleden is).

Een ander personage in Zwart IJs is marathonschaatser Geert-Jan van der Wal.
De camera volgt Geert-Jan tijdens een fietstraining en wanneer die is voltooid, zet hij zijn fiets tegen de schuur en wordt van schaatser weer boer.
Het volgende moment huppelen de koeien bokkend de wei in. En de kijker hoort de stem van Geert-Jan: “Een goeie koe is voor mij een koe die altijd op de top presteert.”
Geert-Jan wil graag voor de kerk trouwen met zijn vriendin, met wie hij al samenwoont.
Geert-Jan noemt haar ‘het beste dat hem ooit is overkomen.’
De kerkenraad denkt daar anders over: ze zien Geert-Jan en zijn vriendin te weinig in de kerk, ze zijn niet fanatiek genoeg.

“Ach, wat is fanatiek?” mompelt Geert-Jan.
“Jij als topsporter weet best wat fanatiek is,” neuzelt de dominee.

Hij heeft gelijk: het heilige vuur van het geloof smeult nog wel in Geert-Jan, maar het is geen uitslaande brand, zoals bij de dominee. Of bij René Ruitenberg, de grote marathonkampioen, die ooit een nationale bekendheid was en met zijn broer Henri bij Ivo Niehe aanschoof.
René Ruitenberg nam het niet zo nauw met het geloof – wat dat betekent, mag de kijker zelf bedenken. Maar sinds de dood van de vrouw van Henri wijdt René zijn leven aan de Heer: samen met zijn vrouw baat hij een soort hip reclamebureau voor de Kerk uit.
Stichting Geloofshelden, heet het.
Zijn vrouw zegt dat God René vaak wakker maakt, soms midden in de nacht.

Gewetensbezwaren
Het geloof is leidend. De kerk bepaalt.
Tot de Vereniging voor Friesche Elfsteden een persconferentie afkondigt.
Dan is er plots nog een God die aanbeden kan worden.
Zelfs René Ruitenberg besluit te starten, ook als die Elfstedentocht op zondag is.
Slechts één man weigert categorisch op zondag te schaatsen.
André Klompmaker haalt speciaal voor de cameraploeg zijn Elfstedenkruisje uit de kast, zijn vingers betasten het metaal zacht en liefdevol.
Hij heeft gewetensbezwaren, hij verkoopt schaatsspullen aan mensen die op zondag schaatsen – maakt hij nu de zonde mogelijk?
Als de dominee hem aanraadt de bezoekers van zijn winkel aan te spreken op hun goddeloze voornemens, mompelt André Klompmaker: “Maar als ik ’s avonds in de spiegel kijk, dan staat daar ook een zwart mens.”

Zwart IJs is een documentaire vol mededogen. Een gedachte blijft hangen: Koning Vorst, geef ons twee maanden -10, speciaal voor Aleid en Geert-Jan.
En een Tocht, op zaterdag.
Alleen voor André Klompmaker, allesbehalve een zwart mens.

Bekijk de documentaire ‘Zwart IJs’ hier.

Meer leuke content? Like ons op Facebook