Spring naar de content
bron: Johan Kleinjan

Nederland verpreutst

Douchen in je onderbroek, onschuldige naakten die gecensureerd worden, jongeren die hun seksuele debuut uitstellen... Is Nederland aan het verpreutsen? Waait er een gure Victoriaanse wind door het land? En waar komt die dan vandaan? ‘De kinderen van de seksuele bevrijders willen weer duidelijkheid en regels.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: De Redactie

Als je van de vrijheid blijheid-generatie bent, opgegroeid in de jaren zestig en zeventig, kijk je tegenwoordig regelmatig met verbazing om je heen. Onschuldige foto’s van kinderen met ontbloot bovenlijf worden van een expositie verwijderd, Facebook censureert alles wat maar op een tepel lijkt, samen douchen op de sportschool is er niet meer bij, de boerkini rukt op, naaktstranden worden gesloten en onlangs werden meer dan dertig abri’s vernield omdat er op een poster van Suitsupply twee zoenende mannen te zien waren.

[blendlebutton]

Er waait een gure Victoriaanse wind door het land, verklaren sommigen: Nederland verpreutst. Maar tegelijkertijd vliegt, dankzij internet, de pornografie je om de oren, wordt de publieke ruimte behangen met seksueel getinte marketingcampagnes, schijnen jongeren massaal aan sexting te doen en kun je bij de publieke omroep terecht als je wilt leren spuiten en slikken. Een groter contrast is bijna niet denkbaar: we zijn onbetaamd beschaamd!

Kortgeleden was het weer raak. In november verwijderde het WTC in Den Haag twee foto’s van fotografe Vivian Keulards. Ze werden door een in het WTC gevestigd bedrijf aanstootgevend geacht. “Ik wist niet wat ik hoorde,” zegt Keulards, terugblikkend op alle commotie. “Het betrof twee portretten van kinderen met ontbloot bovenlijf. Op een van de foto’s stond mijn dochter van zes. Die foto is inmiddels acht jaar geleden gemaakt en klachten heb ik nog nooit gehoord of ontvangen over dit beeld, zelfs niet in Amerika, waar het op verschillende plekken heeft gehangen. Ik was onderweg naar Paris Photo, de grote fotofair in Parijs, toen ik werd gebeld met de mededeling dat er twee foto’s van de muur waren gehaald.

Ik was flabbergasted. Totaal gechoqueerd. Ik dacht: dit kan niet waar zijn, in Nederland? Dit zijn kunstportretten waar werkelijk geen seksueel of pornografisch tintje aan zit. Ik dacht: dit kan ik niet over mijn kant laten gaan. Het raakte me emotioneel, omdat ik als fotografe werd veroordeeld op basis van een interpretatie die iemand over mijn werk maakte. Mijn werk was besmet geraakt. Het feit dat iemand iets schreeuwt en vervolgens iedereen in de houding springt zonder mij de kans te geven op een weerwoord, heb ik als buitengewoon kwetsend ervaren. Terugblikkend denk ik dat het niet zozeer preutsheid was waarom dit gebeurde, maar angst. De angst om als ‘fout’ bestempeld te worden. Dat maakt dat we overgevoelig zijn geworden voor bepaalde onderwerpen.”

Het is een typerend voorbeeld van hoe een samenleving die wordt gedreven door angst, uiteindelijk vervalt in preutsheid en ‘overdreven’ zelfcensuur. Wie te dicht bij bepaalde onderwerpen komt, ook al is er slechts sprake van een subjectieve interpretatie, loopt flinke kans zijn vingers te branden. Keulards: “Op Paris Photo hing een portretserie uit de jaren zeventig van naakte adolescente jongens en meisjes, gemaakt in de studio door de bekende Amerikaanse fotografe Ellen Brooks. Het werk heeft in verschillende musea gehangen. Ik realiseerde mij dat ik zoiets nu niet meer zou durven maken. Tijden zijn veranderd, het doet dus toch iets met je. Of deze WTC-kwestie mijn werk zal veranderen? Ik heb me voorgenomen geen concessies te doen aan mijn creatieve vrijheid en mij niet te laten leiden door dit soort overgevoelige reacties vanuit de samenleving. Gelukkig zijn het nog incidenten, maar ik maak me wel zorgen om dit soort ontwikkelingen. Waar ligt de grens?”

Terwijl er enerzijds sprake lijkt van een toenemende preutsheid, lezen we al een jaar of tien alarmerende berichten over de pornoficatie van de samenleving. Onder de vloedgolf aan porno zou de jeugd vervallen tot het niveau van breezersletjes en asopubers. Er zou sprake zijn van een ongekende zedenverwildering en ontspoorde seksuele moraal. Recent onderzoek van Rutgers naar de seksuele moraal onder jongeren wijst echter op het tegendeel: jongeren beginnen juist later aan seks. Met 18,6 jaar heeft de helft van de jongeren geslachtsgemeenschap gehad, in 2012 was dat nog met 17,1 jaar.

Deze trend geldt voor alle vormen van seks: ook de eerste ervaringen met tongzoenen, voelen en strelen, vingeren en aftrekken en orale seks vinden één tot anderhalf jaar later plaats dan vijf jaar geleden. Er is een lichte daling zichtbaar in het aantal jongeren dat seksuele grensoverschrijding meemaakt. In 2012 gaf 5 procent van de jongens en 17 procent van de meisjes aan bij hun eerste keer geslachtsgemeenschap overgehaald of gedwongen te zijn, in 2017 was dit respectievelijk 3 procent en 14 procent. 2 procent van de jongens en 11 procent van de meisjes geeft aan dat ze ooit zijn gedwongen om iets te doen of toe te staan op seksueel gebied wat ze niet wilden. In 2012 was dat respectievelijk 4 procent en 17 procent. Jongeren zijn dus helemaal niet zo verwilderd geraakt als vaak wordt beweerd en hechten juist veel meer dan vorige generaties aan een monogame relatie. Pornoficatie en ‘verpreutsing’ lijken wel hand in hand te gaan.

“Jongens zijn stoer als ze bepaalde grenzen overgaan en meisjes zijn al snel sletten,” zegt filosoof en seksuoloog Erik van Beek. Van Beek: “Die ouderwetse en conservatieve moraal wordt versterkt door de sociale media. Als meisje moet je in het internettijdperk nog meer dan vroeger opletten dat je uit handen blijft van enge mannen die over jouw grenzen gaan. Gevolg: een preoccupatie met het slachtofferschap van vrouwen en daderschap van mannen. Dat vrouwen ook daders kunnen zijn en mannen slachtoffer, is nog steeds een blinde vlek. Daardoor worden oude beelden over vrouwelijkheid en mannelijkheid continu herhaald en versterkt.”

Van Beek: “Ik zeg niet dat internet slecht is. Ook de gemakkelijke beschikbaarheid van pornografie heeft positieve kanten. Jongeren leren snel wat er allemaal mogelijk is en vullen zo hun fantasie, wat hen later in de praktijk kan helpen in de gezamenlijke en creatieve beleving van seksualiteit. Ik denk dat jongeren daardoor tegenwoordig creatievere en veelzijdigere seks hebben dan vroeger. Tegelijkertijd zie je echter ook een trend tot internalisering. Oftewel jongeren kijken veel porno, zijn langer bezig met soloseks en stellen de gezamenlijke gemeenschap nog even uit.

Men beleeft de seksualiteit meer ‘van binnen’. Ik weet niet of dat per definitie slecht is of dat het met preutsheid te maken heeft. Eeuwen geleden was het volstrekt normaal dat je hardop las; pas later zijn mensen in stilte gaan lezen. Het lezen is daardoor misschien individueler, maar niet van mindere kwaliteit geworden. Het is ook helemaal niet slecht als mensen meer aan zelfbevrediging doen, maar ik zie wel een probleem met het fenomeen verslaving aan pornografie.

“Terwijl je in Amerika juist een soort hysterische medicalisering op dat vlak ziet, met horrorscenario’s over onomkeerbare hersenschade, hebben we in Nederland de neiging om de ernst ervan te bagatelliseren. We zijn namelijk als de dood dat die discussie een negatieve invloed heeft op onze verworven seksuele vrijheden. We willen niet in een ongewenste seksuele moralisering terechtkomen. Dat er echter wel degelijk iets aan de hand is, zie ik regelmatig in mijn spreekkamer. Mensen die daar gevoelig voor zijn, raken verslaafd aan het kijken naar porno, net zoals er gameverslaving en Facebookverslaving bestaan. Dat zijn hardnekkige verslavingen. Een seksprikkel is al leuk en als-ie dan ook nog via geslepen algoritmes keer op keer wordt vermenigvuldigd, zodat je er als kijker helemaal in meegetrokken wordt, is het dubbel zo moeilijk om er weerstand tegen te bieden. Met pornografie is op zich niets mis, maar ik signaleer in Nederland een neiging tot onderdiagnosticering van pornoverslavingsproblemen, mede uit een soort angst voor Amerikaanse toestanden.”

Terwijl ik deze woorden schrijf ‘bliept’ op mijn telefoon mijn Facebookapp en lees ik dat de almachtige censuurcommissie van het grootste dorpsplein ter wereld weer eens een aanstootgevende foto in de ban heeft gedaan. Het betreft een afbeelding van een ongeveer 27.000 jaar oud venusbeeldje dat bekendstaat als de Venus van Willendorf en dat deel uitmaakt van de collectie van het Naturhistorisches Museum in Wenen. Facebook is inmiddels op de knieën en heeft excuses aangeboden voor de bizarre censuur. Maar het is niet de eerste keer dat de scherprechters van Facebook zich vergissen. Deze maand moet een rechter in Frankrijk zich uitspreken in de zaak over een Facebookgebruiker die zijn profiel afgesloten zag, nadat hij een afbeelding van L’origine du monde van Gustave Courbet had gepost. U weet wel: dat provocerende schilderij uit het Musée d’Orsay waarop de schilder nogal letterlijk inzoomt op de venusheuvel van zijn model. Anderhalve eeuw na dato blijkt het schilderij voor sommigen weer net zo aanstootgevend als in 1866. Je vraagt je af hoe dat mogelijk is, een halve eeuw na de seksuele revolutie.

De verklaring is simpel: de wereld is door internet zo klein geworden dat verschillende morele opvattingen over wat wel en niet betamelijk is met elkaar in conflict komen. Facebook en Google zijn nu eenmaal Amerikaanse bedrijven en die houden er strengere en conservatievere regels op na dan wat wij in Europa vanzelfsprekend vinden. Hoe zit het dan met die Amerikaanse seksuele moraal? “De publieke norm in Amerika ligt anders,” zegt Amerika-kenner Frans Verhagen. “Er is een sterke scheiding tussen wat je doet, zegt en laat zien in de publieke ruimte.

Daarom heb je al die ‘beeps’ als er in een Amerikaanse film een scheldwoord klinkt. Voor ons is dat lachwekkend, maar Amerikanen streven ernaar om de publieke ruimte schoon te houden. Ze trekken een scherpe grens voor wat acceptabel is. Een mooi voorbeeld is dat superbowlconcert – een jaar of vijftien geleden – waarin Janet Jackson haar blote borst publiekelijk toonde. Daar wond Amerika zich behoorlijk over op. Logisch, want ze deed dat bewust. Die hele show was erop gemaakt. Er stonden rappers met seksueel getinte teksten en er werd tegen elkaar op gereden op het podium. Alles was gericht op provocatie.

De Nederlandse media begonnen vrijwel onmiddellijk met het vingertje te wijzen: kijk die gekke Amerikanen nou toch eens. Dat vond ik kwalijk, want het ging niet zozeer om die ene borst, het ging over het feit dat Janet Jackson doelbewust de consensus schond over het schoonhouden van de publieke ruimte. Ik vind dat niet zo verkeerd. Er zijn immers ook mensen die zich daaraan ergeren en in de publieke ruimte dien je een beetje rekening met elkaar te houden. Van die aanpak zouden we hier in Nederland wat kunnen leren. Ik vind het als ik over straat loop ook vervelend om geconfronteerd te worden met allerlei seksueel getinte reclameboodschappen. Als ik naar de publieke omroep kijk, wil ik niet eerst langs allerlei seksueel getinte programma’s als Veertig dagen zonder seks, Spuiten en Slikken en noem ze allemaal maar op moeten zappen. In wezen zijn wij in Nederland een stuk intoleranter dan in Amerika. Een kleine elitaire groep bepaalt namelijk dat de rest preuts is en niet zo moet zeuren.”

Verhagen: “De nadelige kant van de Amerikaanse seksuele moraal is dat er in Amerika een groep is die simpelweg ontkent dat seksualiteit bij het bestaan hoort. Die groep, veelal evangelische christenen, weigert onder andere een discussie aan te gaan over de beschikbaarheid van voorbehoedmiddelen. Daardoor krijg je de bijzondere situatie dat Amerika de strengste abortuswetgeving kent, maar ook het hoogste aantal abortussen. Amerikanen hebben een enorme capaciteit om de werkelijkheid te ontkennen. Die hele abstinence-beweging, waarbij seks voor het huwelijk verboden is, heeft een enorme vlucht genomen in conservatief Amerika. Het is ontegenzeggelijk waar dat als je geen seks bedrijft, je ook niet zwanger kunt worden, maar de realiteit is dat tieners nu eenmaal aan seks doen. Wat dat betreft kunnen de Amerikanen nog wel iets van ons leren.”

In hoeverre is de Amerikaanse moraal van invloed op die in Europa? Verhagen: “Van Facebook en Twitter heb ik weinig verstand, maar je ziet dat wij moeten voorkomen dat verschillende groepen in de samenleving geen contact meer met elkaar hebben, zoals in sommige delen van Amerika het geval is. Als je net doet alsof wat in Californië gebeurt, normaal is en al het andere abnormaal is, dan is discussie niet meer mogelijk en polariseert de samenleving. Ik zie dat gevaar hier ook wel. Dat een zogenaamd weldenkend grachtengordel-gezelschapje van mening is dat dat de rest van de samenleving bekrompen is. Er wordt veel geneuzeld over moslims die homo’s niet accepteren, maar we hebben twee partijen (SGP en ChristenUnie) die dat ook niet doen. Als je dat feit negeert, verlies je het contact.”

Op de vleugels van de #MeToo-beweging kwam afgelopen maand ook Monica Lewinsky, twintig jaar na haar blowjob in de Oval Office, uit de kast. In Vanity Fair stelde ze voor het eerst dat er wel degelijk sprake was van machtsmisbruik in het Witte Huis. Lewinsky: “Hij was 27 jaar ouder en de machtigste man op aarde. Ik kwam net kijken. Het was mijn eerste baan na mijn studie. Dus ja, in hoeverre kun je dan eigenlijk spreken van wederzijds genoegen? Ik had zo weinig levenservaring vergeleken bij hem. (–) Ik heb enorm veel te danken aan de heldinnen van #MeToo en #TimesUp. Zij spreken zich uit tegen machtige mannen, die al veel te lang hebben kunnen doorgaan met aanranding, seksueel misbruik en machtsmisbruik.”

Verhagen: “Ik denk dat de Amerikaanse samenleving Clintons gedrag altijd al heeft veroordeeld, maar als hij niet zes maanden lang had gelogen, was hij er vermoedelijk mee weggekomen. Dat er sinds #MeToo een beweging op gang is gekomen die dit soort machtsmisbruik in de schijnwerpers zet, vind ik alleen maar prijzenswaardig. Veel bedenkelijker vind ik de rol van de Nederlandse media in deze hele affaire. Nederland heeft Clinton altijd de hand boven het hoofd gehouden. Ik was destijds meteen al van menig dat hij moest opstappen en schreef dat ook in de Volkskrant, wat me op een bak kritiek kwam te staan. De critici waren van mening dat je een Democraat als Clinton niet mocht aanvallen.” Verhagen waarschuwt voor vergelijkingen tussen Amerika en Europa. “Het zijn toch twee zeer verschillende samenlevingen. De Lewinsky-zaak laat echter wel zien dat ook wij de verleiding niet kunnen weerstaan om ‘creatief’ met de werkelijkheid om te gaan.”

Wat Nederland betreft kun je je afvragen of de seksuele revolutie ons überhaupt wel de vrijheid heeft gebracht waar de beweging in de jaren zestig voor ijverde. We lullen ons suf over seks. Dat is waar, maar ‘praten over seksualiteit is nog geen bevrijding’, zei de Franse filosoof Michel Foucault al. En zo is het maar net. De bioscoopzalen trekken hordes jongeren en vriendinnengroepen voor de Vijftig tinten-films, maar sadomasochisme is maatschappelijk nog verre van geaccepteerd.

Toegegeven, die rare jaren zeventig, toen alles maar moest kunnen (van pedofilie tot dierenseks), waren ook een eigenaardig exces. Een flink deel van de Nederlanders beschouwt homoseksualiteit niet meer als vies, maar twee zoenende homo’s in het openbaar roepen buiten de grachtengordel nog steeds weerstand op. Of het moet op de Gay Pride zijn, maar dat is inmiddels een recreatief evenement geworden waar je vooral naartoe gaat om te laten zien dat je aan de goede kant van de samenleving staat. Anno 2018 is het zelfs weer mogelijk dat een (inmiddels afgetreden) kandidaat-raadslid van een politieke partij (Yernaz Ramautarsing van Forum voor Democratie) in het openbaar discriminatoire uitspraken doet over homoseksualiteit, IQ en ras.

De seksuele revolutie was onderdeel van een idealistische stroming die geloofde in een betere wereld. Als we maar naakt de liefde zouden nastreven, zou de wereldvrede vanzelf wel komen: Make love, not war.

Van Beek: “Dat was uniek en noodzakelijk in de geschiedenis, maar het was niet veel meer dan een generatieconflict en emancipeerde slechts zeer specifieke groepen. De kinderen van de seksuele bevrijders wilden vervolgens weer duidelijkheid en regels. Zo zie je dat er in de seksuele moraal altijd sprake is van een golfbeweging: de ene generatie verzet zich tegen de andere. De rode draad is echter al veertig jaar lang dat we vooral bezig zijn met emanciperen van groepen. Het gaat altijd om de homo’s, de transgenders, de mannen of de vrouwen. Daardoor lijkt het alsof er geen onderscheid is tussen individuen binnen een groep. Een man die weinig seksuele behoefte heeft, verdwijnt volledig binnen de focus van het groepsstereotype. Ik vind dan ook dat we ons, in de geïndividualiseerde samenleving van nu, veel meer moeten gaan focussen op de emancipatie van individuen binnen een groep. Dus niet, zoals de NS nu doet, het ‘dames en heren’ vervangen door ‘beste reizigers’ omdat je de transgenders niet wilt discrimineren.”

Dus ook niet, zoals een topambtenaar van het Duitse ministerie voor Familiezaken in maart voorstelde, het Duitse volkslied transgendervriendelijk maken door woorden als ‘broederlijk’ en ‘vaderland’ te schrappen. Van Beek: “Dan sluit je ze juist uit, want de subgroepen willen gehoord worden en de boodschap erachter is dat het moet lijken alsof er geen verschillen meer bestaan. Alsof iedereen gelijk is, maar dat is niet zo. Dat noem ik hypercorrectie. Het is een versimpeling van de werkelijkheid om de complexiteit ervan beter te kunnen hanteren. Ik zie nog wel toekomst voor een seksuele revolutie 2.0: de bevrijding van het individu. Dan gaat het niet meer om de gelijkheid, maar om de erkenning van het verschil tussen mensen.”

Bij uitgeverij Van Oorschot verschijnt deze maand Onder de toonbank, een koffietafelboek over de geschiedenis van de Nederlandse pornografie, €49,99.

[/blendlebutton]