Waarom u jong moeder moet worden

Ze zeggen dat je niet alles kunt hebben, als vrouw. Een leuke baan én kinderen én liefde én seks én geluk én een mooi lichaam én een fijn sociaal leven. Maar alles hebben kan wel. Als je maar jong begint. En niet naar mannen luistert.

Al jaren woedt in de media een discussie over leeftijd en moederschap. Vrouwen laten zich weinig gelegen liggen aan alle pleidooien om er jong aan te beginnen, blijkt uit de statistieken: hoogopgeleide vrouwen krijgen hun eerste kind rond hun drieëndertigste, en dat cijfer is al jaren gelijk. Onlangs werden ook vaders in de discussie betrokken door een geruchtmakend Deens onder zoek dat uitwees dat kinderen van oudere verwekkers een grotere kans lopen op psychische problemen.

Voorstanders van jong moederschap waren tot nu toe vooral beleidsmakers, christelijke politieke partijen en gynaecologen. Zo introduceerde gynaecoloog en hoogleraar voortplantingsgeneeskunde Egbert te Velde al in 1991 de leus ‘Een slimme meid krijgt haar kind op tijd’. De beleidsmakers, die jong moederschap wilden bevorderen om het Nederlandse geboortecijfer omhoog te krijgen, zeiden het hem graag na.

Maar het overheidsbeleid heeft tot nu toe niet veel effect gehad. Logisch, want daar wil je als jonge vrouw helemaal niet naar luisteren. Je beslist zelf wel of, wanneer en hoe vaak je je je wilt voortplanten.

Maar de gynaecologen hadden wél een punt. Want de kans dat alles goed gaat – van snel zwanger worden, gezonde baby’s baren, op een natuurlijke manier bevallen tot aan het herstel van je lichaam na afloop – is nu eenmaal een stuk groter als je jong bent. Al vanaf je dertigste neemt je vruchtbaarheid af. “De kans dat een vrouw van veertig binnen een jaar zwanger is, is 44 procent,” schreef Mensje Melchior vorig jaar in een opiniestuk over ‘uitstelmoeders’ in de Volkskrant onder de kop ‘Wat nou, te laat?’ Dat is een schrikbarend cijfer, of niet natuurlijk – afhankelijk van hoe belangrijk je het vindt om (snel) zwanger te kunnen worden. Melchior tilt er kennelijk niet zo zwaar aan.

Hoewel ik het niet met haar eens was, snapte ik haar betoog wel. Ook zij wilde verschoond blijven van andermans bemoeizucht, ook die van artsen. Het lukt me heus nog wel op mijn veertigste om een kindje te krijgen als ik dat wil, redeneerde zij: kijk maar, ik heb nog bijna 44 procent kans, en anders zijn er nog allerlei andere mogelijkheden, zoals ivf. Melchior is lang niet de enige uitstelmoeder die zich in het debat mengt. Voormalig HP/De Tijd-redacteur Astrid Theunissen schreef het boek Slappe zakken, een aanklacht tegen de levede-lolmannen die haar kinderwens weigerden in te willigen, waarna ze uiteindelijk maar bommoeder werd. En op het schoolplein zie ik dat alle andere (overwegend blanke en hoogopgeleide) moeders de veertig zijn gepasseerd. Ik ben daar héél erg jong, als 31-jarige moeder met een zoon van bijna acht.

Of andere mensen zich voortplanten of niet, kan mij niets schelen. Geen kinderen nemen is zelfs beter voor het milieu; overbevolking is volgens The Good Club, een filantropenclub onder leiding van Bill Gates, het grootste wereldprobleem. Ik heb geen christelijke achtergrond, en ik maak me ook geen zorgen om ons geboortecijfer. Maar ik weet wel een aantal andere goede redenen om, los van vervliegende vruchtbaarheid om, jong aan kinderen te beginnen, als je ze toch wilt. Het beste argument tegen uitstellen: jong moeder worden is heel erg leuk.

Lees het hele pleidooi voor vroeg moederschap van Pauline Bijster in de nieuwste editie HP/De Tijd, dat nu in de winkel ligt. Bekijk hier de overige onderwerpen, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Meer leuke content? Like ons op Facebook