Spring naar de content

Energiedrank? De ‘vleugels’ breken behoorlijk hard af

Een nachtje doorhalen voor een belangrijk tentamen (niet verstandig!), een sportwedstrijd waar goed gepresteerd moet worden of een slaapverwekkende docent voor de klas. Sport- en energiedrankjes lijken voor veel jongeren uitkomst te bieden: een paar flinke slokken en ze kunnen er weer tegenaan.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Carlijn Teeven

Op korte termijn misschien wel. Maar uiteindelijk blijken de suiker- en cafeïnedrankjes nogal wat negatieve gevolgen met zich mee te brengen. Denk aan: meer roken, meer gamen en nóg meer zin in zoete frisdranken en vruchtensappen.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Nicole Larson, professor aan de Universiteit van Minnesota, Verenigde Staten, deed onderzoek naar het verband tussen sport- en energiedrankjes en het gedrag van jongeren. De deelnemers waren 2793 jongens en meisjes tussen de twaalf en achttien jaar. Een derde van de proefpersonen dronk minstens één keer per week een sportdrankje en 14,7 procent trok wekelijks een blikje energiedrank open.

De tieners die minstens één drankje per week consumeerden, besteedden meer tijd aan het spelen van games, dronken meer frisdrank en hadden vaker sigaretten gerookt dan de tieners die minder dan één drankje per week dronken.

Jongens die regelmatig energiedrank tot zich namen, speelden gemiddeld vier uur per week méér videospelletjes dan jongens die dat minder deden. Twintig procent van de jongens en meisjes die meer dan eens per week een energiedrankje dronken, zeiden ooit gerookt te hebben. Van de niet-drinkers was dat acht procent.

En hoewel de sportdrankjes ook deels deden waarvoor ze in eerste instantie bedoeld lijken (namelijk: meer lichaamsbeweging en een hogere participatie tijdens de gymlessen), zagen de onderzoekers ook een verband tussen het consumeren van de drankjes en de ongezonde gewoonten.

In maart 2013 bleek uit onderzoek van de Europese Voedsel Autoriteit dat 68 procent van de Europese jongeren energiedrank drinkt. 12 procent kan als ‘chronische gebruiker’ worden beschouwd: een gemiddelde consumptie van zeven liter per maand.