Op elk moment in je leven kun je alles zomaar kwijt zijn

Laatst ging op een middag de bel. Dit is een flauw begin voor een stukje maar ik vind het wel best. Ik weet, vanaf nu kan er elk moment een olijke oom zijn hoofd om de deur steken, maar dat moet dan maar. Zo’n oom die altijd ‘leuk’ doet en dat je als kind hoopt dat ie es een keer dood neervalt tijdens zo’n gebbetje, gewoon omdat je het spuugzat bent dat iedereen denkt dat kinderen alles leuk vinden zolang het maar dom is en veel herrie maakt.

F.
De bel dus. Hij ging echt. Ik verzin het niet. Het raampje van mijn voordeur omlijstte het gezicht van vriendin F. Het paste er fraai in. F. leek op een stemmig stilleventje zo. Had ze een groot hoofd gehad, zoals ik zelf bijvoorbeeld, had de zaak er heel anders uitgezien. Ik zwaaide verheugd en F. zwaaide bangig terug. Wat was er gebeurd? Er lag een arsenaal van mogelijkheden klaar om F. haar paniek te duiden. Ik hou van dit soort momenten, ze zijn als minuscule stukjes niemandsland, braakliggende terreintjes midden in een strak georganiseerde metropool. Op zulk soort plekken komen nog vlinders voor, bijzondere plantsoorten.

Kinderfietsje
Ik draalde rond in de kleine hal, raapte zogenaamd post op, gewoon om het moment te rekken. Het moment van het zalige niet-weten. Toen ik de deur opendeed viel mijn mond open. Ik zag mezelf in het raampje van de deur weerspiegeld, ik had niet misstaan op de voorpagina van het blad Karper. F. stond op het pad in een huispak en op Spaanse sloffen. Achter haar een rood kinderfietsje met een felroze toeter erop (model cupcake) en een gebloemd zadeldekje. Er zaten nog net geen felgekleurde melkdoppen op de wielen. F. keek ongelukkig. Ik vroeg mij af of ik iets gemist had. Had ik vaker bij F. langs moeten gaan, was ze langzaam van het padje geraakt, moest ik hulp inschakelen?

Stuurloos
F. begon te vertellen. Ze had op de kat van de buren moeten passen en dat beest was de deur uitgerend op hetzelfde ogenblik dat F. was binnengekomen. In huispak. Terwijl zij als een dolle achter de kat aan was gesjeest was haar voordeur boos in het slot gevallen. Haar hond zat nu in de woonkamer opgesloten samen met een boterham met kaas, die op de bank lag. F. keek nog sipper toen de boterham ter sprake kwam. Daar zou inmiddels weinig meer van over zijn. Of ik een sleutel had. Ik moest haar teleurstellen. Die had F. al eens eerder opgehaald in zo’n zelfde situatie, wist ze nog? F. zuchtte. Ik zuchtte terug. Er bromde een vlieg stuurloos om het roze cupcaketoetertje heen.

‘Op elk moment in je leven kun je alles zomaar kwijt zijn,’ sprak F. verdrietig. Ik knikte. De vlieg vloog naar binnen, zo de kamer in.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook