Derde Hobbitfilm is laatste bezoek aan Midden-Aarde om nooit te vergeten

The Hobbit: The Battle of the Five Armies beloont de fans en de niet-fan eindelijk voor hun engelengeduld. Distributeurs New Line Cinema, Metro-Goldwyn-Mayer en WingNut Films smeerden de circa driehonderd pagina’s die J.R.R. Tolkien uitgaf in 1937 over 474 minuten, en regisseur Peter Jackson geeft de laatste pagina’s een sausje dat zowel smaakt naar The Lord of the Rings als computeranimatie.

De laatste episode van de Hobbittrilogie begint luttele seconden na het abrupte (en weinig verzadigende) einde van het vorige hoofdstuk. Hobbit Bilbo Baggins (Martin Freeman) en zijn dwergencompagnons onder leiding van Thorin Oakenshield (Richard Armitage) kijken machteloos toe hoe de draak die zij ontwaakten zijn vuur spuwt over onschuldige dorpelingen. Een visueel spektakel, waarbij acteur Benedict Cumberbatch een korte finale krijgt als de iconische draak Smaug – althans, zijn donderende stemgeluid en expressieve gezichtsmimiek. Regisseur Jackson pakt uit. Brandende sets, vliegend puin en acrobatische stunts – vastgelegd vanuit alle mogelijk hoeken. Het is het vakmanschap dat zijn The Lord of the Rings tot een waar epos maakte.

De bombastische opening is wel duidelijk een restje ‘vorige film’. In het originele plan zou The Hobbit immers een tweeluik worden, tot men besloot dat er voldoende materiaal was geschreven en gefilmd om er tweeënhalf uur aan vast te plakken. Wat dat betreft kunnen we opgelucht ademhalen dat het na deze derde film klaar is: enkele plots uit het scenario van Jackson, zijn vrouw Fran Walsh, Philippa Boyens en Guillermo del Toro duurden lang – te lang.

The Battle of the Five Armies verwijst naar de slag om de oude dwergenschat die de hoofdfiguren hebben geborgen. Met andere woorden: Jackson – een actieregisseur pur sang – kan de budgettaire kraan volledig opendraaien, zoals hij dat deed bij de twee legendarische veldslagen in de laatste twee delen van The Lord of the Rings. Maar tijden zijn veranderd, en Jackson, een groot voorstander van computeranimatie, presenteert zijn fans een slag van vijf legers in een eigentijdse stijl.

Jackson is vaak geroemd om zijn gebruik van vele figuranten in The Lord of the Rings. In groten getale toverde het Oscar-winnende kostuumdepartement en make-upteam de honderden acteurs en actrices om tot angstaanjagend realistische ork of betoverende elf. Daarnaast gebruikte Jackson zogenaamde ‘bigatures’ (grote miniaturen) om de fictieve steden uit Midden-Aarde uiterst gedetailleerde op film vast te leggen. Maar Jackson koestert al lange tijd een droom: een compleet digitale omgeving, zoals in Avatar en The Adventures of Tintin. (Noot: het Nieuw-Zeelandse Weta Workshop voorzag beide films, The Lord of the Rings en The Hobbit van special effects.)

The Battle of the Five Armies is één groot computeranimatiefestijn. Soms verbluft het, soms verwart het. Dat laatste is het geval bij dwergenkoning Daín, gespeeld door acteur-komiek Bill Connoly. Zijn verschijning houdt het midden tussen een videogamepersonage en Connoly zelf. Zo naadloos als de effecten meestal zijn verwerkt in de adembenemende landschappen van Nieuw-Zeeland, roept het heimwee op naar tijden waarin ork en elf er niet slechts levensecht uitzagen, maar dit ook waren.

Enkele tradities breekt Jackson echter niet. De immer opzwepende composities van Howard Shore en de beweeglijke lens van cameraman Andrew Lesnie keren terug voor de zesde maal. En ook een aantal visuele echo’s naar The Lord of the Rings doet maar moeilijk vergeten waar het allemaal mee begon.

The Hobbit: The Battle of the Five Armies vermoeit zo nu en dan, omdat elke conversatie eindigt met een close-up, gevolgd door een pseudo-heldhaftige oneliner. Ook struikelt het verhaal wanneer het romantiek probeert te verkondigen, in de vorm van de verboden liefde tussen dwerg Kíli (Aidan Turner) en een elf Tauriel (Evangeline Lily), hetgeen door de scenarioschrijvers is bedacht om het vrouwenquotum in Tolkiens materiaal iets op te krikken. Wanneer hun verhaal afloopt zult u zich afvragen welke meerwaarde het had.

Hebzucht speelt een grote rol, waarvan dwergenleider Thorin de personificatie wordt zodra hij in bezit is van de lang verloren goudschat van zijn voorvaderen. “Een schat als deze is niet in levens uit te drukken,” stelt hij bezeten en paranoïde. Kapitalisme voor kinderen, kun je stellen, want uiteindelijk is het een verlangen naar rijkdom dat de legers van dwergen, elven, mensen en orks doet botsen. Ook ontheemding is een terugkerend onderwerp; tegen het einde van de film weet vrijwel ieder personage hoe het is om huis en haard te verliezen.

Een ware traktatie is de reünie van een aantal prominente sterren uit de Tolkienfilms die als één front vechten tegen het kwaad: Ian McKellen als de erudiete tovenaar Gandalf, Cate Blanchett als de etherische Vrouwe Galadriël, Hugo Weaving als de wijze heer Elrond en Christopher Lee als Saruman. Vooral Lee verdient een staande ovatie voor zijn fysiek vermoeiende werk; de Britse acteur bereikte de nobele leeftijd van 92.

De Hobbit is opgeblazen tot disproportionele afmetingen, en helaas (maar geheel volgens verwachting) is de emotionele impact van de climax klein. Een tweeluik had hoogstwaarschijnlijk meer soelaas geboden. Hopelijk voor Jackson en zijn hondstrouwe team kijken we over een aantal jaar terug met eenzelfde blik als het legendarische The Lord the Rings.

‘The Hobbit: The Battle of the Five Armies’ draait nu in de Nederlandse bioscopen. 

Meer leuke content? Like ons op Facebook