De angst van vakantiehuiseigenaren

Tweemaal per jaar trekt mijn voetbalteam een weekend lang naar een plek in Nederland die voor stedelingen het midden tussen niets en nergens houdt. Naast het culturele programma dat bestaat uit een mix van dorpskroegen, restaurants en provinciale discotheken drinken we in het gehuurde huisje een paar biertjes en spelen we een spelletje. Soms een combinatie van beide.

Het vinden van zo’n huisje voor een voetbalteam is geen sinecure. Veel eigenaren zijn bang dat hun bezit met de grond wordt gelijkgemaakt door een zooitje door testosteron en drank geteisterde debielen. Dat merkte ik afgelopen winter ook toen ik belast was met de organisatie van het weekend. De uitbater van de Zuid-Limburgse notariswoning was over de telefoon vriendelijk, je krijgt vakantiewoningen kort na de feestdagen immers slecht verhuurd. Eenmaal bij de sleuteloverdracht vroeg hij argwanend wat voor groep wij waren. “Een voetbalteam,” antwoordde ik eerlijk. Zijn gezicht vervormde naar een stand alsof ik de huisjesverhuurder zojuist verteld had dat ik zijn trouwe Jack Russell tussen de grill van mijn auto heb moeten wegschrapen.

De verhuurder vroeg op lichtdwingende toon of wij voorzichtig wilden doen met de woning. “Uiteraard,” zei ik. Weinig gerustgesteld begon hij op zeurderige toon door te vragen of we niet gingen voetballen in het huis, of we rustige jongens waren, wat onze plannen waren. Hier stelde ik tegenover dat we al minstens 15 verschillende huisjes hadden gehuurd en overal nog welkom waren, netjes zouden opruimen en dat we weliswaar voetballers waren – maar wel aardige voetballers. Zelfs de hint naar Nescio klaarde de lucht niet. “Je begrijpt toch mijn zorgen,” kaatste hij terug. Ik knikte bevestigend om er vanaf te zijn, maar begreep er geen snars van. Na het betalen van een fiks bedrag hoopte ik als klant en niet als potentiële hooligan behandeld te worden.

Nadat ik dinsdag las over het uitje van enkele leden van de Amsterdamse studentenroeivereniging Nereus begreep ik met terugwerkende kracht enigszins de angst van de vakantiehuisjeseigenaar. De roeiers hadden geen spaan heel gelaten van een Brabants vakantiehuisje. Besmeurde dekbedden, kapotte lampen, brandschade in de keuken en een opgeruimdheid die doet denken aan Amsterdam Centraal ten tijde van de schoonmakersstaking. Geschatte schade: 10.000 euro.

Vanzelfsprekend is deze slooppartij een exces. Maar excessen bepalen het nieuws en voeden onze angsten. Vliegrampen zijn groot nieuws, maar de 37,5 miljoen vluchten die jaarlijks veilig aankomen niet. Berichtgeving over zinloos geweld in het uitgaansleven is angstaanjagend, maar we lezen niet over de enorme hoeveelheid mensen die na een avond zinloos gezuip en gezoen veilig in bed is beland. En zo lezen we ook over gesloopte vakantiehuisjes en niet over keurig achtergelaten weekendhuisjes.

Hoe het met het huisje in Limburg afgelopen is? De eigenaar, die geen interesse had in hoe ons verblijf was verlopen, concludeerde aanvankelijk dat het huisje op een kleine schadepost na in orde was. Hoewel we zeker wisten niet verantwoordelijk te zijn voor de schade, wilden we een welles-nietes-discussie voorkomen. Het restant van de borg zouden we binnen twee dagen terugkrijgen, maar ondanks enkele telefoontjes ontvingen we drie weken lang niets. Uiteindelijk meldde de eigenaar dat er bij nader inzien extra schoonmaakuren nodig waren geweest die hij deels in rekening zou brengen.

Aangezien we nog nooit een huis zo schoon hadden achtergelaten waren er twee opties. De schoonmakers hebben eerst uren genoten van het Limburgse heuvellandschap voordat ze aan de slag zijn gegaan of we waren bedonderd. Rancune is slecht, maar ik vroeg mij gisteren toch even af of je in Zuid-Limburg mooi kunt roeien.

Tim Jansen schrijft wekelijks columns voor HP/De Tijd, voornamelijk op het gebied van politiek, economie en sport.

Meer leuke content? Like ons op Facebook