De amorele definitiekwestie van de loonsverhoging van ABN Amro

Gisteren spitste de rel rondom ABN Amro zich toe op de vraag of Jeroen Dijsselbloem wel of niet heeft lopen jokkebrokken over de salarisverhoging: tegen de bank zou hij hebben gezegd dat hij die zou verdedigen, terwijl hij nu openlijk verkondigt dat hij die verhoging eigenlijk maar niks vindt. Bovendien wist de MinFin al lang van die verhoging en deed hij net of hij van niets wist – de hypocriet!

Los van het feit dat ook de Kamer al akkoord gaf voor die verhoging en er dus van wist (de pot verwijt de ketel), leverde de Dijsselbloem een fraai lesje ‘definieren’. Hij vindt namelijk dat hij wel degelijk woord heeft gehouden door de verhoging ‘juridisch en bestuurlijk’ te verdedigen (hij kan ook niet anders omdat het nu eenmaal zo is afgesproken), maar stelt in de Kamerbrief tevens hij er nooit een misverstand over heeft laten bestaan dat het in zijn ogen moreel verwerpelijk is.

Wie hier de ander het hardst heeft genaaid is moeilijk te achterhalen, maar de rel is een prachtig voorbeeld van wat Joris Luyendijk in zijn analyse over de bankenwereld beschrijft als het amorele gedrag van de bankiers. Zij zijn volgens de observaties van Luyendijk niet immoreel (strijdig met de goede zeden) maar amoreel: de vraag naar ‘goed of fout’ wordt simpelweg niet meer gesteld. Zo lang je binnen de regels van de wet handelt is alles geoorloofd, is het adagium van de financiële sector. Wie in staat is zijn emotie volledig uit te schakelen bij het maken van beslissingen wordt ‘professioneel’ genoemd, zeg maar gerust het bankiersnirwana.

Wat gisteren gebeurde is dat de discussie werd verlegd van een inhoudelijke (‘Is de verhoging moreel wenselijk?’) naar een amorele: heeft Dijsselbloem zich aan zijn afspraken gehouden, is hij betrouwbaar en bovenal professioneel geweest?

Ook toen de bestuurders aangaven af te zien van de loonsverhoging werd dit amoreel gemaakt. Het gebeurde niet omdat men het inhoudelijk niet (meer) te verdedigen vond, maar vanwege de maatschappelijke onrust die erover ontstond, en de beursgang in gevaar brengt. Hetzelfde geldt voor de raad van commissarissen, die de loonsverhoging juist verdedigde op amorele gronden: “We vinden het belangrijk dat gemaakte afspraken nagekomen worden”.

Tot gisteren. Toen kon ABN-commissaris Peter Wakkie – die volgens Quote het afgelopen decennium 14 miljoen euro bij elkaar sprokkelde – zich niet langer beheersen, zo lijkt het. Tegenover NRC verdedigde hij de salarisverhoging waar de bestuurders van afzagen (juist) inhoudelijk. De krant schrijft daar vandaag over: “Wakkie vond dat ook hun kant (die van de commissarissen – EvS) van het verhaal ten minste een keer verteld moest worden.

De grote vraag is nu of hij de enige was die dit vindt, of dat iedereen binnen de RvC (en de bank) dit vindt. Bij ABN Amro zeggen ze dat het een ‘eenmansactie’ was, maar volgens NRC is Wakkie door de andere commissarissen zelf naar voren geschoven als woordvoerder. Ook wist men bij afdeling voorlichting van het interview af.

Volgens de krant heeft Wakkie dan ook ‘onder druk zijn functie neergelegd’. Als ik een gok mag doen naar de achterliggende reden: niet professioneel gedrag.

Edwin van Sas becommentarieert voor HP/De Tijd hoofdzakelijk politieke en economische kwesties.

Meer leuke content? Like ons op Facebook