Een stukje Brazilië in de Veluwse bossen

Lennart Bloemhof 9 mei 2015 Sport

Het liefst willen de Nederlandse BMX’ers elke bocht en heuvel van de olympische baan nu al kunnen dromen, ruim voor de start van de Spelen van Rio de Janeiro in 2016. Het enige probleem? Die baan ligt straks een kleine tienduizend kilometer ten westen van Nederland te blaken in de Braziliaanse zon. Na dit weekeinde gaat de BMX-baan op Papendal daarom op de schop, met als doel een stukje Brazilië na te bouwen in de Veluwse bossen.

Het kopiëren van olympische BMX-banen is bekend werk voor sportkoepel NOC*NSF. Dit weekeinde rijden de BMX’ers op de wereldbekerwedstrijd op Papendal hun laatste ronden op de gedupliceerde olympische baan van Londen, die speciaal voor de Spelen in de Engelse hoofdstad in 2012 is aangelegd. De baan was begin 2011 zelfs eerder klaar dan het origineel. Met verbazing liepen journalisten van de Britse omroep BBC rond op het terrein tijdens de opening van de baan.

Ook voor de Spelen van Peking in 2008, toen BMX voor de allereerste keer op het olympisch programma stond, werd al de eerste tachtig meter van de baan nagebouwd. Dat voor de Spelen van Rio opnieuw de graafmachines van stal worden gehaald, is dan ook geen verrassing.

De Londen-baan op Papendal.
De Londen-baan op Papendal.

Sleutelstukken
Een aantal maanden geleden kreeg bondscoach Bas de Bever voor het eerst een tekening van de olympische baan van Rio “informeel” onder ogen. “Formeel weet ik namelijk nog van niets”, zegt hij lachend. Op basis van die tekening is wel de aankomende verbouwing aan de baan op Papendal gebaseerd. “Ik ken de wegen in onze sport een beetje en weet dat de kans groot is dat de informele baan ook de formele baan wordt”, legt de bondscoach uit.

De Rio-baan zal niet helemaal worden nagebouwd, zegt hij. “We pakken twee of drie sleutelstukken.” Zo wordt de eerste bocht, cruciaal in een BMX-wedstrijd, nagebouwd. “En waarschijnlijk ook de eerste hindernis na de start en de tweede bocht bij de heren”, aldus De Bever.

Bondscoach Bas de Bever met zijn olympische ploeg in 2011.
Bondscoach Bas de Bever met zijn olympische ploeg in 2011.

De noodzaak om de baan volledig na te bouwen, is er simpelweg niet. Dat heeft volgens de bondscoach te maken met de ontwikkeling van de sport: “Toen BMX net olympisch werd en er allerlei banen werden bedacht, was het de vraag waar het zou eindigen in deze sport wat betreft parcoursbouw. Dan zat er wel eens een vreemde of gevaarlijke hindernis in. Dat is verleden tijd. Nu zitten er geen rare dingen meer in. We weten wat we kunnen verwachten.”

Zeker een voordeel
De olympische baan van Londen staat in de BMX-wereld als technisch lastig te boek. Op basis van de concepten lijkt het nog niet nodig dat stempel ook op de baan in Rio te drukken. Het lastigste gedeelte van de Rio-baan? “Vanaf een tekening is dat moeilijk te zeggen, maar ik gok dat de ingang van het derde stuk bij de heren nog wel wat oefening zal vergen”, zegt De Bever.

Een BMX'er in actie op de baan op Papendal.
Een BMX’er in actie op de baan op Papendal.

Afhankelijk van het weer zal het omspitten van de baan van Engels naar Braziliaans model twee weken gaan duren, verwacht de bondscoach. Daarna kunnen de Nederlandse BMX’ers zich optimaal voorbereiden op hun optreden in de olympische arena. Aan de andere kant wil De Bever ook weer niet te veel waarde hechten aan voorkennis dankzij trainen op de gekopieerde olympische baan. Exact nabouwen is namelijk niet mogelijk, benadrukt hij. “Eén flinke regenbui en een heuvel is alweer iets anders. Elke baan heeft zo zijn eigen kenmerken.”

Het is daarom volgens de bondscoach lastig te meten in hoeverre de nagebouwde baan de Nederlanders in Rio zal helpen bij hun prestaties, maar hij is er wel van overtuigd dat het “zeker een voordeel is”. Het is bijvoorbeeld een nuttig hulpmiddel voor de BMX’ers om in grote lijnen te weten wat ze kunnen verwachten in Rio. “Bijvoorbeeld hoeveel pedaalslagen er nodig zijn tot een bocht, of hoe je precies op de fiets moet zitten”, verduidelijkt hij.

Aanzien
Tijdens de Spelen in Londen, waar Nederland met Laura Smulders een bronzen medaille won, was het voordeel van de gekopieerde baan misschien wel groter. Nederland was toen een van de weinige BMX-landen die de olympische baan had nagebouwd in de eigen achtertuin. “Nu heeft elk zelfrespecterend BMX-land wel ergens zo’n baan liggen”, stelt De Bever.

BMX'ers springen door de lucht tijdens een wedstrijd op de baan op Papendal.
BMX’ers springen door de lucht tijdens een wedstrijd op de baan op Papendal.

Maar dankzij die pioniersrol heeft Nederland meer aanzien gekregen in de BMX-wereld, ziet De Bever in de praktijk. “We waren toch mooi de eerste. Dat heeft Papendal op de kaart gezet.” Zo vond er sinds 2011 ieder jaar een wereldbeker plaats op de baan in Papendal, kwamen er veel top-BMX’ers om te trainen en organiseerde Rotterdam vorig jaar nog in Ahoy de WK BMX.

Uiteindelijk blijven – ook al worden er nog honderden banen nagebouwd – vorm van de dag en geluk de belangrijkste factoren in het BMX’en. Ook in Rio zal dat het geval zijn, bevestigt De Bever. “In ons spelletje moet je er in ieder geval voor zorgen dat je fysiek en mentaal in orde bent als je aan de start verschijnt. Daar helpt zo’n baan wel een beetje bij.”

Nu dit weekeinde de laatste wereldbeker op de Londen-baan op het programma staat, is er weinig weemoed onder de BMX’ers dat ze afscheid moeten nemen van het parcours waarop ze duizenden trainingsuren maakten. De Bever: “BMX’ers zijn sprinters en worden snel ongeduldig. Na vier jaar op hetzelfde baantje zijn ze blij dat er eindelijk iets anders komt te liggen.”

Reageer op artikel:
Een stukje Brazilië in de Veluwse bossen
Sluiten