De wens na Kankerklas: een basisinkomen in levensjaren

Afgelopen week stonden in de kranten interviews omtrent het boek Kankerklas van journaliste Corien van Zweden. De schrijfster hoorde in 2010 dat zij borstkanker had. In de klas van haar oudste dochter bleken nog vier van de 22 kinderen een ouder te hebben bij wie kanker was geconstateerd. Van Zweden wilde in haar boek beschrijven wat de impact van de ziekte op de gezinnen en de pubers was. Vijf jaar later stemt de balans treurig: twee moeders zijn overleden, een moeder is uitbehandeld en bij de enige vader en Van Zweden is de kanker teruggekeerd.

Bij het lezen van zulke artikelen schiet immer het wat kneuterige cliché ‘dat je iedere dag moet genieten van het leven, omdat het zo voorbij kan zijn’ door mijn hoofd. Gevolgd door het walgelijke meta-cliché dat ‘clichés meestal waar zijn’. Maar ik had het vooral te doen met de puberjongens en -meisjes die op jonge leeftijd na een heftige periode waarin de ouder ziek is, hun ouder moeten missen. Uiteindelijk zullen zij – heel cliché – na een intense rouwperiode ‘het leven weer moeten oppakken’. Er moeten diploma’s en rijbewijzen gehaald worden. Studies worden gekozen en afgerond. Vriendinnetjes en vriendjes worden op een zeker moment misschien echtgenotes en echtgenoten. Er wordt carrière gemaakt, er worden en huizen gekocht. Kleinkinderen komen ter wereld. Eenvoudige mijlpalen die je simpelweg met je ouders wilt delen. Om hun onvoorwaardelijke trots te voelen, hun geslaagd ouderschap aan te tonen en omdat sommige dingen nu eenmaal zo horen.

19036_ZWEDENvan_Kankerklas 200De confrontatie met onze eindigheid zal ons ongetwijfeld stimuleren om wat van het leven te maken. We zijn genoodzaakt het optimale uit ons leven halen als iedere dag onze laatste kan zijn. Toch? Misschien. Of zou de wereld gelukkiger zijn als iedereen zou weten dat hij minstens 75 jaar te leven heeft voordat hij tussen zes plankjes wordt afgevoerd? Een soort basisinkomen in de vorm van levensjaren

Zo hoeven pubers, met uitzondering van de pubers van de Rob de Nijssen op deze wereld, hun ouders niet op jonge leeftijd te missen. In zo’n wereld hoeven ouders nooit hun kinderen te begraven.  Dankzij onder meer de medische wetenschap, toegenomen hygiene, gezonder voedsel en betere huisvesting worden we in Nederland inmiddels gemiddeld ouder dan 80. Aan gemiddeldes hebben de puberale halfwezen en anderen die hun allernaasten te vroeg verloren niets.  Met de euthanasiewetgeving kregen we meer grip op dood, maar hoe krijgen we controle over het leven?

Een minimumleeftijd om te sterven zou wel zo eerlijk zijn, maar wie kan het bewerkstelligen? God? De regering? De medische wereld? Niemand. Het leven is oneerlijk. En leuk. Daarom rest er niet anders dan het wanstaltig ware cliché: geniet ervan.

Meer leuke content? Like ons op Facebook