Hoeren en snoeren op een kameel. Schelmenverhalen uit Palmyra

Ik was in Palmyra. Er is geen reet te doen en voor Romeinse ruïnes geldt in de regel: als je er eentje hebt gezien, heb je ze allemaal gezien. Uit een soort dwangmatige beleefdheid tegenover de uiteenlopende gastlanden bezocht ik ze vrijwel allemaal in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Hoe gekker de locatie, hoe beter. Vooral in Algerije, Tunesië en Libië liggen de ruïnes op bizarre plekken en dat is dan meteen de enige meerwaarde. Ze komen pas tot leven als je er een spannend boek bij leest over het rijke Romeinse leven.

Pompeï is goed te doen omdat de mensen daar allemaal vieze dingen deden in badhuizen, en het wemelde er van de hoeren, en iedereen zit er maar een beetje prosecco te slobberen de hele dag, daar onder de vulkaan. Dat van die badhuizen is allemaal keurig vastgelegd door de geschiedschrijver en bleef dus niet onopgemerkt, en die scabreuze kronieken lezen lekker weg op een Italiaans terras.

Palmyra ligt echt op een onmogelijke plek – hetgeen de ruïne een hoog fetisjgehalte geeft. Het was begin jaren negentig lastig zo niet onmogelijk om een journalistenvisum te krijgen voor Syrië. Ik reisde vanaf mijn standplaats Beiroet daarom gewoon op een toeristenvisum naar Damascus. Linke soep, want als ik gesnapt zou worden ‘tijdens het uitvoeren van subversieve activiteiten’ eindigde ik – schitterend westers prijsdier met witte bips – als bruidsmeisje van een Arabische Bubba in een middeleeuwse Levantijnse bajes. Dat leverde dan natuurlijk weer veel mooie verhalen op, maar ook veel ongemak tijdens het zitten, en dat schrijft zo lastig.

Syrië was in die tijd een heerlijk land, nog even los van de mensenrechten, want je kon er naar hartelust hoeren en snoeren en het kostte allemaal geen drol. De Syriërs zijn vreselijk aardig, spreken een schitterend melodisch Arabisch – ze zingen het haast – en het land heeft met Libanon de beste keuken van het Midden-Oosten. Ik kwam graag in de voor Syrische begrippen mondaine badplaats Ladhakia. Vooral in het hoogseizoen had je niet zo veel last van de enge apen van de diverse geheime diensten van Assad, die opereren onder de verzamelnaam Mukhabaraat.

Als ze er al waren, zaten ze ze – in hun schreeuwende hemden en met de blaffer in de broekriem – in de talloze nachtclubs vol rijkeluiskinderen en animeermeisjes/hoeren. Ik kwam er speciaal voor de beruchte ‘zangeres’ Georgina die enkel gekleed in hot pants en een topje om het half uur een lied opdroeg aan president Hafiz al-Assad (die toen nog leefde), ingeleid door een paar obligate revolutionaire strijdkreten. Met zichtbare weerzin richtte de stomdronken meute zich op om mee te schreeuwen met de leuzen. Wie dat namelijk niet deed, was verdacht en subversief.

Ik moest en zou Palmyra afvinken op mijn bucket list. Midden in augustus, bij helse temperaturen en temidden van dampende bedoeïenen in een verrotte servicetaxi, kachelden we door de woestijn naar de Romeinse ruïnes. Daar stond heel verrassend een kameel waar je je op kon laten fotograferen en verder was er een soort hostel vol tot op de draad vervuilde backpackers die blowden en bietsten. Ik ben die avond naar een kampement van zigeuners geweest, de zogeheten nawar, en die maakten muziek, hadden drank en hasjiesj en je kon je voor 5 dollar laten aftrekken door een dikke juffrouw met een snor. Die nawar zijn hopelijk op tijd gevlucht voor de islamofascistische moordenaars van IS. Ik zag vanmorgen al de eerste beelden van een snotneus – die verdacht veel leek op mijn crackdealer Mo van het Allebéplein in Mokum-west – met een hamer op een Romeins beeld inhakken. Het zijn best veel zuilen dus de slopers van Allah zijn er wel een weekje zoet mee.

Ik moest denken aan de wijze woorden van de grote mohammedaanse wijsgeer Ibn Khaldun: irribat chiribat (gearabiseerd en vernietigd). Daarmee wilde hij zeggen dat de Arabische horden tijdens het bezetten van Noord-Afrika alles sloopten wat met de heersende cultuur te maken had. Niks nieuws onder de zon dus.

De wereld kijkt de komende dagen gewoon toe hoe de ruïnes geruïneerd worden. De islam maakt meer stuk dan je denkt. Zonder Palmyra valt te leven maar het idee dat mijn romantische Syrië binnen korte tijd niet meer bestaat vind ik walgelijk. Een eeuwenoude cultuur, gesloopt door een stelletje junks en criminelen uit de kanswijken van Parijs, Brussel en Amsterdam. Bah.

Reageer op artikel:
Hoeren en snoeren op een kameel. Schelmenverhalen uit Palmyra
Sluiten