Roel van Duijn, vijftig jaar na provo: ‘Het provotariaat wroet voort!’

Bij provo denk je aan de man die een gaatje in zijn hoofd boorde. Of aan een van de vele ludieke acties die de partij tussen 1965 en 1967 had. Toch hield provo het net geen twee jaar vol. HP/De Tijd zocht Roel van Duijn (72) op, een van de oprichters van de anti-autoritaire beweging. Op 25 mei 1965, precies vijftig jaar terug, verspreidde Van Duijn het eerste provopamflet.

Wat als provo er niet was geweest?
“Dan zouden de autoriteiten nog de autoriteiten zijn, patriarchaal en onderwerpend. Dan zouden demonstraties op straat, laat staan speelse happenings, nog steeds verboden zijn. Tenzij alles geregistreerd, gecontroleerd en tot in de puntjes is goedgekeurd. Dan zou inspraak een onbekend woord zijn, dan zou de verslaving van de consument nog onomstreden zijn, dan zouden we in veel opzichten nog leven in de gaat-u-maar-rustig-slapencultuur van voor de oorlog. De regenten zouden nog zonder meer de baas zijn.
“En zou er nog gefietst worden? Door het witte-fietsenplan is voorkomen dat de fiets geheel door de auto verdrongen is. Dankzij het Witte fietsenplan heeft Amsterdam nu het grootste fietspadennet van alle steden ter wereld. Als provo er niet geweest was, zou ook het ontwaken van milieubesef later zijn gekomen. Het Witte Schoorstenenplan heeft soortgelijke witte plannen heeft doen ontwaken. Als provo er niet geweest was, was Nederland een minder speels en gelukkig land geweest.”

Waarom werd provo geen vijftig jaar?
“Omdat wij begrepen dat provo een komeet moest zijn met een lange staart. Provo was de ontsteking van een denkproces, van een verandering van levensstijl, van bevrijding van jongeren die langzaamaan ook ouder werden.
“Provo wilde geen instituut zijn, maar beweeglijk blijven. Want de geest van Provo leeft voort. De organisatie is opgeheven, hoog in de lucht, maar de geest is verder blijven werken. Kritisch, strijdvaardig, steeds met nieuwe plannen. Daarvan heeft bijvoorbeeld ook de opkomst van de biologische landbouw geprofiteerd, daarvan profiteren jongeren die een veel grotere vrijheid genieten.
“De organisatie van het duizendkoppige monster had aan twee jaar genoeg om de geest van provo de volle ruimte te geven, en die kijkt nu al uit naar de volgende vijftig jaar. Er is minstens zoveel te provoceren als toen: verslaving, dictaturen in de landen rondom Europa, planeetbedreigende militaire systemen in autoritaire staten. Ondergronds en bovengronds wroet het provotariaat voort!”

PROVO 1
Provo 1, een gestencild blad, het eerste officiële nummer van het tijdschrift PROVO, werd, in navolging van de pamfletten, in 1965 voor het eerst verspreid. ‘Inleiding tot het provocerend denken’ kwam uit de hoge hoed van Roel van Duijn (filosoof), een van de oprichters van de beweging, samen met Rob Stolk (drukker), Luud Schimmelpennink (uitvinder) en Hans Metz. Later sloot onder meer Bart Huges zich aan bij provo. De man met een gaatje in zijn hoofd dus.

Op 13 mei 1967 hief de beweging bij een bijeenkomst in het Vondelpark (Amsterdam) zichzelf op. Tijdens het korte bestaan werd een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad behaald en werden 15 PROVO’s verspreid. Verder werd er vooral veel van de partij in beslag genomen. Van Duijn zette na de opheffing van provo samen met Robert Jasper Grootveld de Kabouterbeweging op, een partij die meer aansloot bij de hippiecultuur.

Meer leuke content? Like ons op Facebook