De mannen van Vitesse: anders dan de rest

Niets ten nadele van SC Heerenveen, maar Vitesse mag van mij zondag winnen. Het gloriëren in de play-offs zou Vitesse Europees voetbal opleveren en dat is precies wat we nodig hebben. In plaats van het zoveelste elftal met keurig, verzorgd spel zal Nederland een bonte verzameling avonturiers afvaardigen — weer eens wat anders.

De gang naar de voorrondes van de Europa League zal bovendien de beloning zijn voor het bizarre en leuke spel waarmee Vitesse ons het afgelopen seizoen heeft opgevrolijkt. Of de Arnhemmeres — nou ja: ze komen uit Schoonhoven, Nijmegen, Georgië, Engeland, Burkina Faso, Israël en nog zo wat — nu slecht speelden, zoals in de eerste helft van de competitie, of goed, zoals in de tweede: saai was het nooit. Kan ook niet. Stop een flinke portie talent uit verschillende windstreken in de kleedkamer en laat ze zonder al te veel kennis van elkaar voetballen: dan krijg je Vitesse.

‘Schitterend!’ en ‘wat dom!’
Het elftal van Peter Bosz fungeert als anti-gif voor onze op tactiek gerichte, softe, door kleine en trage ‘jongens’ bevolkte eredivisie. Vitesse-spelers zijn robuust en aangezien ze vaak de status hebben van huurling (Chelsea, Sporting Lissabon) kunnen ze draven als de besten. De mannen hebben ervaring met snel en flink uit andere landen. Mooi om te zien. Het gebrek aan samenhang maakt het nog mooier. De mannen van Bosz leren elkaar als het ware onder je ogen kennen. Let op hoe ze tijdens een snelle tegenaanval naar elkaar kijken van, hé, jij ook hier? En dan maar improviseren. Dat verklaart mede het feit dat ‘schitterend!’ en ‘wat dom!’ elkaar in hoog tempo afwisselen. Na een dribble op Champions League-niveau volgt zomaar een pass op Jupiler League-niveau. Adembenemend.

Verlegen
Telkens zijn er verrassingen. In de eerste finalewedstrijd tegen Heerenveen, afgelopen donderdag, speelde Wallace, die uit Brazilië schijnt te komen, tot ieders verbazing in de voorhoede. Iedereen dacht dat Wallace een verdediger was, maar hij blijkt rechtsbuiten zijn. En van een speler als Valeri Qazaishvili werd tot voor kort gedacht dat hij geen woord Engels sprak. De Georgiër bleek de Engelse taal zeer wel meester te zijn, maar uitzonderlijk verlegen te zijn. Qazaishvili speelde er al jaren, niemand die hem echt kende. Bij de amateurs gaat het doordachter toe dan bij het speeltje van de steenrijke Rus met de naam als uit een stripboek, Aleksandr Pavlovitsj Tsjigirinski.

Ze dragen baarden, de mannen van Vitesse, ze knallen de ballen de tribunes in als het moet en ze laten zien dat Nederlandse clubs meer in huis hebben dan verstandige breedtepassjes. Vitesse moet winnen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook