Hoe voormalig ‘directeur Tegenspraak’ Rabobank op de achilleshiel trapt

Een op het eerste oog onopvallende bijdrage op de opiniepagina van de Volkskrant van maandag. ‘Rabobank verliest het contact met het volk’, luidt de slaapverwekkende kop. Auteur: Wim van Dinten, oprichter van Sezen, getuige het bijschrift.

Sezen? Een stichting die ‘betekenisgeving herkenbaar wil maken om ze passend te gebruiken’, lezen we op de website. Pardon!

Begin en opbouw van het Volkskrant-epistel zijn al net zo warrig. Maar halverwege zijn bijdrage raakt de auteur op dreef. Door het besluit van de Rabobank om de coöperatieve structuur en werkwijze van de organisatie verder te centraliseren – één bankvergunning, één jaarverslag – zijn ‘wij, aan de voet van de samenleving, de beschikking over de erfenis van onze voorouders kwijt’. ‘We zijn bestolen’, staat er letterlijk.

Interessante stelling, zal de gemiddelde lezer wellicht denken. Om de pagina vervolgens om te slaan – fysiek, dan wel digitaal, met een eenvoudige veeg van de wijsvinger.

Interessant is deze bijdrage zeker. Zeg maar gerust pikant. Wim van Dinten is de voormalige directeur Strategie van de Rabobank. Een briljant wetenschapper – gepromoveerd wiskundige – die in 1986 door toenmalig directievoorzitter Herman Wijffels onder meer werd benoemd om hem van repliek te dienen. Van Dinten hielp Wijffels met strategische kwesties zoals de discussies over de coöperatieve structuur van de bank en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, maar fungeerde tevens als advocaat van de duivel, een soort hofnar annex luis in de pels. Directeur Tegenspraak, zo luidde zijn bijnaam binnen de bank.

Bepaald populair maakte Van Dinten zich in deze rol niet. Zelfs Wijffels, van 1986 tot 1999 aan het roer bij de bank, kon hem af en toe wel schieten. Toen Hans Smits de functie van Wijffels overnam was het meteen met Van Dinten gedaan.

De lezer van de Volkskrant blijft van deze informatie verstoken. Jammer, want deze context is essentieel. In de eerste plaats omdat Van Dinten zich in de aanloop naar het 100-jarig jubileum van de bank in 1998 aan de zijde van Wijffels jarenlang hard heeft gemaakt om de coöperatieve structuur te behouden. Dat deze erfenis in zijn ogen nu wordt verkwanseld – “De voorlaatste fase naar een commerciële bank is ingezet.” – gaat hem ongetwijfeld na aan het hart.

Er is nog een tweede, minstens zo belangrijke reden waarom het Rabobank-verleden van de auteur ertoe doet. Van Dinten is ervaringsdeskundige bij uitstek. Hij werkte bij elkaar bijna een kwart eeuw bij de bank – voordat Wijffels hem in 1986 benoemde had hij negen jaar de leiding over de automatiseringsafdeling van de bank. Hij weet dus als geen ander wat een coöperatie behelst. En wanneer die coöperatiestructuur zo is uitgekleed dat de uiterste houdbaarheidsdatum is verstreken.

Volgens Van Dinten is dit moment aangebroken: “Beursgang is slechts een kwestie van tijd.” Daarbij laat hij het niet. Mocht de bank naar de beurs gaan, dan is de volgende vraag volgens de voormalige Rabo-directeur aan wie de opbrengst toekomt. Om daaraan toe te voegen dat die niet mals is – Van Dinten rept van een vermogen van 40 miljard euro, in het verslag over de eerste helft van 2015 houdt de bank het zelf op (een eigen vermogen van) 41,4 miljard euro. Geld dat volgens de voormalige hoogleraar maar een rechtmatige eigenaar kent: de coöperatieleden (lees: de samenleving). Hij pleit daarom voor een apart fonds, te vullen met de opbrengst van de beursintroductie en aan te vullen met het dividend dat in een commerciële bank aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd. Te besteden aan bijvoorbeeld ‘vermindering van de CO2-uitstoot in de landbouw en experimenten in het onderwijs waarin het milieu de plaats krijgt die het voor alle leven heeft en kunst een belangrijke rol speelt’.

Dat Van Dinten daarmee bij de huidige Rabobank-top een gevoelige snaar raakt, is evident. Hoe mooi bestuursvoorzitter Wiebe Draijer het ook verwoordt, als er bij de verdergaande centralisering en een mogelijke volgende stap in de vorm van een beursintroductie een ding voorop staat is het wel de versterking van de kapitaalbuffer.

Kanttekeningen van een voormalig directeur Tegenspraak – al dan niet incognito en hoe terecht ook – is wel het laatste waarop Draijer en de zijnen zitten te wachten.

Meer leuke content? Like ons op Facebook