Waarom een blessure voor een hardloper zo moeilijk te accepteren is

“Je mag echt even niet meer hardlopen.” De woorden van mijn fysiotherapeut vorige maand kwamen best hard aan. Ze vermoedde een klein scheurtje in mijn kuitspier. “Maar echt mini-mini. Geen groot drama.”

Geen groot drama? Objectief gezien misschien niet nee. Ik had nog zes weken tot aan de marathon en bovendien had ik al drie keer een afstand van rond de 30 kilometer gelopen. Ruim voor op schema dus. En ik hoefde ‘maar’ een dag of drie rust te houden. Waarom is het voor een hardloper dan toch zo moeilijk om stil te zitten?

“Het lijkt bij sommige mensen wel een verslaving,” zei iemand tegen me, toen ik mijn hardlooprondje die avond compenseerde met een biertje in de kroeg. Maar, zo reageerde ik, bij mij valt dat echt allemaal wel mee.

Nachtje slapen
Toch hoopte ik dat de pijn na een nachtje goed slapen verdwenen zou zijn en dat ik de volgende dag weer gewoon door kon gaan waar ik gebleven was. Want zo’n fysiotherapeut, wat weet die er nou eigenlijk van? Die kan vooral mensen helpen die écht geblesseerd zijn.

Natuurlijk, ik had wel vaker een dag rust gehouden. Of twee. Of drie. Maar dan was het vrijwillig. Nu móest ik echt stoppen, ineens. Zeg maar cold turkey. Het niet kunnen hardlopen maakte me onrustig. Na een dag had ik het gevoel mijn volledige conditie kwijt te zijn en na twee dagen voelde ik me vijf kilo zwaarder. Ook al zaten mijn weegschaal en ik wat dat laatste betreft niet op één lijn. Maar dat moest wel aan mijn weegschaal liggen, die deed wel vaker gek.

Wandelen
Ga eens een stukje wandelen of fietsen, kreeg ik als advies, dan blijf je toch een beetje bewegen. Dus wandelde ik op zaterdagochtend door het park bij mij om de hoek. Het zonnetje scheen, het was windstil, niet te koud, niet te warm. Ideaal hardloopweer.

Ineens besefte ik hoe een ex-roker zich moet voelen als hij in een rookhok staat: het was een kwelling. Overal zag ik hardlopers, vrolijke, lachende hardlopers, fitte mensen. En daar wandelde ik dan tussen, met een pijn in mijn kuit die ervoor zorgde dat ik nauwelijks normaal kon lopen. Wat doe je hier nou als je toch niet hardloopt, leek een van de hardloopsters zich af te vragen. Het werd een korte wandeling.

Herstelloopje
Na drie dagen mocht ik dan eindelijk weer proberen hard te lopen. Mijn fysiotherapeut waarschuwde nog: ga nou niet de schade van je gemiste trainingen heel hard lopen inhalen. Een rustig herstelloopje van een kilometer of vijf stelde ze voor. Vijf? Het deed me denken aan vroeger toen je thuis maar één snoepje uit de snoeppot mocht pakken. Dat was meer dan genoeg, vond je moeder dan. Maar als je moeder even niet keek, nam je alsnog een handvol.

Die bewuste maandagochtend keek mijn fysio niet. Dus liep ik 10 kilometer, met een beetje pijn. Twee dagen later een halve marathon, met al wat minder pijn. En de zondag die volgde voor het eerst 35 kilometer, zonder problemen. Mijn onrust was ineens weg en ik voelde me fitter dan ooit. Zelfs mijn weegschaal deed ineens niet meer gek. Wat een toeval!

Maar verslaafd? Nee hoor, dat valt allemaal echt wel mee.

Meer leuke content? Like ons op Facebook