Vanaf het moment dat baby’s drie maanden oud zijn, zien ze het verschil tussen huidskleuren. Wie dacht dat de figuurlijke kleurenblindheid nog een tijdje stand houdt, heeft het mis. Uit twee recente onderzoeken blijkt dat baby’s al vanaf hun zesde levensmaand de voorkeur geven aan mensen van hun eigen etnische achtergrond.Het is gangbaar om te denken dat raciale vooroordelen zich ongeveer vanaf het tweede levensjaar vormen. De verstandelijke ontwikkeling gaat bij peuters en kleuters heel snel, daarom delen ze de wereld op in vereenvoudigde categorieën. Hierbij kunnen vooroordelen makkelijk ontstaan, bijvoorbeeld dat mensen met dezelfde huidskleur ook op andere dimensies gelijkwaardig zijn.Een goede illustratie van dergelijke raciale vooroordelen toonde Sunny Bergman in haar documentaire Wit is ook een kleur. Ze voert het zogenoemde poppenexperiment uit bij kinderen tussen de 4 en 7 jaar. De kinderen moeten bij vragen als “Wie is het slimste?” kiezen tussen een witte en zwarte pop.Hierbij blijken kinderen ongeacht hun eigen kleur de witte pop stelselmatig boven de zwarte pop te plaatsen. Een jongetje legt al wijzend naar de donkere pop uit: “Dit is bijvoorbeeld een indiaan. Een donker blut mens, is een beetje dom. Hij weet eigenlijk niet wat de mensen willen en zo.” Dan pakt hij de witte pop en ligt verder toe: “Dit is een Amerikaan en die weet alles.”
Twee recente onderzoeken naar vooroordelen bij baby’s, geleid door Kang Lee, professor aan de Universiteit van Toronto, bevestigen het door Bergman geschetste beeld. Uit het eerste onderzoek, bij 193 Chinese baby’s tussen de drie en negen maanden, blijkt dat baby’s vanaf zes maanden oud gezichten van mensen met dezelfde etnische achtergrond associëren met blije muziek en met een andere achtergrond met droevige muziek. Uit het tweede onderzoek concluderen de wetenschappers dat baby’s tussen de zes en negen maanden meer geneigd zijn te leren van een volwassene met dezelfde huidskleur.Volgens de onderzoekers werpen hun bevindingen nieuw licht op de oorzaak van raciale vooroordelen. Naiqi Xiao, betrokken bij beide studies, legt uit: “Als we bedenken waarom iemand racistisch is, denken we vaak aan een mogelijke negatieve ervaring die hij of zij met iemand van een andere afkomst heeft gehad. Maar deze bevindingen suggereren dat raciale vooringenomenheid ontstaat zonder enige ervaring met individuen van een andere achtergrond.”






