Spring naar de content
bron: ANP/David Stockman

Wat schuilt er nog meer achter de Belgische kasteelmoord?

Al vijf jaar houdt de kasteelmoord de Belgische gemoederen bezig. Onlangs bekende huisarts André Gyselbrecht opdracht te hebben gegeven tot de moord op zijn schoonzoon, kasteelheer Stijn Saelens. Naar eigen zeggen omdat Saelens incest zou plegen met zijn kinderen. Wat schuilt er nog meer achter de muren van dit slot?

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: De Redactie

Eén 9 mm-kogel was genoeg om kasteelheer Stijn Saelens op 31 januari 2012 in de hal van zijn eigen kasteel te doden. Vanuit bad zag hij een auto de oprijlaan oprijden. Hij schoot wat kleren aan en liep naar beneden om de glazen deuren van de entree te openen. Er ontstond onmiddellijk een kleine worsteling, maar Stijn Saelens, een bebrilde, licht wereldvreemde rijkeluiszoon, was allesbehalve een vechtjas.

Hij viel op de grond en kreeg een schot in de rug, naast zijn rechterschouderblad. De kogel doorboorde de longholte en kwam aan de borstzijde weer naar buiten. Saelens moet al snel bewusteloos zijn geraakt. Bij de autopsie werd een halve liter bloed in de rechterlongholte gevonden en ingeslikt bloed in zijn maag. Aangenomen wordt dat zijn doodsstrijd kort maar hevig was voor hij stierf aan ‘acute en massieve inwendige bloedingen’, gestikt in zijn eigen bloed.

[blendlebutton]

Stijn Saelens (34) is die dag alleen thuis. De nanny is ziek, zijn vrouw brengt hun vier kinderen weg. Hij wil die dag in alle rust aan zijn boek werken. Het moet een ecologisch manifest worden. Stijn Saelens is zoekend. Hij legt tarotkaarten en heeft nog niet zo lang geleden in z’n eentje door India gezworven. Vooral is hij gegrepen door de boekenreeks De Zoemende Ceders van Rusland van Vladimir Megre, een voormalig houthandelaar die op een van zijn reizen door Siberië ene Anastasia had ontmoet. De boekenreeks is wereldwijd bestseller in new age-kringen. De volgelingen zoeken een weg terug naar de natuur; het idee is ecodorpen van rond vijftig families te stichten, liefst in honingraatvorm gerangschikt, die per gezin één hectare grond bewonen en bewerken om zo onafhankelijk mogelijk van de consumptiemaatschappij te kunnen leven. Anastasia leeft zonder huis op de Siberische taiga en is volgens haar ‘schepper’ één met de natuur, denkt sneller dan een computer, kent de wereldliteratuur zonder ooit een boek gelezen te hebben en put haar kracht uit de koude ontberingen van de taiga en de cederbomen.

De vrouw van de kasteelheer, Elisabeth, is huisarts in het nabijgelegen Ruiselede waar zij in de groepspraktijk van haar vader André Gyselbrecht werkt. Wanneer Elisabeth later die dag thuiskomt, is haar man verdwenen. Er ligt een bloedplas in de aankomsthal en vanuit de hal loopt een bloedspoor naar buiten, de trappen van het bordes af tot enkele meters de oprijlaan op. In de hal liggen een kogelhuls en de bril en de gsm van Stijn. Elisabeth belt het alarmnummer en haar vader. De politie komt, haar vader neemt niet op. Nog diezelfde avond halen de speurders, zoals rechercheurs in België heten, ‘den doktoor’ André Gyselbrecht van huis om hem ‘op het rooster te leggen’. Hij wordt stevig verhoord omdat de onderzoekers weten dat de relatie tussen de kasteelheer en zijn schoonvader verziekt was. Stijn Saelens was vorig najaar met een mes in zijn broekzak de praktijk binnengestormd om luidkeels schoonpa te bedreigen en voor rotte vis uit te maken omdat hij tegen schoonzoon aangifte wegens incest had gedaan. De lokale politie suste de ruzie. Ook zoon Peter Gyselbrecht (33) moet mee naar het bureau omdat hij het alibi voor zijn vader zou zijn. Vader en zoon zitten twee nachten vast, dan worden ze ‘gelost’, in vrijheid gelaten, zoals hun kampioensduiven zo vaak gelost worden. Er zijn geen gronden hen langer in voorarrest te houden.

Stijn Saelens is met een gouden lepel in de mond geboren. Zijn vader Werner Saelens behoort tot de rijkste mannen van West-Vlaanderen. Hij verdiende een vermogen met de handel in kunstmest en insecticiden en had een fortuinlijke hand in investeringen en onroerend goed. Al zijn zes kinderen verblijdt hij met een spaarbankboekje met enkele miljoenen. Stijn volgt in Londen een studie tot de Belgische titel ‘burgerlijk ingenieur’. Hij steekt zijn geld in een internetsoftwarebedrijf, een firma in onroerend goed en een projectontwikkelingsbureau. In de zomer van 2005 trouwen Stijn Saelens en Elisabeth Gyselbrecht. In het voorjaar van 2007 kopen ze het kasteel voor ongeveer 2,75 miljoen euro, inclusief bijgebouwen en renovatie.

Het lijkt een sprookjeshuwelijk in een sprookjeskasteel, maar niet voor lang. Stijn heeft niet de zakelijke hand van zijn vader; met zijn ondernemingen stapelt hij verlies op verlies. In 2010 staan de gezamenlijke jaarrekeningen 2,7 miljoen in de min. Stijn is weliswaar ook eigenaar van het praktijkpand van zijn schoonvader en zijn vrouw, maar dat levert niet veel op. Hij heeft zelfs al een uitkering aangevraagd en gekregen, tot hij op reis ging en de uitkering gestopt werd. De zoektocht naar zichzelf maalt door het hoofd van de kasteelheer. Moet hij misschien niet een heel andere weg inslaan? Een weg die niet leidt tot de vernietiging van onze planeet? Zijn hang naar de natuur uitte zich al in de aankoop van kasteel Sint-Pietersgoed in Wingene, omringd door een zeldzaam natuurgebied.

In september 2011 denkt hij er hardop over om de hele handel in België te verkopen en met vrouw en kinderen en het resterend kapitaal in Australië een ecodorp te ontwikkelen, een ‘permacultuur’ volgens de inzichten van de Zoemende Ceders, weg van die knellende zogenaamde beschaving. Elisabeth ziet dat plan niet zitten en haar vader André en moeder Monique al helemaal niet; zij zouden hun kleinkinderen niet meer zien. De eerste hevige familieruzie is een feit.

Stijn is gek op alles wat natuurlijk is, hij loopt graag naakt. De nanny vindt dat raar. Ze ziet hoe hij vrij intiem met zijn ook naakte kinderen speelt. Zijn vrouw vertelt dat aan haar vader. Die doet aangifte. Zo’n aangifte kan ook van pas komen in de echtscheidingsprocedure die Elisabeth wil aanspannen. Het kindermeisje wordt gehoord, Saelens zelf niet, van de aangifte blijft niet veel meer over dan de woede van de kasteelheer. Stijn zou misschien eens met een therapeut moeten praten, ook vanwege zijn sektarische ideeën. Dat doet hij later ook. Het echtpaar verzoent zich; zij zijn zelfs van plan om in februari met z’n tweetjes een reis naar Australië te maken.

André, die goede, sympathieke dokter, zoals zijn patiënten hem omschrijven, ziet zichzelf als de pater familias en kan behoorlijk bazig zijn. Hij belooft zijn dochter er alles aan te doen om de plannen van Stijn te verijdelen. Rond Kerstmis lijkt de vrede in de familie weer getekend. Het zal een gewapende vrede blijken.

De bloedsporen in de hal, op het bordes en de traptreden zijn van Stijn Saelens. Hij moet de trappen af gesleept zijn naar de auto op de oprijlaan. Het kasteeldomein en de omgeving worden afgezocht en getuigen opgeroepen zich te melden, maar Saelens wordt niet gevonden. Op 17 februari ontdekken de speurders dat op na elkaar genomen luchtfoto’s in het Blekkerbos bij Maria-Aalter naast de jachthut van ene Pierre Serry de grond eerst is omgewoeld en een paar dagen later met takken en stronken overdekt. Er komt een tip binnen. Johnny, een neef van Serry, heeft een paar weken eerder op verzoek van zijn oom op die plek met zijn kraantje een gat ge- graven om afval te storten. Na zeventien dagen ‘vermissing’ leggen de dienders voorzichtig het tijdelijke graf van de kasteelheer bloot.

In Ruiselede, Wingene, Aalter en Maria-Aalter, in die driehoek tussen Gent, Brugge en Kortrijk, kent iedereen dokter Gyselbrecht en Pierre Serry. “Ah, die Serry, das ’ne boef hè,” maar over de dokter niets dan goeds. Pierre Serry (62) was al eerder in beeld bij de politie. En bij Elisabeth. Zij vermoedde dat haar vader samen met Serry samenspande tegen haar echtgenoot. Kerstmis was dan ogenschijnlijk in pais en vree met de hele familie gevierd, haar vader, volhardend als hij kon zijn, had zijn afkeer tegen Saelens misschien achter schone schijn verborgen. Zij heeft Serry al een dag na de vermissing gevraagd of hij er iets mee te maken had. Elisabeth weet dat Serry twee dagen eerder haar vader thuis heeft bezocht en de dag van de ontdekking in de praktijk is geweest. Serry ontkent. Het bezoek aan haar vader was vriendschappelijk en bij de praktijk kwam hij langs voor de uitslag van een bloedonderzoek.

Pierre Serry is beroemd en berucht als crimineel én als sponsor van de plaatselijke voetbalclub De Groene Leeuwen, waarvan André Gyselbrecht voorzitter is geweest. Serry handelt in hormonen voor vee en bodybuilders en in drugs. Hij zou de spil zijn in een cocaïnesmokkel met een straatwaarde van 25 miljoen euro.

In 2000 werd hij verdacht van betrokkenheid bij de moord op een veehandelaar uit Lyon, die zijn rekening voor hormoonpreparaten niet betaald had. Hoewel Serry tijdens de moord ‘toevallig’ in de buurt van Lyon was, kon betrokkenheid niet bewezen worden.

Er is een sterk vermoeden dat de banden tussen Serry en Gysel- brecht meer omvatten. Vader en zoon Gyselbrecht spelen met duiven, zoals de Vlamingen dat noemen. Als topfokkers winnen ze vele prijzen met hun duiven, die vaak vernoemd zijn naar sporthelden als Contador, Sampras en Nadal.

De duivenwereld is niet dopingvrij. In 2006 werd in West-Vlaanderen een netwerk opgerold van handelaren in doping voor duiven; de verdachten zouden in korte tijd voor drie ton winst hebben gemaakt. Het valt aan te nemen dat Serry zijn handel niet exclusief voorbehoudt aan veehouders en sportscholen. Serry is patiënt bij dokter André, die diens vader heeft bijgestaan op zijn sterfbed in juli 2011, waarvoor Serry de arts zeer dankbaar is. André klaagde bij Serry zijn nood over zijn schoonzoon. Na de ontdekking van het lijk van de kasteelheer getuigen beiden dat André Gyselbrecht aan Serry gevraagd heeft om Stijn Saelens een lesje te leren.

Bij dat ‘lesje’ ging alles mis. In het Waalse La Louvière chartert Serry bij een louche sportschool uit zijn klantenkring een paar Tsjetsjeense kickboksers om Saelens ‘op te knappen’. In oktober spreken de Tsjetsjenen met Serry af in de buurt van het kasteel. Ze krijgen een plattegrond van het kasteel mee. Een paar kilometer verder worden de Tsjetsjenen voor een routinecontrole aangehouden. De politie vertrouwt het stel niet, de plattegrond wordt gevonden, in de gps het adres van het kasteel en in hun gsm het nummer van Serry. Er is verder geen bewijs, ze worden vrijgelaten.

De dokter en zijn zoon zitten vier dagen na de vermissing nog vast als Serry op 3 februari in het Waalse Beauraing en de Tsjetsjeense vechtjassen in La Louvière opgepakt worden. De speurders hebben één en één opgeteld. De Tsjetsjenen hebben niets te verliezen en verklaren dat ze inderdaad Saelens onderhanden zouden nemen, maar dat in hun ogen de opdracht ‘verbrand’ was na hun toevallige aanhouding. De speurders laten iedereen weer naar huis gaan. Niet alleen omdat hard bewijs ontbreekt – er is op dat moment zelfs nog geen lijk –, men hoopt ook dat Serry, de dokter en diens zoon fouten zullen maken. Dat doen ze ook. Ze bellen met elkaar. En Serry begaat een kapitale blunder. Na zijn vrijlating probeert hij bij zijn jachthut met takken en stronken de kuil te bedekken. Het verschil op de luchtfoto’s verraadt de precieze plek.

De Belgische justitie kan geen haastwerk verweten worden. Nadat het lijk van Saelens is gevonden, ontspint zich een van de langdurigste, meest besproken en door vrijwel alle Belgische media intensief gevolgde onderzoeken, verhoren, zoektochten naar mogelijke getuigen en al dan niet tijdelijke arrestaties, nog voor er sprake is van een proces. En zelfs dat proces is, nu ruim vijf jaar later, allesbehalve afgerond.

Voor de schoonvader is de gevangenis gelijk een van zijn duiventillen. Hij wordt opgepakt voor verhoor, vrijgelaten, opnieuw opgepakt en verhoord, na enige tijd – in september 2012 – weer vrijgelaten. Ook zijn zoon, die verdacht werd van het leveren van een alibi voor zijn vader, wordt dan vrijgelaten. Vader en zoon geven een persconferentie, vooral om zoon Peter vrij te pleiten. Schoonpa is tot 14 februari 2013 op vrije voeten en wordt dan opnieuw aangehouden. Hij zit in voorarrest tot 3 januari 2014 en mag dan toch weer even onder voorwaarden uitvliegen tot 25 juni 2015. Verklaringen van getuigen brengen hem verder in het nauw; André Gyselbrecht wordt wederom aangehouden. Tot voor kort probeerde zijn advocaat hem steeds weer vrij te krijgen, zelfs met demonstratieve steun van zijn patiënten in Ruiselede die hun zo kundige en sympathieke doprsdokter node missen.

Ook Serry wordt vastgehouden, niet alleen omdat hij in de eerste tijd vooral zwijgt – van praten tegen de politie wordt niemand wijzer behalve de dienders zelf, is zijn stellige mening – maar ook omdat justitie meerdere appeltjes met hem te schillen heeft. Beide mannen worden BV’s, Bekende Vlamingen, gekende verdachten. In België doen de media niet aan initialen en anonimiteit, openbaarheid is de regel, want anders krijgt een onschuldige de stenen door de ruiten, lachen Belgische collega’s. Dus de portretten van de dokter en de boef sieren zeer regelmatig de pagina’s. Die van de dokter liefst ernstig kijkend, een beetje boos zelfs, alsof hij een patiënt nu toch echt voor de laatste maal waarschuwt gezonder te gaan leven; die van Serry het liefst zo louche mogelijk, een dikke, boertige kop met wat langere bakkebaarden.

De kortste route van het kasteel naar de plek waar het lijk werd gevonden bedraagt iets meer dan vijf kilometer. Het is een bosgebied, aan één zijde begrensd door de A10 van Gent naar Brugge, geliefd bij mountainbikers, in het weekeinde is er soms bijna file. Het hoofdpad, overkoepeld door majestueuze beukenbomen, is als de middengang van een kathedraal. Aan een zijpad ligt het bosperceel van Pierre Serry. Daar staat zijn grof uit bruingebeitste planken gebouwde ‘chalet’, zeg maar schuur, omgeven door wat rommel, los gereedschap en haardhout.

Opzij ligt de kuil waar het lichaam van Stijn Saelens gedumpt werd. Serry had na zijn vrijlating een sterk ontsmettingsmiddel (vijftig procent waterstofperoxide) over het lichaam gegooid en daarna de versleepte takkenbossen willen verbranden in de hoop sporen te wissen. Het middel was te weinig, het vuur ging voortijdig uit. Onder verkoolde resten vond de politie simkaarten. De grond ligt er na al die tijd nog steeds omgewoeld bij.

Onderzoek van de kaarten en bellijsten wijzen uit dat André Gyselbrecht regelmatig contact had met Serry. Terwijl ogenschijnlijk de familie zich weer onder de kerstboom verenigd had, volhardde de dokter in zijn plan om Saelens te straffen. De simkaart levert een telefoonnummer op, het zou een nieuwe, door Serry ingeschakelde uitvoerder kunnen zijn die de Tsjetsjenen moest vervangen. De speurders vinden al snel een connectie met de Brabantse c.q. Eindhovense onderwereld.

Na enkele wildwestachtige arrestaties van Brabantse verdachten die zich nietsvermoedend op Belgisch grondgebied wagen, is er dan toch een doorbraak. Een DNA-spoor komt overeen met het DNA van Antonius van B., kortweg Anton of Ronny, Eindhovenaar met een imposant strafblad bij de Nederlandse politie. Hij zou de schutter zijn en dat blijkt te kloppen. Alleen is Anton van B. dood. Hij heeft kennelijk de lucratieve opdracht aanvaard als een soort erfenisje voor zijn nabestaanden. Hoewel het exacte bedrag nog steeds onbekend is, zou het om ten minste honderdduizend euro gaan. Ronny wist dat zijn tijd erop zat, hij had terminale alvleesklierkanker, dus angst voor een lange tijd in de bajes had hij niet.

Nu sluit het net zich. De speurders vinden al snel tussenpersoon Evert de C. uit IJzendijke in Zeeuws-Vlaanderen.

Pierre Serry zou hem gevraagd hebben of hij huurmoordenaars kon regelen. De contacten tussen Serry en Evert de C. behelzen de handel in dope. Evert is een beetje beroemd geworden omdat hij in 2012 bij de Raad van State het proces tegen de sluiting van zijn coffeeshop won. Hij is nog beroemder geworden door de kasteelmoord. Opgepakt, uitgeleverd aan België, weer eens vrijgelaten, weer eens op- gehaald voor verhoor, hij haalde keer op keer de plaatselijke pers en de dorpspomp. Evert maakte van de nood een deugd en begon een café onder de naam Le Cachot. De uitspanning werd opgesierd met tralies, de koelcel heet de isoleercel, er wordt kasteelbier geschonken en de Dalton-broers van Lucky Luke wijzen de weg naar de wc. Evert zit ook alweer twee jaar in voorrarrest.

Uit afgeluisterde gesprekken met zijn celmaat zou blijken dat Evert Ronny van B. kende en misschien ook wel een bevriend crematoriumeigenaar wist die het lijk voor 375 euro zou willen verbranden. Een koopje eigenlijk, maar ja, er waren natuurlijk geen kosten voor koffie en cake. De rit met een vermoorde Stijn zou niet doorgegaan zijn omdat er die dag monster les stonden naar Nederland. Het verhaal heeft iets van grootspraak; de kuil lag immers al klaar. Ook komt nu een neef van Ronny van B. in het vizier, Roy L. uit Tilburg, die zijn ‘doodzieke oompje Ronny’ gereden zou hebben. Ook hij zit nog steeds in voorarrest. Zijn verdediging is dat hij niets van de moordplannen wist en noodgedwongen na het dodelijke schot zijn ‘oompje’ wel moest helpen om het lichaam van de kasteelheer in de auto te laden en naar het bos van Serry te brengen.

Voor de speurders lijkt de zaak nu – op wat losse eindjes na – rond: dokter vraagt Serry om vechtersbazen om schoonzoon een lesje te leren, Serry regelt dat, dat lesje loopt uit op moord. Duidelijk tot zover, doch bij lange na niet de werkelijke waarheid. Immers, als het alleen om een afstraffing zou gaan, waarom schoot Ronny B. dan vrijwel direct? En waarom was dat gat al gegraven? Heel lang houden Serry en Gyselbrecht vol dat het wel om een lesje ging. Maar de rechercheurs blijven hameren.

Uiteindelijk kiest eerst Serry eieren voor zijn geld, waarschijnlijk met het oog op strafvermindering, en geeft hij toe dat de dokter hem wel degelijk heeft gevraagd Saelens uit de weg te laten ruimen. Meermalen zelfs: Gyselbrecht werd eind 2011, begin 2012 ongeduldig en vroeg Serry steeds weer wanneer die zijn beloftes nu eens zou nakomen, want: ‘die man moet dood’. André Gyselbrecht zelf ontkent dan nog steeds in alle toonaarden.

Hij heeft al heel lang een nieuwe advocaat in de arm genomen, mr. Johan Platteau, tot dan toe een vrij onbekende strafpleiter, die zich in deze zaak echter als een komeet omhoog werkt door overal bezwaar tegen te maken, corruptie c.q. willekeur bij justitie te suggereren, regelmatig te zinspelen op doofpotten, inadequaat en onvolledig onderzoek en algemene laksheid bij de speurders, het openbaar ministerie, de onderzoeksrechters en de rechtbank. Hij wil de zaak voor het Hof van Assisen brengen, de volksrechtbank waarbij een jury van twaalf leken het vonnis bepaalt. Het zou veel beter voor de dokter zijn, want die krijgt in België steeds meer de volksgunst aan zijn zijde.

De vermeende incest en de excentriciteit van de kasteelheer worden hoog uitgespeeld. Opa die opkomt voor zijn kleinkinderen om hen te beschermen, welaan, de methode is misschien niet zo goed en dan loopt het nog uit op moord ook, doch begrip is er in ruime mate. Een volkse jury zou in zijn voordeel kunnen werken, maar in België is de discussie over nut en noodzaak, de tijdsduur en rompslomp van Assisenzaken in volle gang en justitie beslist, zeer tegen de zin der verdedigers in, dat het een zaak voor de correctionele rechtbank moet worden. Maar waar dan? Brugge of Gent?

Het parket in Brugge krijgt er van Platteau van alle kanten van langs. Er duiken geruchten op dat de steenrijke ouders van Saelens met hun ‘vrindjes’ bij justitie hebben gebeld, niet alleen om informatie over de procesgang te krijgen maar ook om te proberen die te beïnvloeden. Hogere kringen die elkaar de hand boven het hoofd houden, het is koren op de molen der eenvoudige burgerij, maar Platteau krijgt geen voet aan de grond.

Platteau probeert van alles om Saelens in een steeds kwader daglicht te stellen en de dokter steeds meer als een bezorgde lieve opa. Saelens zou kinderporno op zijn pc hebben, maar die pc is kort na de vondst van zijn lijk opgeschoond door de recherche, beweert Platteau. Saelens zou niet verhoord zijn over zijn vermeende incest vanwege protectie van zijn rijke papa, weet Platteau. Platteau haalt zich de ergernis der magistraten op de hals maar ook de sympathie van Vlaanderen voor zijn cliënt.

Pas na de pro-formazittingen begonnen de eerste getuigenverhoren, begin mei 2017. In Brugge. ‘Chaotisch begin’ koppen de Vlaamse kranten door al het inleidend gesteggel over het opnemen op video van de verhoren (nee), over het al of niet oproepen van veel meer getuigen (nee, Platteau heeft wel een heel lange lijst ingediend), over de wel of niet onderzochte inhoud van Saelens computer en allerlei andere details.

Maar dan komt als donderslag bij heldere hemel de avond voor de dag dat de dokter zelf voor het hekje moet verschijnen zijn bekentenis. Hij heeft wel degelijk aan Serry gevraagd huurmoordenaars te zoeken. Meerdere malen spoorde hij hem aan Saelens nu eindelijk eens uit de weg te laten ruimen. Serry moest haast maken en zich aan zijn belofte houden. André Gyselbrecht getuigde dat het voor hem de enige mogelijkheid was om zijn kleinkinderen, de kinderen van zijn geliefde dochter te beschermen. Wat zou er van hen geworden zijn met een excentrieke, incestueuze vader in een soort sekte in dat verre Australië? Nee, hij zag het als zijn verantwoordelijkheid. De kasteelheer moest dood.

Zijn advocaat is blij met de uiteindelijke bekentenis van zijn cliënt. Hij zegt opgelucht: “We komen nu met een logisch en consequent verhaal naar de rechtbank.” In de getuigenverhoren de dagen erna borrelt een nieuwe stroom vettige details op. Kennelijk kent het medisch beroepsgeheim van Belgische therapeuten heel vrije regels, want zowel de psychologe die op verzoek van opa het vijfjarige dochtertje van Stijn sprak als de therapeut bij wie André Gyselbrecht te rade ging, spreken vrijuit.

Ze zeggen dat ze toestemming van hun cliënten hebben gekregen na overleg met de advocaten, iets wat toch als betrekkelijk ongebruikelijk wordt gezien, maar de rechtbank geeft toestemming voor hun verhoor. Psychologe Ann Verstuyf, die Saelens zelf nooit sprak, vond zijn handelingen grensoverschrijdend. “Tongzoenen en kusje op de vagina is absoluut pedofilie.” De sessies werden snel afgebroken, mede op verzoek van de moeder, omdat er hoop was op inzicht bij Stijn Saelens.

Psycholoog en relatietherapeut Johan Maertens, die zowel de dokter, de kasteelheer als diens vrouw sprak, verklaarde dat André Gyselbrecht hem al maanden geleden had opgebiecht dat hij Saelens uit de weg had laten ruimen. Hij had hem aangeraden te bekennen. Dat zou voor iedereen het beste zijn, maar wel heel moeilijk voor de dokter aangezien deze ‘een narcistische persoonlijkheidsstructuur heeft’. Maertens duidde: “André Gyselbrecht heeft het heel moeilijk met krenking en hij heeft een zeer hoge preoccupatie met zijn kinderen en kleinkinderen.”

Maertens had ook al zo’n gepeperde mening over Saelens: “Die man was psychotisch tot waanzinnig. Ik kreeg een zeer manipulatief iemand tegenover mij. Hij had op twee grote vellen een masterplan uitgetekend waarmee hij alle wereldproblemen ging oplossen. Aan het einde van ons gesprek vroeg hij mij een medisch attest voor zijn ziekte-uitkering. Zijn vrouw Elizabeth zat tussen die twee mannen in: haar bemoeizieke vader en haar in zijn fantasiewereld wegzinkende man.” Het manuscript van Saelens’ boek en de inhoud van zijn mailbox geven de therapeut gelijk.

Het wemelt van de chakra’s, aura’s, mantra’s, kristallen, waterelementen alsmede schimpscheuten over ‘dokterdictators die geen ziekten kunnen genezen’ en naar de wetenschap en het onderwijs. Hij ziet dat laatste als kindermishandeling.

Een laatste strookje asfalt van de Sint-Pietersveldstraat voert tot een slagboom, een ronde houten paal dwars over de weg. Daarachter begint het bospad door het natuurgebied de ‘Gulke Putten’. Schuin naast de paal dragen twee gemetselde pijlers het dubbele hek van het kasteel met de twee namen: kasteel Carpentier of kasteel Sint-Pietersgoed.

Ver voor het proces begint, besluit ik een poging te wagen de weduwe Elisabeth Gyselbrecht te spreken. Het hek staat open. Het is zondagmiddag. Buxusbollen, een verstilde vijver, in de tuin een kunstwerk van een boom met spelende kinderen, een picknicktafel, tuinstoelen, een opblaaszwembad en rondom kinderspeelgoed.

Tientallen meters lang buigt de oprijlaan zich naar het met stenen balustrades omzoomde bordes. Aan beide zijden voeren schuine trappen naar de laatste monumentale treden. Twee trapgevels bekronen de voorzijde. Links een heiligenbeeld in een nis, rechts op de hoek een torentje met een spits dak. Blauwe pannen op de daken. Een vertederend kasteeltje uit 1883. Een smeedijzeren lantaarn boven de voordeur. Die deur valt wat uit de toon. Twee simpele panelen met glazen ruiten. Op slot.

Spelende kinderen rennen op het geluid van de bel nieuwsgierig naar glazen deuren. De Aziatische kinderoppas komt achter hen aan. Ze gebaart dat ze niet open mag doen. De kinderen wuiven en trekken gekke bekken naar de onaangekondigde bezoeker. Nanny overlegt telefonisch met Elisabeth. Zij zoekt pen en papier en toont een telefoonnummer achter het glas. Elisabeth neemt op. Een prettige, vriendelijke stem. Ze reageert niet eens boos of geërgerd. Ze kan niet ingaan op de gruwelijke affaire, dat mag ze niet van haar advocaat, niet van justitie en ook wil ze dat zelf niet. Ze zou liever zien dat er helemaal niet meer over de zaak geschreven wordt.

België kent niet het Nederlandse verschoningsrecht dat niemand verplicht vóór of tegen familieleden in de eerste graad te getuigen. Maar familieleden hoeven niet de eed af te leggen en kunnen zich beroepen op hun zwijgrecht. Elisabeth Saelens-Gyselbrecht heeft er lang over na moeten denken of zij zich als ‘burgerlijke partij’ in de procedure zou stellen. Dat heeft zij uiteindelijk gedaan. Nu zij als slachtoffer partij is in het proces, heeft zij het recht om de dossiers in te zien. Dat is een zware belasting, zeker nu zij ook de bekentenis van haar vader leest. En het gaat maar door. Elk extra snippertje nieuws haalt breeduit de Belgische pers. Pas in oktober worden het requisitoir en de pleidooien verwacht.

Tot voor kort heeft Elisabeth nooit met de pers gesproken, behalve een kort interview met Terzake, een Vlaams nieuwsprogram- ma, waarin zij benadrukte dat haar kinderen de grootste slachtoffers zijn, zij hebben geen vader meer. De oudste gaat binnenkort naar de middelbare school, de jongste was twee jaar en heeft dus al vijf peuter- en kinderjaren met dat verlies moeten leven. Elisabeth werkt weer als huisarts en heeft een nieuwe relatie. Een relatie die indirect toch weer te maken heeft met de moord op haar man. Er moest een toeziend voogd aangesteld worden en dat mocht iemand uit de kennissenkring zijn ‘met de juiste statuur’. Die voogd en Elisabeth kregen een intieme relatie.

Hij is nu geen voogd meer, maar wel de vader van haar vijfde kindje. Toen Elisabeth de bekentenis van haar vader hoorde, was zij verbijsterd. Nu hebben haar kinderen geen vader meer, maar wel een opa die met voorbedachten rade de moord op hun vader bestelde. De meeste moorden vinden plaats in huiselijke kring. Vaak in een opwelling, een heftige ruzie of een vlaag van verstandsverbijstering. Dan liggen messen, bijlen of koevoeten binnen handbereik. Maar een huurmoord in familiekring beramen? Omdat schoonzoon niet in het gareel past? Dat zullen de kinderen altijd beseffen. Opa, die pater familias die altijd met stevige en duidelijke hand de levenslijn van zijn kinderen wilde uitstippelen – zijn hand heeft hun levenslijn bruusk doorbroken.

[/blendlebutton]

Onderwerpen