Mali-drama beëindigt ministerscarrière van positieve VVD-kroonprinses Hennis-Plasschaert

Jeanine Hennis-Plasschaert heeft vandaag voor de laatste keer als minister de plenaire zaal van de Tweede Kamer betreden. Na het wekelijkse vragenuurtje stond het debat over het onderzoeksrapport het mortierongeval in Mali op de rol. Een rapport dat niet alleen qua inhoud maar zeker ook qua timing de politieke loopbaan van Hennis heeft weten te beëindigen. Wat verliest de politiek, en met name de VVD, met haar aftocht?

Vooral de keiharde conclusie dat het ongeval — en daarmee de dood van twee Nederlandse militairen — voorkomen had kunnen worden maakte het op voorhand zeer onrealistisch dat Hennis aan kan blijven als minister. Zoals de Leidse hoogleraar politicologie Ruud Koole zondag uitlegde bij Buitenhof hebben wij in Nederland een ruime interpretatie van de ministeriële verantwoordelijkheid.

Dit betekent in het geval van Hennis dat zij aansprakelijk is voor alles wat er bij Defensie gebeurde, ook als zij er niets van afwist. Van de misstanden die in het rapport werden aangekaart wist ze vermoedelijk niks. Echter, ze had het volgens de gevolgde redenatie van de misstanden móeten weten.

Beeld: ANP/Bart Maat

Politieke loopbaan

Maar ze wist het niet. En dat zal hoogstwaarschijnlijk betekenen dat kabinet-Rutte II op de valreep nog een minister verliest. Bovendien zou het een tragisch einde kunnen betekenen van Hennis’ politieke loopbaan. Ze was een succesvol Europarlementariër en werd in 2010 zelfs verkozen tot Europarlementariër van het Jaar.

Dat had ze met name te danken aan het feit dat ze dat jaar een tweederde meerderheid in het parlement wist te verkrijgen voor het verwerpen van het zogenaamde SWIFT-akkoord, een akkoord dat ging over de uitwisseling van bankgegevens tussen de EU en de VS. Hennis kreeg een staande ovatie in het Europees Parlement voor dit succes. Daarnaast zette Hennis zich, zowel in het Europees Parlement als later als Kamerlid, in voor homo-emancipatie.

Ook haar entree in de nationale politiek bleef niet lang onopgemerkt. Na twee jaar Kamerlidmaatschap maakte ze in 2012 in één keer de stap naar een ministerspost. Nota bene zonder bestuurlijke ervaring. Aan het einde van dat jaar werd ze door de parlementaire pers uitgeroepen tot politiek Talent van het Jaar.

Als eerste vrouwelijke minister van Defensie kwam ze langzaam op gang, maar uiteindelijk maakte ze belangwekkende besluiten en wist ze sympathie te winnen in haar rol. Ze kondigde onder meer in 2013 de definitieve vervanging van de F16 door de JSF aan en verdedigde in de Kamer succesvol de bijdragen van Nederland aan de VN-missie in Mali en de internationale strijd tegen IS.

Hennis-Plasschaert
Beeld: ANP/Remko de Waal

De nummer twee     

Haar rijzende ster bleek in de afgelopen verkiezingscampagne toen Hennis door de VVD duidelijk naar voren werd geschoven als de belangrijkste vrouw achter Mark Rutte. Ze stond nummer twee op de lijst. Rutte beloofde op haar te stemmen en ze was een graag geziene gast in de media. Zo vertegenwoordigde ze onder meer de VVD in het zogenaamde ‘vrouwendebat’ van WNL en werd dook geregeld ergens op als gast in een programma of in geschreven media voor een interview.

In AD Magazine filosofeerde Hennis al over haar carrière na de verkiezingen. Ook in een nieuw kabinet zou ze graag minister blijven. Haar droompost: minister van Buitenlandse Zaken.

Zo gek was die ambitie voor één van de meest vooraanstaande posten niet eens. Ze was de nummer twee van de grootste partij van Nederland, had ervaring als minister van Defensie en was bovendien lid geweest van het Europees parlement. Het geopolitieke spel is haar niet vreemd. Minister was bovendien niet eens de enige belangwekkende functie waar haar naam werd genoemd.

Hennis werd met Klaas Dijkhof gezien als de voornaamste kandidaten om Halbe Zijlstra op te volgen als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Ook dit leek haar een ‘prachtfunctie’. Bovendien gingen er stemmen op dat een eventueel fractievoorzitterschap haar klaar zou kunnen stomen voor opvolging van Rutte als VVD-leider. We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

Timing

Jeanine en Mark bemannen de positivisme-tandem van de VVD. En ook in deze barre tijden houdt Rutte vertrouwen in Hennis en zegt hij dat ze kan aanblijven als minister. Hoeveel dit waard is, is maar zeer de vraag. Rutte sprak in het verleden vergelijkbare woorden over Ivo Opstelten, Fred Teeven en Ard van der Steur. Allen traden af nadat de Kamer een gebrek aan vertrouwen tentoonstelde in deze bewindslieden.

Voor deze rel was haar naam één van de eersten geweest die de VVD op een ministerspost of fractievoorzitterschap had ingevuld. Nu is dat zeer de vraag. Zelfs als ze het debat op wonderbaarlijke wijze overleeft is het gezichtsverlies groot. Waarschijnlijk is de schade te groot om een ministerpost toebedeeld te krijgen in een toekomstig kabinet-Rutte III.

Beeld: ANP/Bart Maat

Sander Dekker

Een uitweg waarin ze als fractievoorzitter haar reputatie weer rustig op kan bouwen is in theorie mogelijk. Het is echter maar zeer de vraag of de grootste partij van het land genoegen neemt met een afgetreden minister met een beschadigde reputatie als fractievoorzitter. Hennis heeft daarnaast vermoedelijk te veel statuur om als ‘gewoon’ Kamerlid in de fractie plaats te nemen. Een volledig vertrek uit de landelijke politiek lijkt het meest voor de hand liggend.

Hoe cru het ook is dat dit zou beteken dat ze feitelijk gezien niks heeft kunnen doen in ruil voor haar verkiezing op 15 maart. Haar demissionaire ministerschap is immers nog een resultaat van de verkiezingen van 2012. Als we Ybeltje Berckmoes mogen geloven kan Hennis dus maar beter met Sander Dekker om tafel gaan, wellicht dat hij nog ergens een burgemeesterspost voor haar in de aanbieding heeft.

Meer leuke content? Like ons op Facebook