Spring naar de content

De transgender en de media: emancipatoir of overdreven?

De media-aandacht voor transgenders is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Daarmee neemt ook de drukte in genderklinieken toe. Waarom kunnen we afwijking van de gendernorm niet gewoon accepteren, in plaats van zo veel nadruk te leggen op het medische traject?

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: De Redactie

Het is druk in het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie in Amsterdam. Tijdenlang meldden zich jaarlijks zo’n honderdvijftig transgenders voor behandeling. Maar vorig jaar waren het er bijna achthonderd – meer dan vijf keer zoveel.

“Vroeger kregen we per jaar zo’n dertig kinderen binnen,” herinnert psycholoog Thomas Steensma zich. “Dat was heel overzichtelijk, je kende iedereen bij naam. Maar tegenwoordig hebben we enorme groepen.”

[blendlebutton]

Hij vertelt dat die spectaculaire groei in de hulpvraag van transgenders geen specifiek Nederlands verschijnsel is. “Je ziet het wereldwijd. In Amerikaanse klinieken gaat het precies zo.” Maar op de vraag hoe dat komt, heeft hij geen antwoord. “We weten het niet precies. Er is maatschappelijk natuurlijk wel veel meer aandacht voor.”

Het kan haast niet anders dan dat de drukte in genderklinieken te maken heeft met de mediahype rond het fenomeen transgender. Transgenders vormden altijd al een dankbaar onderwerp voor de sensatiepers, ook in de tijd dat we het nog over transseksuelen hadden. Maar de afgelopen jaren was er een golf van media- aandacht. En die golf veranderde in een tsunami na de coming-out van de Amerikaanse voormalige atleet Caitlyn Jenner als transgender in 2015, wat wereldnieuws was.

Sindsdien zijn we een eindeloze reeks kranten- en tijdschriftenartikelen, televisiereportages en talkshows rond transgenders verder. Er was de nationale ophef rond Mounir Samuel en Maxim Februari. Op televisie verschenen allerlei series – Love me gender, Hij is een zij, Geslacht!, Louisa & Rosanna – en het einde daarvan is nog niet in zicht, want de KRO kondigde onlangs een nieuwe transgenderserie aan. Loiza Lamers won Holland’s Next Top Model en in de bioscopen draaiden films als About Ray, The Danish Girl en, op dit moment, Una mujer fantastica. Vorige maand had zelfs een transgenderfilmfestival plaats in Amsterdam.

Er kwam een nieuwe wet die het makkelijker maakte om je geslachtsregistratie te veranderen. In 2015 maakten meteen 770 mensen gebruik van die mogelijkheid – dat waren er bijna tien keer zoveel als in voorgaande jaren. Er doken allerlei onderzoeken op in het nieuws, van research naar de situatie van transgenders op de werkvloer (veertig procent heeft te maken met discriminatie) en de beeldvorming in de media tot een uitgebreide studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Dat is veel aandacht voor een nogal klein aantal mensen. Over hoeveel het precies gaat, is niet bekend, maar volgens een schatting van Rutgers (kenniscentrum op het gebied van seksualiteit) uit 2012 zijn er in Nederland 48.000 transmensen in de leeftijd van 15 tot 70 jaar.

Als die schatting correct is, dan hebben we het over 0,4 procent van de bevolking. Transgender Netwerk Nederland, de nationale belangenorganisatie voor transgender personen, komt op een iets hogere schatting uit: 2 procent.

Waarom zoveel mediageweld rond zo’n kleine groep? “Sensatiezucht speelt daarbij zeker een rol,” zegt onderzoeker Mariecke van den Berg. Zij onderzocht de beeldvorming van transgenders in de media, in opdracht van het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis Atria. “Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat het merendeel van de artikelen in de geschreven media over transvrouwen gaat. Ik denk dat een seksualiserings- aspect daarbij een rol speelt. Er zit klaarblijkelijk iets erotiserends aan een transvrouw. Dat was vroeger nog sterker: lange tijd ging de berichtgeving over transmensen bijna uitsluitend over transvrouwen die in de seksindustrie werkten.”

Die sensatiezucht kan ver gaan. Een voorbeeld daarvan is een aflevering van het RTL 5-programma Extreem waarin transvrouw Jana centraal staat. Hoewel uit alles blijkt dat Jana een kwetsbaar mens is, interesseert het presentator Ewout Genemans nauwelijks hoe zij zich staande houdt als iemand die duidelijk herkenbaar is als transgender. In plaats daarvan voelt hij gretig aan haar borsten, brengt hij een afgesneden penis in een illegale genderkliniek in Bangkok in beeld en besteedt hij uitgebreid aandacht aan het prostitueebezoek dat Jana de avond voor haar operatie aflegt – om zich voor een laatste maal te laten ‘verwennen’.

“Dan wordt het dus een soort freakshow,” zegt Mariecke van den Berg. “Er zijn ook goedwillende programmamakers die een bijdrage willen leveren aan de emancipatie van transmensen. Maar ook bij hen zie je een enorme fixatie op het lichaam. Het heeft iets voyeuristisch. ‘Heb je nu een penis, heb je nu een vagina, en hoe werkt dat allemaal?’ Het gaat altijd maar over de transitie, maar dat is slechts een korte episode in iemands levensgeschiedenis. Ik heb Hij is een zij en Love me gender met een groep transmensen besproken en die herkennen zich er niet in. Ze vinden dat die programma’s het idee bevestigen dat we in de wereld maar twee smaken hebben: mannelijk of vrouwelijk en niets daartussen. De hokjes man en vrouw worden door die programmamakers maximaal benadrukt. Met de vrouwen wordt een beha uitgezocht en met de mannen gaat Arie Boomsma parachutespringen. Maar er is een grote groep transmensen die niet wil kiezen tussen het hokje man of vrouw. Die programma’s leggen bovendien het probleem bij transmensen. Die zijn in het verkeerde lichaam geboren en dat moeten we fixen. Maar het echte probleem is niet dat mensen genderdysforie hebben. Het echte probleem is dat wij een samenleving hebben waarin geen plaats is voor mensen die afwijken van de gendernorm.”

“Ik heb echter niet zozeer het gevoel in het verkeerde lichaam, als wel in de verkeerde tijd te zijn geboren en in de verkeerde samenleving misschien,” schreef Mounir Samuel in een essay voor De Groene Amsterdammer.

“Operaties, alles gaat over operaties. En of-ie dan stijf wordt, die ‘ombouwpenis’. Maar ik heb geen mannelijk geslachtsdeel nodig om man te zijn, dat ben ik al, dat was ik al die tijd al zelfs.”

Hij omschreef de tendens in Nederland als volgt: “De box voor de ene gender wordt simpelweg ingeruild voor die van de andere. Puzzel opgelost, we kunnen weer ademhalen. Het is even wennen, dat van ‘hij’ naar ‘zij’, maar als het slopende medische traject achter de rug is en de persoon in kwestie er vrij goed ‘gelukt’ uit ziet, is het probleem weer opgelost.”

“Werkt al die media-aandacht werkelijk emancipatoir of is het eigenlijk nog steeds aapjes kijken?” vraagt ook Micha Meinderts zich af. Hij schreef een boek, getiteld Aldus Sybren, over zijn leven als transman, vanuit de frustratie dat het in de media altijd maar ging over de transitie. “Maar wat gebeurt er daarna? Tegen welke problemen loop je als transmens dan nog aan? Geen enkele aandacht voor. Toch sta je na je transitie voor allerlei vragen. Wanneer vertel je het? Wat vertel je dan? Ga je je omkleden op de sportschool? Durf je je littekens te laten zien? Ik heb een tijdlang gewerkt met mijn oude paspoort zonder mijn werkgever te vertellen dat ik trans ben. Daar kreeg ik op een gegeven moment wel vragen over. Maar ik heb zo lang gevochten om te zijn wie ik ben dat ik het aanvankelijk liever niet wilde vertellen uit angst dat mensen alsnog anders naar me zouden kijken.”

Hij vertelt dat hij als transman altijd weer ‘idiote’ vragen moet beantwoorden. “Mensen willen altijd weten wat je in je broek hebt. En ik krijg altijd weer naar mijn hoofd geslingerd dat ik erg goed gelukt ben, omdat ze het niet aan me konden zien. Blijkbaar ben je dus alleen goed gelukt als anderen het niet kunnen zien. Dat vind ik naar voor transmensen bij wie je het wél kunt zien. Het is een gevolg van die mediahype: want het gaat daarin vooral over hoe goed je ‘lukt’. Natuurlijk zijn sommige programmamakers integer. Wat ze doen komt uit een goed hart, maar the road to hell is paved with good intentions. Ze reduceren transmensen tot een medisch fenomeen en dat neemt onze menselijkheid van ons af. Die mediahype is goed voor onze zichtbaarheid, maar ik weet niet of het emancipatie bevordert als er zo’n beperkt beeld wordt neergezet. Het enige prettige is dat ik nu minder vervelende vragen krijg omdat mensen het al denken te weten. Maar ik vraag me wel af wat ze dan eigenlijk denken te weten.”

De mediahype roept meer vragen op. Vroeger, toen we nog weinig wisten over genderdysforie, noemden ouders een dochter die per se jongenskleren aan wilde en niet naar poppen omkeek een tomboy. Punt. Doordat transgenders nu voortdurend in de media opduiken, zijn ouders sneller geneigd zich af te vragen of hun kind soms trans is. Maar ze weten vaak niet dat veel kinde- ren genderdysfore gevoelens hebben en dat die in het merendeel van de gevallen overgaan.

In zijn documentaire Transgender Kids (2015) gaat Louis Theroux op bezoek bij Camille, die ooit werd geboren als Sebastian, maar die nu als meisje door het leven gaat. Camille is vijf jaar oud en de presentator vraagt zich bezorgd af of het kind niet te jong is om zo’n beslissing te nemen. Een sociale transitie is geen makkelijk proces, niet iedereen heeft er begrip voor. Voor een tweede keer door zo’n proces gaan, als blijkt dat genderdysfore gevoelens niet blijvend zijn, kan dubbel pijnlijk zijn voor een mens.

De Australische psychiater Stephen Stathis, hoofd van een genderkliniek in Brisbane, vertelde in interviews met de Australische pers dat hij behalve kinderen met echte genderdysforie ook kinderen binnenkrijgt die om heel andere redenen een behandeling willen. Bijvoorbeeld adolescenten die het ‘bijna zien als een levensstijlkeuze zonder bewijs dat ze echt transgender zijn’. “Eén jongere zei tegen me: ‘Dr. Steve, ik wil transgender zijn, dat is het nieuwe zwart.’” Ook krijgt hij jonge meisjes binnen die seksueel zijn misbruikt en voortaan een man willen zijn.

Volgens Stathis maken allerlei culturele normen in zijn land het transgendervraagstuk heel complex. Meisjes kunnen typische jongensdingen doen en dan maakt niemand zich daar druk over, stelt hij. “Maar als een jongen een roze tutu aan trekt, moet hij meteen naar de dokter.”

Zo’n interview lezend vraag je je af: lopen we geen gevaar dat ouders door die mediahype te veel meegaan in genderdysfore gevoelens van hun kinderen en beslissingen nemen waar het kind later spijt van krijgt?

Thomas Steensma begrijpt de bezorgdheid, maar denkt niet dat dat in Nederland een probleem zal worden. “Sommige kinderen zijn echt heel uitgesproken in hoe ze zich voelen en laten extreem gedrag zien. Het zijn kinderen met wie werkelijk iets aan de hand is. Ik zie hier bijvoorbeeld jongetjes die een enorme voorkeur hebben voor meisjesachtige gedragingen en speelgoed en echt een flinke afkeer van jongensdingen. Het is terecht dat hun ouders met hen naar een genderkliniek gaan.”

Hij vertelt dat er verschillende stromingen zijn in de aanpak van deze problematiek. “De ene stroming zegt: ga mee met het kind, het zal zelf wel weten hoe het zich voelt. Ouders doen dan meteen een volledige sociale transitie, met het risico dat je dat later misschien weer moet terugdraaien. De andere stroming zegt: nee, dit kind moet in therapie, zodat hij deze gevoelens minder heeft. Maar dan blokkeer je het kind. De Nederlandse aanpak is een tussenweg. Wij zeggen: ga niet die ontwikkeling blokkeren, maar ga het ook niet volledig volgen. Verf niet meteen de kamer roze, verander niet meteen de naam, neem een afwachtende, niet-sturende houding aan. Het is goed om te weten dat het niet alles oplost om meteen zo’n traject in te gaan. We kunnen helaas niet alle problemen wegnemen als je transgender bent.”

Steensma ziet de mediahype als voornamelijk positief. “Het heeft geleid tot meer bekendheid rond het fenomeen. Tegenwoordig zie ik hier mensen die zeggen: ik weet nu wat ik heb en ik ben meteen naar jullie toegekomen. Toen ik hier tien jaar geleden begon, waren er mensen die zeiden: ik heb hier jarenlang mijn mond over gehouden. Ik vind het ontzettend fijn dat trans-mensen nu voor hun gevoel kunnen uitkomen. Maar een nadeel van al die televisieprogramma’s is dat je bijna nergens ziet dat een transitie helemaal geen makkelijk traject is. Terwijl het echt heel heftig kan zijn om al die medische behandelingen door te maken. En na de transitie kunnen er ook nog allerlei problemen zijn, met het vinden van een partner of werk bijvoorbeeld.”

Uit het onderzoek van het SCP blijkt inderdaad dat transgenders vaker ongetrouwd zijn, vaker een eenpersoonshuishouden voeren, vaker een laag inkomen hebben en minder vaak een positie als werknemer of zelfstandige hebben dan andere mensen. En dat ze te maken kunnen krijgen met problemen op het gebied van veiligheid en eenzaamheid en op het psychische vlak, zoals suïcidaliteit.

Steensma: “Een medische ingreep kan complicaties opleveren, je krijgt littekens, het kan anders uitpakken dan je had verwacht. Als behandelaar denk ik ook weleens: is deze persoon niet te kwetsbaar om deze ingrijpende stappen te zetten en gaat hij het sociaal wel allemaal voor elkaar krijgen? Er komen mensen bij ons binnen die een enorme voorgeschiedenis hebben. Is zo iemand dan niet te beschadigd om een transitie in te gaan?

“De eerste stappen naar emancipatie, daar hoort inderdaad bij dat je laat zien hoe goed het kan zijn om een behandeling te krijgen. Maar het ligt complexer dan dat. We zien dat een behandeling voor genderdysforie echt werkt. Het gaat een stuk beter met deze mensen. Maar het is een groep die vergeleken met de rest van de bevolking nog steeds heel kwetsbaar is. Mijn patiënten zeggen vaak: het gaat veel beter met me, maar ik worstel nog steeds met allerlei dingen. Het lost niet alles op in hun leven.”

“Van mij mag er nu eindelijk wel eens een programma komen dat een compleet beeld geeft over de dingen die je als transmens tegenkomt,” zegt Micha Meinderts. “En ook graag over dingen die niet problematisch zijn. Over hoeveel blijer ik nu ben. Over hoeveel mooie ervaringen ik heb opgedaan door te doen wat ik heb gedaan. Een genuanceerd beeld, dat zou eindelijk weleens prettig zijn.”

[/blendlebutton]

Onderwerpen