Spring naar de content
bron: ANP/Pauw/beeldbewerking HP/De Tijd

JBC vs. Van Dam: mislukte vrijage of verkrachting?

Met de aangifte van Jelle Brandt Corstius tegen Gijs van Dam krijgt de vermeende verkrachtingszaak tussen de heren een nieuwe wending. Het zou goed zijn voor Nederland en onze rechters om het volgende tweegesprek tussen de inmiddels overleden mr Chris Veraart (specialist in valse aangiftes en schrijver van het boek Valse Zeden) en juridisch publicist Heikelien Verrijn Stuart te lezen.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Tom Kellerhuis
Beeld:

Het onderstaande artikel – van de hand van onze huidige hoofdredacteur Tom Kellerhuis – is weliswaar in 1998 opgeschreven, maar het is nog uiterst actueel en geeft anno 2017 nog steeds een bijzonder boeiende blik op het verschil tussen een verkrachting en een mislukte vrijage.

Waar er twee vrijen…

Wat is het verschil tussen een verkrachting en een mislukte vrijage? Strafadvocaat Chris Veraart en juridisch publiciste Heikelien Verrijn Stuart in debat. “Geef je man een klap voor zijn kop. Of zoals ze het in Thailand doen, tjop, eraf dat ding en aan de eendjes voeren.”

Chris Veraart: “Een anonieme dame schreef mij: ‘Ik heb uw boek in één adem uitgelezen. Ik vind het prachtig en ik vind het afschuwelijk. Ik ben zelf een verkrachtingsslachtoffer, maar u heeft wel gelijk.’”
Heikelien Verrijn Stuart: “Ik vond het een goed boek, maar ook vreselijk om te lezen. Dat heb ik bij al die boeken over seksueel geweld. Juist door het kleurrijke en soms erg grove taalgebruik. Alles moet tegenwoordig hardop gezegd worden.”

[blendlebutton]

Veraart: “Je moet die verbalen eens lezen van de politie, die zijn heel wat erger, daar zijn mijn pleidooien kinderspel bij. Maar mijn tegenstanders denken dat ik zeg dat er geen verkrachtingen bestaan, dat die allemaal door vrouwen worden uitgelokt. Dat is helemaal niet wat ik betoog. Ik zou alle oprechte aangiften verdacht maken. Tegenstanders zeggen: nu zijn we eindelijk zover dat de vrouw serieus genomen wordt bij een aangifte en nu komt er zo’n man die beweert dat al die aangiften zijn verzonnen.”

Verrijn Stuart: “Ik heb altijd tegen slachtoffers van verkrachtingen gezegd: kijk uit, kies niet de route van het strafrecht. Het is er niet subtiel genoeg voor, het gaat fout. Jullie worden doorgezaagd en afgemaakt.”

Veraart: “Ik vind ook niet dat het in de rechtszaal thuishoort.”

Aan tafel zit mr Chris Veraart (53), sinds 1969 strafadvocaat. De laatste vijftien jaar legde hij zich toe op aangiften van aanranding, verkrachting en incest waar naar zijn mening een luchtje aan zit. En tegenwoordig houdt hij zich nog slechts bezig met de verdediging van ten onrechte beschuldigde ‘daders’. Eind vorig jaar publiceerde hij Valse zeden, een onthutsend boek waarin hij helder uiteenzet dat vrijwel iedere aangifte elementen van valsheid bevat.

Valse zeden riep die afgelopen maanden nogal wat weerstand op. Ook aan tafel uitgenodigd is mr Heikelien Verrijn Stuart (47), juridisch publicist en oprichtster van het Clara Wichmann-instituut, een wetenschappelijke instelling die zich bezighoudt met het vrouwenrecht. Verrijn Stuart kreeg vooral te maken met (vrouwelijke) slachtoffers van verkrachting.

Beide juristen, die elkaar kennen, hebben zich op de confrontatie verheugd. Chris Veraart: “Die evident valse aangiften zijn niet het grote probleem. Het is natuurlijk vervelend voor hem geweest, maar die meneer Lancee is nu gerehabiliteerd. De moeilijkheid zit ‘m in het grijze gebied; wat ik noem de mislukte vrijage – een kreet die ik zelf bedacht heb.”

Verrijn Stuart: “Ik heb kritiek op de ‘echte’ en ‘onechte’ verkrachting en die ‘echte’ en ‘valse’ aangifte. Er is nooit onderzoek gedaan naar de totale hoeveelheid echt leugenachtige aangiften. Volgens mij is het net als met alle andere delicten zo’n drie procent.”

Veraart: “Ik meen dat in alle aangiften elementen van valsheid zitten.”

Verrijn Stuart: “Dat is toch heel normaal? Iedere ingrijpende ervaring raakt in de herinnering van daders en slachtoffers vertekend. Oké, ik denk dat er echtscheidende vrouwen zijn die vals aangeven; incest met de kinderen veinzen om hun partner te slopen. Dat heeft niets te maken met seksualiteit, maar met het feit dat wij slecht trouwen en slecht scheiden in onze cultuur. Jij zegt: vrouwen hanteren seks als wapen, maar ik denk: ze hanteren het strafrecht als wapen. Dat ze dankzij de Sonja Barends en de Paul Wittemannen met in hun kielzog SBS en al die andere troep het strafrecht gebruiken als middel.”

Veraart: “Maar het verschijnsel doet zich voor! Het doet zich in veel heviger mate voor dan jij veronderstelt. Dat voel ik op mijn klompen aan. Ik had mijn ordners moeten meenemen. Ik krijg tien telefoontjes per dag; mensen herkennen zich in wat ik schrijf. Dus wat dat betreft vraagt mijn boek om wetenschappelijk onderzoek.”

Verrijn Stuart: “Want er zijn überhaupt geen cijfers. Dat wil zeggen: ze variëren van ‘twintig procent van alle vrouwen is wel eens verkracht’, tot ‘tachtig procent van alle vrouwen is wel eens verkracht’.”

Cijfers zijn er niet, dus concentreert het gesprek zich op de mislukte vrijage. Veraart zegt: “Twee mensen hebben een vrijage gehad die niet perfect was, laten we het zo zeggen. Hij is niet mislukt, hij is gelukt, maar hij wordt, achteraf, als mislukt beschouwd.”

“Maar wat jij beschrijft, is heel gewoon,” werpt Verrijn Stuart tegen. “Hoe vaak hebben partners in een gewone relatie hetzelfde beeld van een vrijage? De een vond het super en de ander vond er niets aan.”

Waarom niet gewoon: waar er twee vrijen, hebben er twee schuld?
Verrijn Stuart: “Nee. Waar er twee vrijen, hebben er twee verantwoordelijkheid.”

Veraart: “Juist. Dat is wat ik telkens zeg.”
Verrijn Stuart: “Op welk moment stel jij eigenlijk vast of een vrijage gelukt is? Dat zul je bijna altijd achteraf vaststellen. Wat is het criterium?”
Veraart: “Mijn dochter Gitta van 25 legde me het verschil tussen verleiding en verkrachting zo uit. Ze zegt: papa, je weet verdomd goed wanneer je verleid bent. Je hebt je laten meeslepen en daar kun je enorm de schurft over in hebben, dat weet je. En als je verkracht bent, weet je het ook feilloos.”
Verrijn Stuart: “Daarom wil ik het verschil tussen echte en onechte verkrachting niet maken. Verkrachting is voor mij als er, voordat er überhaupt seksueel contact is, geen vrijheid is om je wil te bepalen.”

Veraart: “Daar gaan die mislukte vrijages allemaal over. Daarin probeer ik de context uit te rafelen: hoe is het nou precies gebeurd, wat is ervoor en erna gebeurd? Want op het moment suprême ben je er als advocaat natuurlijk niet bij. En mensen doen heel rare dingen met elkaar. Het is niet alleen een beetje neuken. Het is proberen en experimenteren, vaak ruw. Ik heb net een pleidooi over anale seks gehouden. Heel vervelend, zo’n pleidooi. Maar veel vrouwen hebben het tegenwoordig over de zogenaamde anale verkrachting.”

Verrijn Stuart: “Zap een beetje op televisie en je weet meteen hoe dat komt. Lees Fancy, daarin staat precies wat een meisje allemaal wil weten. Maar het is toch volstrekt onbelangrijk om welk gaatje het gaat? Dat zou er voor de zedelijkheidswetgeving ook niet toe moeten doen.”

Veraart: “Voor mij is het zeer belangrijk, want het kan verzonnen zijn. Ik moet weten hoe de politie het benaderd heeft en of de vermeende dader het altijd zo doet. Een vrouw zegt achteraf: die vrijage was toch niet helemaal tof. Zij vertelt dat aan haar vriendinnen, die haar vervolgens mede ontslaan van haar verantwoordelijkheid: ‘Je kon er echt niks aan doen. Aanpakken die klootzak.’ Hetzelfde gebeurt bij de politie.”

Wordt die penis hun dan soms de kont in gepraat?
Veraart: “Als zij per se niet wil, lijkt het me erg lastig om dat toch voor elkaar te krijgen. Als een vrouw zegt dat ze tegen haar wil bruut anaal is verkracht, zou je er eigenlijk een deskundige, een seksuoloog bijvoorbeeld, bij moeten halen. Zeker wanneer een man, helemaal kapot van die zaak, dat overtuigend ontkent.”
Verrijn Stuart: “In het recente verleden werd gezegd dat gewoon seksueel binnendringen onmogelijk was als een vrouw echt niet wilde. ‘Als je je knieën maar stevig tegen elkaar houdt, kan het niet.’ Maar stel dat het echt gebeurd is, des te erger toch voor het slachtoffer?”

Veraart: “Je gelooft wel, neem ik aan, dat heel veel mensen te pas en te onpas seks hebben. Prima, dat mag, daar heb ik geen moreel oordeel over. Maar daar vloeien dus ook veel misverstanden uit voort. Vrouwen mogen een man vreselijk opwinden, tot aan de bedrand toe. Als zij dan uiteindelijk nee zegt, zeg ik: dat is gemeen. Mannen zijn nog niet zo geëmancipeerd dat ze zonder meer ‘nee’ respecteren. Mannen zijn nog te pikgericht.”

Verrijn Stuart: “Seksualiteit is in onze tijd een chaos. Het is waarschijnlijk altijd al ingewikkeld geweest, maar nu zit het in de sfeer van sadisme en extra-seksuele kicks; mannetjes die elders geen macht hebben en thuis willen laten zien wie de baas is. Daar vloeien waanzinnig ingewikkelde relaties uit voort die voor geen meter deugen. Allemaal waar. En vervolgens schieten ze door Barend en Witteman en al die andere gluurders in het privéleven in hun slachtofferrol.”

Veraart: “Het leed dat slachtoffers, en heus niet alleen vrouwen, zichzelf toeschrijven, is soms zo overdreven dat je inderdaad denkt: het kan niet zo zijn. Ik heb, heel treurig en vervelend, multiple sclerose. Daar kan ik inderdaad alle leed van de wereld op afwentelen. Maar ik heb gelukkig zoveel andere dingen aan mijn hoofd dat het niet hoeft.”
Verrijn Stuart: “En om zich in dat slachtofferschap te laten bevestigen gaan ze op zoek naar autoriteit. De politie is niet genoeg. Het moet een rechter zijn. Aandacht is pas echt in een programma van Witteman of in de rechtszaal. Daar heeft justitie geweldig op ingespeeld. De nieuwe moraal is: wees solidair met de slachtoffers.”

Veraart laat er voor de verandering een filosofietje van de koude grond op los. In de geschiedenis van de mensheid zijn vrouwen altijd onderdrukt, verkracht en vernederd. Door de bank genomen zijn mannen altijd de baas geweest. Tot aan de seksuele revolutie. Zou het dan niet zo kunnen zijn dat vrouwen een soort collectief hebben opgebouwd? ‘Ik ben door de hele geschiedenis heen besodemieterd en belazerd en nu pak ik je terug.’ “Het is misschien borrelpraat, maar het komt af en toe bij mij op. En ik denk dan: ze hebben gelijk. Jammer als je die ene vent bent die wordt teruggepakt, maar ik kan het me wel voorstellen.”

Verrijn Stuart: “Ik denk dat dit soort seksuele misverstanden van onze tijd zijn. Het komt door deze structuurloze samenleving waarin mensen identiteitsloos zijn. We hebben ons laten aanpraten dat de samenleving maakbaar is. Dat gezondheid en geluk afdwingbaar zijn.”

Maar waarom doen mannen dan veel minder snel aangifte?
  Verrijn Stuart: “Mannen doen exact hetzelfde. Op het moment dat ze vinden dat een aangifte vals is, willen ze niet alleen dat een vrouw het toegeeft, dan stappen ze ook naar de rechter om haar aan te geven. Zij zijn een nieuwe categorie slachtoffers.”

U vindt dat vrouwen te snel naar de politie lopen.
Verrijn Stuart: “Ho, ho. Slechts tien procent doet aangifte.”

Wat moeten ze dan doen?
Verrijn Stuart: “Spreek je man aan op zijn verantwoordelijkheid; dat zeg ik tegen die vrouwen. Ga naar hem toe, geef hem een klap voor zijn kop. Of zoals ze het in Thailand doen, tjop, met het mes, eraf dat ding en aan de eendjes voeren. ‘O, durf je hem niet te castreren? Waarom niet? Je durft niet eens naar hem toe te gaan om te zeggen wat je van hem vindt. Waarom niet? Maar je gaat wel naar de rechter, liefst nog anoniem?’”
Veraart: “Ik heb mijn boek geschreven omdat ik ermee rondliep. Zo’n ontredderde man die ik tegenover me krijg. Al die rechters die het niet geloven; ik werd er malende van. Ik merkte dat het niet klopte. Die vooringenomenheid en al die dubbelheid. Dat je als je een rechtszaal binnenkomt al verloren hebt.”

Verrijn Stuart: “Die vooringenomenheid is volgens mij een uiting van politieke correctheid. Je mag niet tegen een slachtoffer van seksueel geweld zeggen: ‘Mevrouw, het spijt me vreselijk maar u heeft geen zaak. U heeft wel een beroerde ervaring, maar het is geen strafzaak. U gaat deze man niet door het slijk halen alleen maar omdat u een rottige ervaring heeft gehad.’ Maar zowel officieren van Justitie als rechters hebben aan bepaalde fatsoensnormen te houden.”
Veraart: “Het gaat mij om de undue influence: politiemannen die op een vriendelijke manier iemand erin luizen. Ze proberen je niet te laten zeggen: ik erken dat ik Mientje verkracht heb. Nee, ze zeggen: je bent het toch met ons eens dat het niet zo fraai was wat je hebt gedaan. En dan zegt zo’n jongen vaak: zo bezien geef ik dat eigenlijk wel toe. Het is een slimme methode om een betekenis af te dwingen.”

Verrijn Stuart: “Ik zou dat niet als een bekentenis beschouwen. Ik begrijp wel dat politiemensen erop uit zijn om het verschil tussen verleiden en verkrachten in kaart te brengen. Maar de conclusie moet niet altijd zijn: hier is sprake van een verkrachting. Als je bereikt dat zo’n man toegeeft dat het niet zo fraai was, heb je al heel behoorlijk gescoord. De kern van het hele probleem is: wat hebben beide partijen in hun hoofd gehad? Wat ervoer die vrouw voor, tijdens en na, wat ervoer die man voor, tijdens en na. Dat is een hopeloze operatie, daar kom je niet achter. Omdat sommige mannen gewoon te dom zijn om te weten wat ze in hun hoofd hadden voor, tijdens en na. Of omdat ze er gewoon nooit bij stilstaan. De Engelsen hebben daar een mooie oplossing voor gevonden, al in 1974. Als de man negligent was, nalatig, onzorgvuldig, dan is er een vermoeden dat hij niet bezig was met verleiden maar met verkrachten.”

Veraart: “ik heb het niet over zulke zaken! Ik beschrijf kwesties waarbij hij de deur met een sleutel zou hebben afgesloten. ‘Hij stak de sleutel bij zich,’ verklaarde ze nog onder ede. Maar er zat helemaal geen slot op die deur!”
Verrijn Stuart: “Dan heb je toch objectieve gegevens waarmee een rechter verder kan?”

Veraart: “Het idiote is dat rechters niet op die evidente onwaarheden ingaan, maar zeggen: dat meisje mag toch wel een beetje overdrijven?”

Veraart schrijft in zijn boek: “Echte daders van verkrachting lijden aan het borderline-syndroom en blijken een opvallend laag IQ te hebben.”
Verrijn Stuart: “Dat is gewoon niet waar. Incest, verkrachting en kindermishandeling komen in alle lagen van de bevolking voor.”

Veraart: “In die uitspraak zit mijn cynisme, daar moet je me voor kennen. Ik ga vrij kort door de bocht, dat begrijp ik ook wel. Maar in die ernstige en echte zedenzaken die ik heb behandeld, is het wel waar! Dat zijn natuurlijk volkomen geschifte figuren.”

En u schrijft ook: “Velen zijn niet bestand tegen het liberale klimaat in ons land.”
Veraart: “Veel mensen uit andere culturen zijn daar ook niet tegen bestand. En in ernstige zedenzaken zie ik nooit normale daders, echt niet.”
Verrijn Stuart: “Uit wereldwijd onderzoek blijkt dat verkrachting in alle sociale lagen voorkomt. Maar een mevrouw uit Wassenaar doet geen aangifte tegen haar man. Ik vrees dat het juist normale mannen zijn; dat zie je in Bosnië toch ook? Het is echt verlies om terug te gaan naar 1976 en te zeggen: verkrachters zijn die kerels in de bosjes. Ik ben jarenlang rechtbankverslaggever geweest en heb ooit geturfd wat voor mannen er in de verdachtenbank terechtkwamen. Niet eens mensen met een laag IQ, maar absolute randdebielen. Mannen die echt niet tot tien konden tellen.”
Veraart: “Waarom word je dan boos als ik het beweer?”
Verrijn Stuart: “Verkrachters hebben niet gemiddeld een laag IQ of komen alleen maar uit andere culturen. Verkrachters zijn overal.”

Als een meisje nee zegt, is het dan altijd nee?
Verrijn Stuart: “Als een vrouw ‘nee’ zegt, betekent dat niet altijd nee. Daar zijn seksuele verhoudingen te ondoorgrondelijk voor.”

Veraart: “Maar je mag het niet zeggen. Ik beweerde laatst in een tv-programma dat het genuanceerder ligt. Vrouwen zijn veel geraffineerder dan wij polderjongens. Toen kreeg ik half Nederland woedend over me heen.”

Verrijn Stuart: “Tuurlijk mag je dat niet zeggen. Twitntig jaar geleden werd tegen verkrachte vrouwen gezegd: het is je eigen schuld, had je maar niet in dat korte rokje moeten gaan fietsen. En nu zijn we die slachtoffers zogenaamd serieus gaan nemen door ze van alle kritiek te vrijwaren. Dat is niet zoveel beter.”
Veraart: “De mensen denken dat het wetboek gelijk staat aan rechtvaardigheid. Onzin.”

Verrijn Stuart: “Een man moet in 1998 eerst goed checken of zij wel met hem naar bed wil. Maar dat is onmogelijk. Ik ben in die zin een aanhanger van het power-feminisme. Sta als vrouw je mannetje en slik je verlies ook maar een beetje. Maar in een maakbare samenleving denken mensen dat het leven tot een contract kan worden teruggebracht. Natuurlijk kan dat niet.”

[/blendlebutton]