Koolmees heeft gelijk: inburgeren (‘Heb je even voor mij’) moet anders

Jan Smit 13 dec 2017 Politiek

De inburgering in Nederland moet op de schop. Dat zei Wouter Koolmees (D66) aan de vooravond van het debat over dit onderwerp in de Tweede Kamer woensdag (vandaag, red.). De nieuwe minister van Sociale Zaken heeft groot gelijk. Zingend (Heb je even voor mij) op zaterdagochtend de polonaise lopen in het dorpshuis van Schubbekutteveen om een verblijfsvergunning te bemachtigen: how low can you go?

“Heb je even voor mij, maak sommige tijd voor mij.” Hij is de Nederlandse taal nog niet honderd procent machtig, maar heeft er alles voor over om voor de inburgeringstoets te slagen, de twee jaar geleden uit Syrië gevluchte Wail Almalouh. Dus als Omroep Brabant in het dorpshuis van Oudenbosch opnames  komt maken van de bijzondere wijze waarop de plaatselijke afdeling van Vluchtelingenwerk asielzoekers klaarstoomt voor dit examen, gaat Almalouh voor in de polonaise.

Op zaterdagochtend. Al zingend – van Frans Bauers Heb je even voor mij tot Zeg ken jij de mosselman? Met een sliert lotgenoten en vrijwilligers in zijn kielzog. Lachend als boeren met kiespijn. Alles beter dan Syrië, Eritrea of whatever welke hel.

De tekst gaat hieronder verder.

Pijnlijk? Nee. Tien minuten met je handen tussen de kogelmieren, mieren waarvan een steek voelt als een kogel uit een pistool – een inwijdingsritueel van de Satere-Mawe stam in Brazilië – dát is pijnlijk. Vernederend? Ja.

De ontgroeningscommissie van Vindicat had het kunnen bedenken. Maar het is – allerbelangrijkst – niet effectief.

Op zaterdagochtend in het dorpshuis van Oudenbosch in de polonaise Frans Bauers Heb je even voor mij zingen: Vindicat had het kunnen bedenken.

Dat laatste vindt Wouter Koolmees kennelijk ook. De inburgeringsprocedure in Nederland moet veranderen, opperde de nieuwe minister van Sociale Zaken – minister Koolmees, het blijft wennen – gisteren in De Telegraaf.

Minister Koolmees

Volgens de kersverse bewindsman is er sprake van een groot probleem. Vooral het aantal Somaliërs en Eritreeërs in Nederland dat geen opleiding heeft gevolgd en in de bijstand zit, baart hem zorgen.

Ook de oplopende wachtlijsten voor inburgeringsexamens noemt hij problematisch. Immigranten moeten vanaf dag één met taalles beginnen, vindt hij. Er moet direct een soort ‘scan’ worden gemaakt: wie is de persoon, wat is het opleidingsniveau en wat voor ervaring heeft hij of zij?

Daarna moet het beste vervolgtraject worden bepaald. Koolmees legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de gemeenten.

Taallessen en andere voorbereidingscursussen moeten volgens de minister worden ingekocht bij inburgeringsbureaus die zijn geselecteerd op kwaliteit. “Sommige bureaus leveren hartstikke goed werk, maar er zijn er ook die er met de pet naar gooien,” aldus Koolmees.

‘Welkom in Nederland’, is de boodschap. En: ‘Zoek het zelf maar uit’.

Waarschuwing

Die kritiek is niet nieuw. Vorige week sloeg Vluchtelingenwerk Nederland in een brandbrief aan de Tweede Kamer alarm . “Er moet echt wat gebeuren. De eigen verantwoordelijkheid is in Nederland doorgeschoten. ‘Welkom in Nederland,’ is de boodschap. En: ‘Zoek het zelf maar uit’. Het is een woud aan aanbieders, en mensen kunnen door de bomen het bos niet meer zien,’’ aldus een woordvoerster.

Begin dit jaar waarschuwde de Rekenkamer. En ook Zondag met Lubach maakte al eens een bijzonder hilarische aflevering over het falende inburgeringsbeleid. Het televisieprogramma hekelde onder meer de inburgeringstoets. Die bevat niet alleen onzinnige vragen, maar ook vragen waarop menig autochtone Nederlander het antwoord schuldig moet blijven.

De tekst gaat hieronder verder.

Rekenkamer

De Rekenkamer vergeleek de wet op de inburgering uit 2007 met die uit 2013. De wet uit 2007 — onder Rutte I ingevoerd door Rita Verdonk — verplichtte statushouders binnen drie jaar te slagen voor hun inburgeringsexamen. In 2013 werd die wet verder aangescherpt. Asielmigranten moeten zich zelf inschrijven voor een cursus bij een particuliere inburgeringsscholen. Bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) kunnen ze daarvoor een lening krijgen van 10.000 euro.

De resultaten van dit beleid zijn niet bepaald florissant. Het slagingspercentage van de inburgeringstoets daalde met ruim de helft, van 80 procent naar 39 procent. Van de 10.500 mensen die sinds 2014 moeten inburgeren, is dit minder dan 4.000 gelukt.

Onder de oude wet kregen statushouders hulp van de gemeenten waar ze woonden. Het examen en de voorbereiding waren gratis.

Koolmees heeft het rapport van de Rekenkamer goed gelezen. Zijn plannen lijken sterk op de aanbevelingen van dit instituut.

Omdat de resultaten zijn verslechterd onder de huidige wet, deed de Rekenkamer diverse aanbevelingen. Zo moeten gemeenten hun ‘oude’ rol weer terug krijgen. Ook moet er een goede toets komen op de aanbieders van examentrainingen.

Betere waarborg

Er is veel kritiek op de kwaliteit van aanbieders van inburgeringstrainingen. Het taalniveau zou onvoldoende zijn. De Rekenkamer pleitte daarom voor een garantie of betere waarborg voor de trainingen. Koolmees heeft het rapport van de Rekenkamer goed gelezen. Zijn plannen lijken sterk op de aanbevelingen van het instituut.

Woensdag (13 december, red.) debatteert de Tweede Kamer over de plannen. In Oudenbosch zit de Syrische statushouder Wail Almalouh aan de buis gekluisterd.

Reageer op artikel:
Koolmees heeft gelijk: inburgeren (‘Heb je even voor mij’) moet anders
Sluiten