Woord van het Jaar: en ‘partijkartel’ dan?

Aflosboete, asielplaag, rollatorpolitiek, sleepwet of smurfendebat — veel kanshebbers voor het Woord van het Jaar 2017 hadden een politiek tintje. Toch werd ‘appongeluk’ gekozen tot het woord van 2017. 

Tweede Kamerlid Thierry Baudet (Forum voor Democratie) viel op met zijn ‘media-’ en ‘partijkartel’. Premier Rutte herintroduceerde het woord ‘kneiterig’ (gierig). Ton den Boon, hoofdredacteur van Van Dale, legt uit waarom politieke termen normaal gesproken zo goed beklijven.

Van oudsher bedenken kranten- en tijdschriftenredacties politieke neologismen, De Telegraaf voorop. (Denk aan: ‘flitsridder’, ‘asielplaag’, ‘borgboef’, ‘sjoemeldiesel’, ‘pestprofs’, ‘horrorreis’.) Dit jaar bedacht de krant van wakker Nederland ‘ybelen’, wat zoveel betekent als ‘een politieke carrière ambiëren zonder te weten wat het vak inhoudt’. Het werkwoord is afgeleid van oud-VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes, die een boek schreef over haar mislukte politieke carrière. Het Parool bedacht dit jaar ‘rollatorpolitiek’, de Volkskrant ‘praatkabinet’ en Trouw schreef over een ‘smurfendebat’.

De tekst gaat hieronder verder. 

Woord van het Jaar
Beeld: ANP/Bart Maat

Dat er veel politieke woorden zijn onder de inzendingen voor het Woord van het Jaar, is volgens Den Boon niet verwonderlijk. “Politiek trekt veel aandacht. Kijk naar het Journaal. Het gaat de helft van de tijd over vaderlandse politiek. En gaat het niet over onze politiek, dan wel over Macron of Trump.”

Den Boon vindt ‘partijkartel’ van Baudet knap bedacht, maar niet mooi. “Dat woord kun je niet meer gebruiken als je niet voor Forum voor Democratie bent.” Doordat Baudet ‘kartel’ te pas en te onpas achter zaken plakt, blijft het hangen. “De kracht zit in de herhaling.”

Woord van het Jaar
Beeld: ANP/Evert-Jan Daniels

Waarom onthouden we politieke woorden?

Het maakt volgens Den Boon niet uit of een politicus zo’n woord zelf bedenkt of zijn spindoctor dat laat doen. Het gaat erom dat de politicus het bedachte woord op het juiste moment gebruikt. “En zo zie je dat sommige politici in staat zijn woorden te introduceren die we onthouden.”

Woorden met ‘kruimel’ vindt Den Boon mooi – zoals ‘kruimelpensioen’, ‘kruimel-zzp’er’, ‘kruimelboete’ en ‘kruimelpleger’. “Omdat dit voorvoegsel op zoveel verschillende onderwerpen inzetbaar is.”

Het Woord van het Jaar is echter zelden van politieke aard. In alle voorgaande edities werd maar één politiek woord verkozen, en wel in 2010. Toen won ‘gedoogregering’, een minderheidsregering die voor besluitvorming op bepaalde terreinen gesteund wordt door een partij die niet tot de regering behoort. En dit jaar dus ‘appongeluk’. Dat is een ongeval waarbij een verkeersdeelnemer betrokken is die aan het whatsappen was.

Tot de neologismen die in de afgelopen jaren populair waren maar niet werden verkozen, behoren onder meer ‘kamikazekabinet’, ‘bedrijfspoedel’, ‘weglooppoliticus’, ‘participatiesamenleving’, ‘uitgetolereerd’ en ‘pietenpact’.

Dit laatste woord introduceerden Trouw en de Volkskrant in navolging van de Belgische media in 2016 in Nederland. Het is inmiddels opgenomen in de Dikke Van Dale. Dus wie weet krijgen ‘partijkartel’ en ‘kneiterig’ in 2018 wel een vast plaatsje in het woordenboek.

Reageer op artikel:
Woord van het Jaar: en ‘partijkartel’ dan?
Sluiten