Spring naar de content
bron: ANP/Remko de Waal

Theo Hiddema: ‘We leven in het decennium van de schijterigheid’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Nick Muller
De markante strafrechtadvocaat Theo Hiddema (73) is sinds dit jaar ook Tweede Kamerlid. Welke boeken, films en andere kunstwerken hebben hem zoal beïnvloed?

Boeken

“Ik ben sinds anderhalf jaar weduwnaar. Dan kun je beter niet aan zelfkwelling doen. Vanwege die status kan ik nog steeds niet aan diep menselijke roerselen rakende romans lezen, of sentiment-ontlokkende klassieke muziek beluisteren. Het ligt allemaal een beetje op zijn gat. Ik heb nog nooit een tendens van pijnvermindering bemerkt, dat er een vaste lijn in zit en dat je kunt verwachten dat je op een punt belandt waarop de pijn stabiel is. Die hoop heb ik laten varen. Misschien ontwikkelt het zich in een richting dat ik toch nog eens naar een roman grijp, maar dan moet het wel zo geschreven zijn dat ik moeite heb om de ziel te verplaatsen. Als de inhoud echt vol op mij komt, dan leg ik het terzijde – dat raakt mij te diep. “Ik kom van het platteland. Dat aardrijkskundige isolement leidt altijd een beetje tot beslotenheid van karakter. En als je dan ook nog een nakomertje bent, en je hebt alleen maar grote weiden en horizon om je heen, dan zoek je vertroosting. Dus ik begon pillen te lezen. De avonturen van Huckleberry Finn van Mark Twain vond ik schitterend. En Pieter Marits – Lotgevallen van een Transvaalschen boerenjongen van August Niemann, over een heldhaftige Zuid-Afrikaanse boer die tegen de Engelsen vocht. En P.G. Wodehouse. Als je die niet kent, dan moet je daar maar snel aan beginnen, want je leven is waardeloos als je die niet gelezen hebt. "P.G. Wodehouse beschreef de Engelse hogere klasse. Vrijgezelle kasteelheren met immense vermogens die zich bij wijze van levensbesteding bezighielden met het fokken van kampioensvarkens – ik zeg maar wat. Maar zo verschrikkelijk humoristisch... Als ik mijzelf zou kunnen betrappen op enig gevoel voor humor, dan is het me door deze boeken aan komen waaien. “Later las ik de naturalisten, daar waar de geprangde medemens centraal staat: spartelend, sprokkelend, alles tot mislukken gedoemd. Mijn persoonlijke favoriet is J. van Oudshoorn. Tobias en de Dood, Willem Mertens’ levensspiegel. Dat zijn echt schitterende boeken. Zeker als je weet wie ze schreef: een man die een heel burgerlijk leven leidt als klerk, een ogenschijnlijk keurig heerschap, die schrijft over de zelfkant van het bestaan. "Hij schrijft over figuren die dag in dag uit met zelfmoordgedachten lopen, zich verslingeren aan instabiele dames om het zo maar eens te zeggen, en waarbij alles tot mislukken is gedoemd. Hoe je het ook wendt of keert: je krijgt inzicht in de menselijke geest. Als jongeling zal ik daar nooit alle finesses van hebben kunnen doorgronden, maar je neemt er wel iets van mee. In de strafpraktijk heb je met echte individuen te maken. Onze-Lieve-Heer kent vreemde kostgangers; de menselijke ziel kent vele duistere krochten. En juist die duistere kanten komen terug in mijn literaire voorkeuren.”

Theater

“Er is altijd volop theater rondom mij, vanuit mijn eigen ziel en zaligheid. Een toneeluitvoering in de schouwburg haalt het niet bij wat ik zelf doe. Daarom kom ik er ook nauwelijks. Het materiaal waarmee ík werk bestaat uit levensechte mensen. Dat is écht theater. In het rechtbanktheater breng ik wat verbale spielerei – wat frivoliteit, wat scherts, wat steekjes onder water – om daarmee de mensen op adem te laten komen. Anders wordt het zo droog. "Ik doe het ook om de inhoud nog meer te markeren. Je doet er als het ware een strikje om. In de Tweede Kamer wordt de franje niet gebruikt om de inhoud scherper te markeren, maar om aandacht van de camera te genereren en de achterban in hapklare teksten aan te spreken. De essentie van de inhoud is niet meer de handelswaar waar het om draait. Alles draait om de vorm. Daar heb ik weleens moeite mee. “Ik ben een groot operaliefhebber. Dat is de aard van het beestje. Ik ben geen dieptepsycholoog, maar ik ben wel geneigd te denken dat je, naarmate je meer ontvankelijk bent voor de menselijke ziel en wat zich daarin allemaal kan voltrekken, je gevoel van empathie zich dienovereenkomstig ontwikkelt. Als je daar dan zeer gevoelige muziek op loslaat, dan is iemand die zo ontwikkeld is, natuurlijk eerder vatbaar voor menselijke reacties dan iemand die wat minder vatbaar is voor menselijke sentimenten. "Bij La traviata van Verdi houd ik het bijvoorbeeld niet droog. Een siddering – noem het maar zo. De traanklieren staan op springen. De ontroering komt voort uit de muzikale impact van het geheel. Wat er dan smachtend en met wijd opengesperde ogen naar elkaar gezongen wordt – schitterend. Als je mentaal niet geheel en al in balans bent, zoals ik sinds anderhalf jaar, dan kun je daar maar beter bij wegblijven.”

Muziek

“Ik ben een allemansvriend. Ik sta open voor alle muzieksoorten. Van klassiek tot rock tot dance. Ik vind het zo jammer dat de gemeente in deze zone van Amsterdam een geluidsnorm heeft gesteld voor dancemuziek op rondvarende boten. Ja, je moet natuurlijk niet iedere dag van die muziek hebben, maar als er bijvoorbeeld Gay Pride was, vond ik het enig dat je in de verte dat gebonk hoorde aankomen. Dat gedreun resoneerde zo mooi tegen de gevels in de verte. De decibellen bouwden zich langzaam op – met de climax pal voor je deur. Een orgie van lawaai. Heerlijk. Maar dat mag niet meer van de ouwewijvenheren. “Wij waren thuis zeer klassiek ingericht. Mijn moeder speelde virtuoos piano. Ik heb onder haar dwangregime, want ze was zeer prestatiegericht, zeven jaar lang tweedaags pianolessen gevolgd. Ik heb nu al jaren niet meer gespeeld. Iets weerhoudt me ervan om weer achter de piano te kruipen. Ik ben bang om te schrikken van mezelf, om pardoes geconfronteerd te worden met opkomende gebrekkigheid. Thierry (Baudet – red.) heeft nu een piano in zijn werkkamer staan, maar daar kruip ik ook niet achter. Laat hem eerst maar eens oefenen. "Misschien krijgt hij dan eindelijk door dat hij echt niet begaafd is. De muziek van Schubert is nog steeds mijn favoriet, laten we wel wezen. Die heeft zulke subtiele melodieën gecomponeerd, zo volstrekt sereen, zo intelligent – maar toch ook onderscheidend van andere componisten. Geen bombast. Zijn Winterreise en zijn Rosamunde zijn ongeëvenaard. Ik luister graag naar Nicolas van Poucke. Hij is een veelbelovende jonge pianist die samen met zijn zus Ella – een goede celliste – prachtige muziek maakt. “Duitse schlagers vind ik ook schitterend. Helene Fischer is een van mijn favorieten. De manier waarop ze met de Duitse taal omgaat, is buitenaards. Haar teksten zijn ware poëzie. En dan dat parelend stemgeluid. Ongekend prachtig. En ze mag er ook wezen. Het is een pretje om naar te kijken. Mijn favoriete nummer van haar is Wär’ heut’ mein letzter Tag. Ze bezingt hierin de immense liefde voor haar partner en die is allesomvattend. Als pardoes haar laatste dag zou aanbreken, dan zou dat geen probleem zijn, zingt ze, als hij maar bij haar is. Maar er zijn meer van die types hoor. Zoals Ute Freudenberg. Die kent ook niemand. Auf den Dächern von Berlin is een prachtig nummer van haar. Ik ben ook tuk op country en western. De Amerikaanse volksziel. Johnny Cash, Alan Jackson, Dwight Yoakam... Botte rednecks worden ze genoemd. Kom op zeg. De teksten zijn hartverscheurend. “Ik heb Dwight Yoakam vijftien jaar geleden gezien in een bomvol Paradiso. Het publiek bestond zowel uit Hells Angels-achtige types als mannen in kostuum. Iedereen dronk uit dezelfde pullen. De zaal stond blauw van de rook. Wat was Nederland toen nog een leuk land. Nederland was nog vrij. Als hij nu weer in ons land zou optreden, werd hij meteen politiek onder de loep gelegd. ‘Is hij voor of tegen Donald Trump? O, hij is voor? Dan gaan we niet.’ Het raakt hier zo vertrut en men is zo spastisch bezig om zijn eigen morele voortreffelijkheid te etaleren. Ook in de kunst. De voorkeur wordt in een correct kader gegoten. Een grote gelijkschakeling voltrekt zich. "Alles is politiek. Helene Fischer is nu bijvoorbeeld ook ontdekt door schriftgeleerden. Maar die associëren het met het politieke klimaat nu in Duitsland. Duitsland is verlost van zijn ketenen en dat manifesteert zich ook in de massale aandacht voor Fischer. Niet meer dat politiek beladene, maar onbekommerd vrolijk. En dan spreekt men in de krant de zorg uit of dit niet het zicht ontneemt op de ernstige problemen die er ook zijn. Sodemieter toch op. Dat mens kan je ontroeren dat het een aard heeft. Gewoon door haar kunst. Laat de politiek er alsjeblieft buiten. “Als tegengif voor die schrale vertrutting die hier woedt, ben ik opstandige literatuur van anarchistisch getinte types gaan (her)lezen. In opstand van Alexander Cohen vind ik een briljant boek. Jacques Gans schreef geweldige stukken. Het fascisme en de nieuwe vrijheid van Jacques de Kadt is mijn politieke bijbel. Het is een analyse van de teloorgang van de sociaaldemocratie door patjepeeërs, die zich in een tijdperk van vertrutting en schijterigheid alleen kunnen handhaven door steeds te tamboereren op de eigen groepsbraafheid.”

Kunst

“Museumbezoek staat haaks op mijn beleving van kunst. Ik wil interactie hebben tussen mijn ogen en het blikveld waarin de kunst zich openbaart – mijn private gevoelens zonder scharrelend volk om me heen. In zo’n museum sjok ik altijd maar wat rond. Natuurlijk word ik weleens door een schilderij gegrepen, maar dan wil ik het in huis hebben, om mij heen. Wat hier op mijn kantoor aan de Herengracht staat, is een beetje ’n frivole boel hoor, maar in mijn echte huisvesting in Maastricht staat het helemaal vol. Daar kan niets meer bij. "Wat hier staat, is allemaal pour les besoins de la cause: bij mekaar gesprokkelde kunst. Toen ik dit pand in 2000 kocht, was het zo kaal als de neten. Er moest kunst komen, en ik kon het ook niet over mijn hart verkrijgen om mijn schilderijen in Maastricht uit hun vertrouwde entourage weg te halen. Dan zou ik verraad plegen aan het object en zijn domein. Als ik daar kom, moet het compleet herkenbaar zijn, anders is de zaak ontregeld. “Ik hou van burgerlijke tafereeltjes. Ik moet naar iets kijken wat rust geeft. Sereen welbehagen. Balsem voor de ziel die op dat moment misschien wat hectisch is omdat je over een proces zit te piekeren. Tegenover mijn bureau hangt een schilderij van een braaf meisje dat in een boekje leest. De blik van zo’n dametje werkt dempend op onrustige gedachten. Het interesseert me niet wie het geschilderd heeft. Ik moet à l’improviste zeggen: wat mooi. En anders wil ik het niet. Als een of andere functionaris me uitlegt dat het schilderij in dit tijdsbeeld een doorbraak in ’s mans kunstenaarschap is geweest – nou, dan ben ik weg. "Bij dit schilderij staat het er toevallig op door wie het is gemaakt: Léon Herbo, een Belgische genreschilder uit de late negentiende eeuw. Aan de andere kant van de kamer hangt een moeder met kind. Zo aandoenlijk. Ga maar eens kijken. Zie je dat handje? Een beetje een droef jongetje, hè? En de houding van die moeder. Dit schilderij is aangeleverd in de tijd dat Tonio van der Heijden (de zoon van Adri van der Heijden – red.) werd doodgereden. Als je nu weet dat dat jongetje veel op Tonio lijkt – een beetje met de oogwimpers lonkend, kijkend naar de moeder, in wie je heel snel de uiterlijke verschijningsvorm van Tonio’s moeder herkent. Toen het boek Tonio hier belandde, dat ik in twee nachten heb leeggevreten, moest ik met een boogje om dat schilderij heen. Dat was echt aangrijpend. “Mijn laatst bezochte tentoonstelling? Dat zal een kattententoonstelling zijn geweest. Enig is dat. Dan moet je met name kijken naar de eigenaren en de eigenaressen die hun katten daar laten keuren. Dat zijn fascinerende mensen. En die keurmeesters lopen ook heel gewichtig rond. Het is zo leuk scharrelen en praatjes maken met die begeesterde eigenaren. Ik ben een groot voorstander van het handhaven van het kattenbestand. "Ik wil er zelf ook altijd nog een, maar daar komt het niet van door al dat gezwalk. Bezoek een kattententoonstelling en je beleeft een vrolijke dag. Dat is mijn kunstbeleving buiten de deur. Dat is het walhalla voor mij. De rest wil ik in mijn huis. Om mij heen, in mijn particuliere setting, zodat ik mijn particuliere gedachten van dat moment ongestoord erop kan loslaten.”

Film

“We leven in het decennium van de schijterigheid. Dat brengt met zich mee dat een heleboel kunstuitingen zich vrijwillig in dezelfde richting bewegen als de aanschouwers, en dan weet ik al dat ik daar niet door word geprikkeld. Vandaar ook dat ik die oude films kijk. Die zijn libertijns, onbekommerd. De films van komedielegendes W.C. Fields en Mae West zijn bijvoorbeeld totaal politiek incorrect. Heerlijk! En wat kijk ik verder dan zoal? Te veel om op te noemen. Ik heb genoten van dat epos van Rainer Werner Fassbinder, Berlin Alexanderplatz. Les Choses de la vie van Claude Sautet vond ik een prachtige film, La terrazza met Vittorio Gassman ook. “Ik noem nog even Garrison Keillor, want je wilt de mensen toch ook vooruithelpen. Keillor heeft een vast theater in Saint Paul (Minnesota) waar wekelijks een show wordt opgevoerd met countryliedjes, hoorspelen, een detectiveserie à la Philip Marlowe van Raymond Chandler. Hij praat de boel aan elkaar en vertelt tussendoor achteloos wat verhaaltjes waarin hij het leven van de eenvoudige Midwest-bewoner beschrijft. Hij is een soort mengeling tussen Toon Hermans en Herman Finkers. De shows worden opgenomen en op meer dan vijfhonderd radiozenders uitgezonden. Ik luister er al meer dan dertig jaar naar. "Robert Altman heeft, vlak voor hij stierf, nog een film over hem gemaakt: A Prairie Home Companion. Hij dacht: voor ik er niet meer ben, moet dit vastgelegd worden. Dit is uniek. Garrison Keillor speelt zichzelf. De countrysterren worden gespeeld door Meryl Streep, die prachtig kan zingen, Kevin Kline en Tommy Lee Jones. Gedurende de film ontwikkelen zich allerlei liefdesscènes en zie je wat er in zo’n theaterwereld gebeurt. Het is een prachtige film. Ik heb hem vier keer gezien. Een van de leukste verhalen die ik ooit heb gehoord is ‘The Wonder of Spring’. "Het staat op YouTube. Keillor beschrijft daarin zijn eerste fysieke contact met een meisje. Hoe hij zich in een schoolbus tegen een meisje aandrukt omdat niemand naast hem wil zitten. Schitterend.”

Onderwerpen