De Iraanse regering en de doodlopende weg van protest

'De Iraanse bevolking is wakker'

De protesten in Iran moeten in een context van een bijna 40 jaar durende theologische dictatuur geplaatst worden om er een beter beeld van te kunnen krijgen, vindt de in Iran geboren politicoloog Solmaz Mahmoudi. ‘Toch is er hoop.’

De Geestelijke Leider van Iran, Ayatollah Khamenei – die de absolute macht in handen heeft – regeert het land met ijzeren vuist. De positie en bevoegdheden van de president Rouhani zijn beperkt. Rouhani is vrijwel machteloos in het politieke spel.

In een toespraak op de derde dag van de protesten noemde Rouhani de demonstranten ‘een kleine minderheid die onrust zaait en de openbare orde verstoord’. Deze toespraak is een summiere uiteenzetting van de retoriek van de Iraanse regering. Politieke tegengeluiden en iedere vorm van protest tegen de schending van de mensenrechten, de slechte economie en de beperkte vrijheden van vrouwen worden met harde hand de kop ingedrukt.

De huidige protesten zijn een uiting van de structurele boosheid van de bevolking over het falen van de politiek, corruptie en verspilling. De bevolking eist daarom verandering. Het gaat namelijk slecht met de economie van het land. 20 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en de werkloosheid vormt een groot sociaaleconomisch probleem. De benzine- en voedselprijzen blijven stijgen en de verkiezingsbeloften worden niet nagekomen. De regering slaagt er niet in om werkgelegenheid te creëren en de problematiek aan te pakken.

Politieke leuzen

De leuzen die de eerste dagen van de protesten werden gescandeerd waren economische leuzen. Nu roepen zij om verandering van de regering. “Weg met Khamenei,” roepen ze. En: “Wij willen geen islamitische regering.”

De bevolking heeft moed getoond. Deze golf van antiregeringsprotesten is uit eigen beweging ontstaan en duiden op een legitimiteitscrisis van de regering die niet meer in staat is om de roep en de nood uit de veranderende samenleving te beantwoorden.

Bij wijze van politieke rugdekking en als tegenreactie organiseerde de regering een officiële demonstratie en mobiliseerde het haar achterban die voornamelijk uit regeringsgezinden en geestelijken bestaat. Die groep is van oudsher tegen verandering. Krampachtig blijft de centrale macht vastklampen aan haar dictatoriale wijze van onbehoorlijk bestuur en treedt met geweld op tegen de vreedzame demonstranten.

2009

Deze demonstraties onderscheiden zich van de protesten in 2009. Toen kwamen mensen de straat op om tegen de verkiezingsuitslagen te demonstreren en riepen ‘niet bang zijn, niet bang zijn, wij zijn met z’n allen’. Nu roepen zij ‘vrees ons, vrees ons, wij zijn met z’n allen’. Daar ligt de kracht van de huidige protesten. De bevolking eist verandering en grijpt de macht. Mensen nemen geen genoegen meer met de relatieve vrijheden en gebrekkige hervormingen. De boodschap van de demonstranten is helder: het dictatoriale tijdperk van de islamitische wetten en wanbestuur is ten einde gekomen.

Het ontbreken van sterke leiders en serieuze oppositieleiders waar de bevolking op kan vertrouwen en bouwen maakt deze golf van aniregeringsprotesten kwetsbaar. Zeker wanneer er met geweld tegen wordt opgetreden.

Toch is er hoop.

Ontwikkelen sterke oppositiebeweging

Een bevolking die haar vrijheid opeist moet het beoefenen van democratie als haar eerste prioriteit stellen. Als de Iraanse bevolking haar eisen ingewilligd wilt zien, moet zij de moed niet opgeven. Zij moet deze gelegenheid benutten en een sterke oppositiebeweging vormen. Dat was in de afgelopen bijna vier decennia – door het ontbreken van de vrijheid van vergadering en betoging en politieke partijen – vrijwel onmogelijk.

De demonstranten moeten naast de economische verandering die zij willen, ook oproepen tot politieke hervormingen. De vrijheid van meningsuiting, vergadering en betoging, vrijheid van politieke partijen en vrije verkiezingen moeten peilers van hun beweging zijn.

Door de protesten als economische protesten te bestempelen probeert de Iraanse regering tijd te rekken om de situatie te stabiliseren. Een economische crisis is makkelijker te herstellen dan wanneer de regering in een legitimiteitscrisis zit. Dat is een politieke manoeuvre om de protesten te bagatelliseren.

Het wezenlijke bestaan van de Islamitische Republiek berust op haar theologische fundamenten en wanneer mensen antiregeringsleuzen roepen, betekent dit een politieke crisis. De voortdurende politieke protesten laten duidelijk zien dat de Iraanse bevolking voor vrijheid en democratie wilt vechten.

Doodlopende weg

De houdbaarheidsdatum van de Islamitische regering in Iran is verlopen. De huidige wetgeving loopt namelijk tegen haar grenzen van onvermogen aan om het land te besturen. De inwilliging van de eisen van de demonstranten en het doorvoeren van hervormingen zullen de situatie vanuit regeringsperspectief stabiliseren en het voortbestaan van de regering verzekeren, maar schijn bedriegt. De facto betekent dit een verschuiving van de macht naar de bevolking en dat is wat de Iraanse regering vreest en daarom grijpen de machthebbers terug naar hun geweldsmonopolie.

De protesten zijn pas één week jong en er staat veel op het spel, maar één ding is zeker. De Iraanse bevolking is wakker en dat is precies wat verandering teweegbrengt. Een wakkere bevolking die de macht van de regering weet af te zwakken, zal de Iraanse regering de doodlopende weg van haar eigen ideologisch en politiek faillissement inleiden.

Solmaz Mahmoudi is politicoloog.

Solmaz Mahmoudi