Een onbeschaamde geschiedenis van muzikale anarchie in Nederland

Jaïr Tchong 17 jan 2018 Cultuur

Maakt een individu de tijd of creëert de tijd de omstandigheden waarin een individu kan floreren? NRC-journaliste Yaël Vinckx schreef een boek over Willem Venema, decennialang een sleutelfiguur in de Nederlandse muziekindustrie. Die eeuwige vraag blijft bij dit levensverhaal boven de tafel hangen.

Willem Venema
Beeld: Atlas Contact

Achter de schermen van de livemuziek is muziekpromotor Venema (nu 65 jaar), een Herman Brusselmansiaanse verschijning, een legende die altijd wordt voorafgegaan door een karavaan aan sappige anekdotes. Vinckx brengt de legende terug tot een gedreven ondernemer-muziekliefhebber.

Dire Straits, Talking Heads en Killing Joke

Opgekomen in de Nijmeegse studentenwereld van de jaren zeventig, lange tijd in het bezit van een feilloze radar voor rockbands die de tijdgeest weten te raken. Zo worden Dire Straits, Talking Heads, Killing Joke, The Gun Club en Duran Duran door Venema’s actieve bemiddeling groot.

In zes per decennium gerangschikte hoofdstukken vertelt Venema aan Vinckx zijn leven, zoals dat in zijn herinnering en in zo’n tweehonderd ordners is vastgelegd. Vijftig meter archief: de gesjeesde Nijmeegse sociologiestudent Venema moet hebben gewacht op een journalist die bereid zou zijn om dit avontuur te boekstaven.

Voor een biografie leunt dit boek wat zwaar op Venema’s vertelkracht, die niet voor niets bekend staat als bekwaam redenaar bij saillante gelegenheden. Tegelijkertijd zijn die typische Venema-verhalen uiterst vermakelijk. Het boek wint aan bredere relevantie (en aan persoonlijk drama) wanneer alle stoere rock-‘n’-roll anekdotiek vaardig door Vinckx wordt ingepast in de grotere ontwikkelingen van de muziekindustrie.

Amateurisme

Het amateurisme waarmee de organisatie van livemuziek ooit begon blijft ontroerend. Wanneer Venema eens een artiest op Torhout/Werchter heeft staan moet hij samen met zijn compagnon de artiestenvergoeding bij elkaar graaien in een portakabin waarin de baropbrengst via een gleuf werd afgeroomd. Tot hun heupen staan ze in het briefgeld. Met de onvermijdelijke professionalisering komt aan dat soort cowboytaferelen een einde.

Opmerkelijk genoeg gaat het hier nauwelijks over artistieke, muzikale ontwikkelingen. De mannenwereld die Vinckx bij monde van Venema schetst heeft veel weg van het schoolplein: wie heeft welke band of welk festival groot gemaakt? Fijntjes observeert Vinckx wat er zo buiten het bereik van dit machokompas valt: disco en later dance is, uiteraard, geen serieuze aandacht waard van de rockers.

600.000 euro

Typerend citaat: “Is het eerst nog een hobby, al snel wordt het een business, compleet met weekplanners en jaaroverzichten en niet lang daarna is het een miljoenenindustrie, waar [Venema] voor concertorganisator Mojo op één dag zeshonderdduizend euro verdient in het Goffertpark in Nijmegen, waar Coldplay en Live optreden, maar waar hij de volgende dag op kantoor wordt weggehoond omdat een collega drie dagen daarvoor achthonderdduizend euro heeft binnengebracht, met het Arrow Classic Rockfestival.”

Interessant is de voorgeschiedenis van Lowlands. Casa Nova, Pandora’s Music Box en Ein Abend in Wien — onder die namen werd ruim voor de eerste editie van Lowlands getracht een festival meer te laten zijn dan een verzameling bands op wat podia rond een bierpomp. Financieel waren dat bepaald geen successen, maar door de liefdevolle beschrijving van die prille, nog ongeformatteerde festivals ga je als lezer al snel verlangen naar meer van dergelijke artistieke anarchie.

Willem Venema en zanger Guus Meeuwis. Beeld: Privécollectie Willem Venema/Atlas Contact

Oh ironie

Volgens Willem eindigt enigszins in mineur, met een onduidelijk ontslag, daverende faillissementen en wat gezondheidsleed. Oh ironie: heel Nederland heeft inmiddels een ‘hoogwaardige popvoorziening’ binnen de gemeentegrens, maar voor het artistieke avontuur trekt de muziekliefhebber juist massaal naar de festivals, zelfs tot in het voorheen totaal onsexy bungalowpark.

Het clubcircuit, waarvan Willem Venema ooit gold als ‘keizer’, kan (of wil) het zich financieel niet meer veroorloven om een onbekende act te programmeren. Of zoals Paradiso deed met punk en de Melkweg met afropop: investeren in nog onbewezen genres.

Als een ware Sisyphus blijft workaholic Venema bijzondere programma’s tegen de berg oprollen, zoals een doldwaas kitschpodium op Lowlands en Kraftwerk in het Eindhovense Evoluon. Guus Meeuwis blijkt redder in nood na wat rampzalige financiële keuzes — de grens tussen winst en verlies is dun in de muziekbusiness. Dankzij Venema speelt Meeuwis in de met provinciegenoten uitverkochte Royal Albert Hall.

Artiesten zoals Eels en Tori Amos blijven trouw aan Venema als promotor. Geduldig wijst de rot in het vak, eeuwig on tour, een schouwburgdirecteur die probeert te sjoemelen met de afrekening terecht. In de met geldhaaien gevulde muziekwereld symboliseert Venema een misschien wel voorgoed verdwenen, tegendraads geluid. Venema citeert de Amerikaanse schrijver Hunter S. Thompson instemmend: “The music business is a cruel and shallow money trench, a long plastic hallway where thieves and pimps run free, and good men die like dogs. There is also a negative side.”

Willem Venema mag blij zijn met dit gloedvol opgetekende levensverhaal: het is gedaan, het is niet onopgemerkt gebleven.

Volgens Willem – Een onbeschaamde geschiedenis van rock in Nederland wordt vanmiddag (woensdag, red.) op muziekfestival Eurosonic Noorderslag gepresenteerd, en verschijnt bij uitgeverij Atlas/Contact. Jaïr Tchong is cultuurjournalist en programmamaker. 

Reageer op artikel:
Een onbeschaamde geschiedenis van muzikale anarchie in Nederland
Sluiten