Jazz of klassiek? Een kwestie van mindset

Muziek maken vereist een complex samenspel van verschillende vaardigheden, wat bij muzikanten tot uiting komt in sterker ontwikkelde hersenstructuren. Onlangs werd ontdekt dat de hersenactiviteit van jazzpianisten sterk verschilt van die van klassieke pianisten, zelfs wanneer zij hetzelfde stuk spelen.

Een Amerikaanse studie toonde reeds aan dat muzikanten hun hersenen effectiever gebruiken. Bij het bespelen van een muziekinstrument worden verschillende delen van de hersenen getraind. Dit zou ook het uitvoeren van andere creatieve opdrachten in het voordeel werken. Tevens stelt het onderzoek dat mensen die een instrument kunnen bespelen gemiddeld een hoger IQ hebben dan mensen die dat niet kunnen.

Piano
Keith Jarrett tijdens de North Sea Jazz. Beeld: ANP/Olaf Kraak

Jazz en klassiek

Wie aanneemt dat professionele muzikanten – met hun geweldig creatieve brein – eenvoudig kunnen schakelen tussen muziekstijlen, heeft het mis. Zelfs voor mensen met tientallen jaren ervaring blijft dit een lastige opgave, zo blijkt.

De befaamde pianist Keith Jarrett werd ooit gevraagd of hij geïnteresseerd was tijdens een concert zowel jazz als klassiek te spelen. Jarrett stelde dat het praktisch onmogelijk zou zijn, omdat de stijlen een verschillende manier van denken vergen.

Wetenschappers aan het Max Planckinstituut in Leipzig hebben nu een neurowetenschappelijke verklaring gevonden voor dit gegeven. Aan het onderzoek namen dertig professionele klassieke- en jazzpianisten deel. Zij kregen verschillende opdrachten waarbij tijdens het spelen met EEG-sensoren de hersensignalen werden geregistreerd. De processen in het brein van de jazzpianisten verschilden sterk van die van de klassieke pianisten, ook bij het spelen van hetzelfde stuk.

Piano
Beeld: ANP/EPA/Angel Medina G.

Focus

De jazzpianisten waren beter in staat hun stuk harmonieus voort te zetten toen werd gevraagd om een onverwacht akkoord te spelen binnen het stuk. Het brein van deze muzikanten reageerde sneller dan bij de klassieke pianisten. Dit wordt verklaard door de verschillende focus in het planproces van spelers.

De eerste stap in de planning bij beide stijlen is ‘wat’ te spelen, de tweede ‘hoe’. Bij de jazzpianisten ligt de concentratie op het ‘wat’, daardoor kunnen zij makkelijker improviseren en het spel aanpassen.

Bij de klassieke pianisten ligt de focus echter op het ‘hoe’. Zij presteerden beter bij de opdracht een ongewone vingerzetting te volgen. De hersenactiviteit was hierbij hoger dan bij die van jazzpianisten, waardoor ze minder fouten maakten.

Daniela Sammler, neurowetenschapper en leider van het onderzoek wijst het verschil ook als mogelijke verklaring aan waarom schakelen tussen stijlen moeilijk is: “Deze twee stijlen stellen verschillende eisen aan de muzikanten. Daarbij zijn verschillende procedures in de hersenen vastgesteld, wat het moeilijk maakt om over te schakelen van de ene naar de andere stijl.”