Wat valt er nog te zeggen over Roger Federer?

Toen ze Simon Reed, tenniscommentator voor Eurosport, vroegen of hij dacht dat Roger Federer ooit nog een grandslam zo winnen, zei hij: “I would be surprised.”
Dat was op 18 juni.
In het jaar 2008. De Unie van Utrecht was net getekend.
Sinds die datum, bijna een decennium geleden intussen, won Federer er nog acht, een aantal waar types als Connors, Agassi en Lendl hun volledige carrière voor nodig hadden.

Roger Federer
Beeld: ANP/EPA/Mark Cristino

Gisteren (zondag, red.) won Roger Federer in de snikkend hitte (“snikkelhete,” zei voetballer Rick Slor van Emmen ooit) zijn twintigste Grand Slam. Vijf sets had hij nodig, om de veel jongere, grotere en sterkere Cilic te slopen. Hij is intussen 36, en vaker afgeschreven dan een Fiat 500 uit 1972. Na zijn Wimbledon-overwinning in 2012 won hij vijf jaar niets van betekenis meer. Hij was te oud, versleten. Er waren nieuwe helden, nieuwe Beste Tennissers Ooit. Nadal, Djokovic, Murray, Wawrinka. En ondertussen raakte Federer geblesseerd bij het in bad doen van zijn kinderen.

Federer bleek kwetsbaar. Zijn kwetsbaarheid werd enthousiast, ja, bijna gretig omhelsd. De commentaren die om zijn afscheid smeekten, klonken bijna opgelucht: we hadden dan misschien zijn talent niet helemaal begrepen, zijn val begrepen we des te beter.

En toen keerde hij terug. Wéér. Nóg beter. Supernutsobananas, schreef de verslaggever van de Wall Street Journal. “De man is 102, heeft 12 achterkleinkinderen en een abonnement op meerdere papieren kranten.”

Concerning the UFO sighting

Altijd als ik over Roger Federer nadenk, weet ik niet waar te beginnen. Alles aan hem bevalt me: zijn spel, zijn bescheidenheid, zijn diepliggende ogen, zijn gebrek aan torso, zijn vrouw… Zelfs de grote Amerikaanse schrijver David Foster Wallace – zelf een tennisser van enige allure – zag zich twaalf jaar geleden al door Federer voor een onmogelijke opgave gesteld: “A top athlete’s beauty is next to impossible to describe directly.” Juist omdat Wallace zo verdraaid goed begreep wat Federer deed, ging het hem volledig boven de pet.

Roger Federer
Beeld: ANP/AFP Foto/Paul Crock

Soms spreek ik met mensen die veel meer van tennis weten dan ik. Zij prijzen Djokovic, en Wawrinka, ze wijzen me op Thiem en de woeste vermogens van Kyrgios. Ik heb zelfs een vriend die Nadal-fan is. Ik laat ze praten, ik luister, doe er mijn voordeel mee, ben beleefd en wacht geduldig mijn moment af. Als ze even een pauze laten vallen, vraag ik, op de toon waarop een toevallige voorbijganger in een kunstgalerie naar ‘die jongen, die Rembrandt’ informeert: “En Federer dan?”

Dan begint het zuchten. Elke tennisliefhebber die wordt geconfronteerd met de naam Federer, begint te zuchten. Die zuchten zijn voor de ene helft opgebouwd uit een peilloze bewondering en voor de andere helft uit vermoeidheid. Hoe lang proberen ze nu al woorden te vinden voor iets waarvoor geen woorden zijn? En waar moeten ze beginnen?

Met elk woord dat je over zijn spel zegt, zie je er twee over het hoofd. En bovendien: de forehand, de backhand, het is die service en die kalmte op de baan. Het spel van Roger Federer lijkt vloeibaar, het is tennis met een briesje in de rug. En als David Foster Wallace al niet kan beschrijven wat precies de schoonheid is, hoe zou ik het dan ooit kunnen? Wallace is de Federer van het tennisschrijven, ik meer John van Lottum op een slechte dag.

Het enige wat ik kan doen, is het beschrijven van de associaties die het spel van Federer in me loswoelen. Het is achterover in het gras liggen in een traag zakkende zon, het is het gorgelen van een privézwembadje. Het met lichte griep op de bank liggen en naar de blaadjes van een struik kijken. Het is het voor het eerst ontdekken dat er zoiets bestaat als de toon van Remco Campert, het is de geur van vochtig mos, de eerste keer je eigen naam in de krant zien.

Het is op een mistige ochtend moeten voetballen en dat dan de zon doorbreekt, het zijn de sepia beelden van Lombardije in Luca Guadagnino’s Call Me By Your Name en de eerste halve minuut van Concerning the UFO sighting near Highland, Illinois van Sufjan Stevens. Federer zien spelen is niet als verliefd worden, maar meer als er weer even aan herinnerd worden dat je het al een hele tijd bent.

Roger Federer
Beeld: ANP/AFP Foto/Saeed Khan

Helder

Na die wedstrijd gisteren bedankte Federer het publiek, dat ervoor zorgt dat hij elke dag opstaat en naar de training gaat. Daarna volgde het bedankje van het publiek aan hem, in de vorm van een minutenlange ovatie. Vervolgens kuste hij de Norman Brookes Award – de foeilelijke winnaarsvaas – net even langer dan gebruikelijk met sporttrofeeën.

In de flitslichten van de honderden camera’s kon je de tranen in zijn ogen zien blinken. Even moet hij hebben ervaren wat iedereen die van sport houdt ervaart als hij op de baan staat. Want wanneer Roger Federer speelt, wordt alles ijl – en ontzettend helder tegelijk.

Meer Frank Heinen? Volg ons op Facebook