Het ministerie van Volksgezondheid miskent onze depressieve jeugd

‘Komt een kind bij de psychiater’. Het zou de start van een slechte memorie in de ramsj, of een Sigmund-cartoon kunnen zijn. Maar wat het vrijwel zeker niet is, is het begin van een waargebeurde anekdote, want voordat een kind onder de 18 psychiatrische hulp kan krijgen in Nederland ben je maanden verder.

In de NRC schetst de zojuist aangestelde hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Manon Hillegers de huidige stand van zaken: “Een kind met een acute blindedarmontsteking wordt in dit land meteen opgenomen. Voor een kind dat gevaar loopt door een depressie en acute, suïcidale neigingen blijkt na twee uur bellen geen enkele plek in het hele land beschikbaar”.

Het lukt Nederland, een van de meest progressieve en welvarende landen van de wereld, niet om adequate zorg te verlenen aan kinderen met acute psychiatrische problemen.

Het interview met Hillegers is moeilijk om doorheen te komen, juist omdat er met klare taal gesproken wordt over schrijnende voorbeelden. Zoals bijvoorbeeld de vier anorexiapatiënten die het afgelopen jaar alleen al het hele land door moesten worden gestuurd om de acute lichamelijke als psychiatrische hulp te krijgen die ze nodig hadden. Hillegers: “Eén is in heel korte tijd op vier plekken behandeld. Ze belandde onder meer in een ziekenhuis dat alleen lichamelijke zorg kon bieden. Dat meisje was suïcidaal, en er was geen psychiatrisch toezicht.”

In Nederland kijken we met een bak popcorn naar het uitgemergelde lijf van Lily Collins in To The Bone, of de manische episodes van Carrie Mathison in Homeland. We mijmeren over de tragiek van de suïcide van briljante mannen zoals Joost Zwagerman. We proberen ze wat bespreekbaarder te maken met een Depressiegala. Maar voor een kind van negen jaar dat voor een trein wil springen, omdat er een tekort aan serotonine in de hersenen is, is er misschien over vier weken hulp beschikbaar. Autisme? Misschien dat er over vijf maanden plek is voor een intake.

Geestesziekten worden in ons land niet alleen gestigmatiseerd en geromantiseerd. Nee, ze worden ook – net zoals de meeste serieuze gezondheidsproblemen – erger als je ze niet behandelt. Vaak worden symptomen heviger wanneer de problemen herhaaldelijk terugkeren. Dat terwijl er voor de meeste psychiatrische problemen therapieën en medicatie bestaan die ze draaglijk maken, of ze zelfs volledig oplossen.

Waarom kunnen we dit dan niet gewoon realiseren voor onze kinderen? Daar liggen verschillende redenen aan ten grondslag. Niemand heeft zin om zich druk te maken om iets wat zo oersaai klinkt als de decentralisatie van het jeugdzorgstelsel. Mensen zijn bang voor pillen en therapie is ‘iets voor mensen die zichzelf zielig vinden’. Dit is de kafkaëske bureaucratische clusterfuck die we gecreëerd hebben in ons land.

Want waar ieder normaal mens zou denken dat je een kind met wie het echt niet goed gaat eerst naar de huisarts stuurt, zodat die een verwijsbrief kan schrijven, is het in het huidige systeem zo dat je met je kind naar een ‘wijkteam’ moet. Zo wordt er volgens de jeugdwet meer gebruik gemaakt van ‘de kracht van de jeugdige zelf en zijn sociale omgeving.

Participeren zúllen we, want schizofrene kinderen moeten vooral eens even lekker in hun kracht gezet worden door een wijkteam. Dat gaat dan geweldig goed, tot zo’n kanjercoach erachter komt dat hij de problemen misschien toch een beetje onderschat heeft, waardoor kinderen vanwege het gebrek aan specialistische behandeling met spoed opgenomen moeten worden.

Daar komen we bij het volgende probleem, want dat bed voor die acute opname is er helemaal niet. De wachttijden rijzen de pan uit omdat je gemeente verantwoordelijk is voor de contracten met psychische zorgverleners, in plaats van je zorgverzekeraar. En laat die nou sinds de invoer van de zorgwet in 2015 tot nu toe ieder jaar structureel te weinig budget hebben.

De hoeveelheid extra bureaucratie zorgde in 2016 voor een papierwinkel ter waarde van 17 miljoen euro. En wat doe je dan als GGZ-instelling? Je moet je hulpverleners op straat zetten zodat je meer administratief personeel aan kunt nemen. Dat, of je besluit de zorg niet langer aan te bieden.

Tot nu toe lijkt het ministerie van Volksgezondheid een investering in de jeugdzorg vooral te zien als een kans om een ‘Moodcamp’ te organiseren om depressies bespreekbaar te maken. Daarin is een ‘obstacle run’ met hindernissen zoals ‘het zwarte gat’ en een Uit-balans-baan’ om zo te kunnen ervaren hoe het is om onder een depressie te lijden. Er is niet genoeg sarcasme in de wereld voor de kansloze treurigheid van dit project.

Manon Hillegers zegt aan het eind van haar vernietigende interview dat ze niet de illusie heeft dat dit kabinet iets gaat veranderen. Ik ben bang dat ze gelijk heeft.

Meer Meredith Greer? Volg ons op Facebook