Het wielerseizoen begint…

Frank Heinen 26 feb 2018 Sport

Maandenlang werden er ten huize van columnist Frank Heinen in de weekends allerlei gezamenlijke activiteiten ondernomen. Tot afgelopen zaterdag — niet toevallig het begin van het Vlaamse wielerseizoen.

1.

‘Schat?’

‘Hm?’

‘Heb je gezien wat voor weer het is?’

‘Weer?’

‘Van dat helblauwe winterweer met ademwolkjes uit je mond en een gevoelstemperatuur van minstens 10 onder Hiemstra. Ik dacht: misschien kunnen we een strandwandeling gaan maken. En dan warme chocomel drinken en naar de branding kijken tot het donker wordt.’

‘Hm?’

‘Wat zit je op die iPad te doen? Toch niet weer nieuws over het kort geding van Gordon en zijn ex op te zoeken?’

‘Hm? Nee. En trouwens: dat was werk.’

‘Of een NS-wandeling, we kunnen ook eindelijk eens zo’n NS-wandeling doen waar mijn moeder het altijd over heeft. Met brood en een thermos thee mee.’

‘Ja.’

‘Goed idee, hè?’

‘Ja. Wat? Ik bedoel: nee. Nee!’

‘Wat nee?’

‘Ik moet werken.’

‘Nee.’

‘Jawel.’

‘Je werkt altijd al. Of je zit nieuwsberichtjes over Gordon te lezen.’

‘Schat, ik zou honderd, nee, duizend keer liever met jou op een thermos naar Duitsland gaan om een brand te bekijken, maar ik zit met dingen.’

‘Dingen…’

‘Wat dacht je van de administratie?! Die afvalstoffenheffing betaalt zichzelf niet. En dan moet ik nog drie schoenendozen bonnetjes doorwerken en een interview voorbereiden en mijn column voor maandag in de grondverf zetten. Dus ik denk dat… Misschien kun je beter iemand anders vragen om-… Schat, blijf effe van die iPad af. Lieverd?’

‘Wielerprono.be? Wat is dat nou weer?’

‘Research.’

2.

‘Schat, heb je mijn moonboots gezien?’

‘Hm?’

‘Ze moeten hier ergens liggen. Waarom staat de tv aan?’

‘Gewoon, behang terwijl ik de administratie doe.’

‘Winterbeelden.’

‘Daar word ik rustig van.’

‘Vind je het echt niet erg als ik met Margot en Lise ga lopen?’

‘Nee joh, het is zo’n prachtige winterdag, het zou toch zonde zijn als je-…’

‘En kun je die administratie niet een andere dag doen? Dan kun je gezellig mee. Bob gaat ook.’

‘Bob?’

‘Bob is de broer van Lise. Je hebt hem wel eens ontmoet op een verjaardag.’

‘Is Bob die jongen met dat grote hoofd?’

‘Hij heeft geen klein hoofd, dat niet, maar ook weer niet dat je zegt…. Niet echt.’

‘En met die tanden?’

‘Dat is omdat hij vroeger een keer met zijn fiets gevallen is, vertelde Lise. Daar moet je niet steeds op terugkomen.’

‘Nee maar dan weet ik het. Die jongen is me een keer na drie gin-tonic aangevlogen omdat ik een grapje maakte.’

‘Je zei “Tandje erbij, Bobbie”. Maar we kunnen dus een treintje later nemen als jij…?’

‘Schat, ik zou niets liever willen, maar ik zit niet alléén met de administratie. Ik zit met een wasmand die uit elkaar barst, twee kasten bibliotheekboeken die terug moeten, twee kerstbomen die nog afgetuigd moeten en een pot vitaminepillen die op moet voor de uiterste houdbaarheidsdatum. Dus: ga nu maar, heb plezier, dan doe ik hier thuis het vuile-…’

‘Wat is dit?’

‘Wat?’

‘Dit. Een post-it met “Van Baarle” en eentje met “Gougeard”.’

‘Van Baarle is mijn boekhouder.’

‘Die heet toch De Graaf?’

‘Hij is getrouwd nu.’

‘En die andere?’

‘Waalse klarinettist. Ga ik een cd van kopen voor mijn vader.’

‘Nou, sterkte dan maar.’

‘Ja. Jij veel plezier, en hoe laat ben je weer thuis?’

‘Uur of zes, Dan hebben we nog een fijn avondje samen.’

‘Gelukkig.’

‘Wat?’

‘Dat je weer thuiskomt.’

3.

‘Hm.’

Waaiwaaiwaai!’

‘Hallo?’

‘Lief waaiwaai hoor je me?!’

‘Ja.’

‘Ik sta hier in de waai duinen waaiwaai bij waai!’

‘Schat, ik ben vreselijk druk. Ik moet nog de sjoelbak lakken en de wijn in de kelder op alfabet zetten dus…’

‘Lieverd? Ik hoor je heel slecht, maar ik sta waai dus in waaiwaai!’ Bob heeft waai zijn waai verstuikt! Heel erg waai! Zou jij waaiwaai, zo snel mogelijk?!’

‘Lief, ik versta je bijna niet.’

‘Ik zei net dat-… Wat hoor ik?!’

‘Wat hoor je?’

‘Wie zegt daar “Volkegem” en “Haaghoek” en “Wolvenberg”?! Godve-waaiwaai!!’

‘Dat is een podcast over ruilverkaveling in de Vlaamse Ardennen, poppie.’

‘Lieg niet! Ik herken Michel waai en die andere, José de waai-er, al belde je vanaf de maan. Kijk me recht in de telefoon aan en zeg dat vandaag waai het waai-erseizoen niet begonnen is.’

‘(…)’

‘Dat dacht ik al. Nou: zet die tv af, trek een fatsoenlijke broek aan en kom ons als de waaiwaai ophalen.’

‘Schat, het is nog veertig kilometer, en ze kunnen ieder moment aan de Jagerij beginnen. Ik bel je later!’

Reageer op artikel:
Het wielerseizoen begint…
Sluiten