Neem wraak op uw baas met een voodoopop

Alexandra Besuijen neemt op deze website wekelijks de wereld voor mode en trends kritisch onder de loep. Deze week bespreekt ze een nieuwe manier om uw frustratie op uw baas af te reageren en Hubert de Givenchy , de man die ‘de lbd begreep’.

Beeld: Pinterest

Steek je baas in de fik!

Nou ja zeg! Dat vertellen ze me nu pas! Voodoopoppetjes kunnen helpen als je ruzie met je baas hebt! Dat had ik heel graag eerder geweten.

De Wilfrid Laurier University in Ontario deed een onderzoek onder ruim tweehonderd Amerikaanse en Canadese werknemers, die allemaal – uiteraard – een conflict hadden met hun boven hen gestelde. Sommigen van hen kregen een (virtuele) voodoopop om hun woede mee af te kunnen reageren en dat deden ze: niet alleen werd er met spelden geprikt, er werd ook verbrand en met tangen uit elkaar getrokken dat het een lieve lust was. Heerlijk.

En wat bleek? Diegenen die op die manier hun woede en frustratie symbolisch hadden kunnen afreageren, scoorden in de daaropvolgende test, waarin ze ontbrekende woorden moesten invullen, beduidend beter dan degenen die er alleen over hadden gepraat. Ook voelden ze zich over het algemeen kalmer en vrediger en konden zij hun kwaadheid beter onder woorden brengen.

Ze gebruikten overigens geen ‘echte’ poppetjes, maar virtuele op dumb.com en wel een beetje gek is dat die link sindsdien niet meer werkt… Hebben werkgevers geklaagd of zijn hier vreemde krachten aan het werk. Je weet het niet hè?

Overigens een minpuntje van dit onderzoek: nergens wordt vermeld hoe het nu met de gevoodoo-eerde bazen gaat. Dát was toch wel de moeite van het onderzoeken waard geweest. Anyway, hier is de handleiding voor het maken van een échte voodoopop. De schrijver maant ons to be careful what we wish for maar ik durf het wel aan. Ik ken iemand die heel veel spelden in zijn/haar lijfje verdiend heeft. Al vind ik dat dan wel een beetje zielig voor dat poppetje…

Mensen genieten van het warme voorjaarsweer op het Museumplein in 2015. Beeld: ANP/Remko de Waal

Bluesjesdag

Ooit, ergens halverwege de jaren tachtig, prijkte op de cover van het weekblad Haagse Post een foto van Martin Bril met de tekst ‘Wie is Martin Bril en wat doet hij op de cover van de Haagse Post?’. Dat was heel kenmerkend voor de navelstaarderige ons-kent-onsmanier van journalistiek waar wij ons – ja ik ook 😳 – toen aan schuldig maakten. Behalve de happy few in de grachtengordel had niemand ten lande ooit van deze functionaris kennisgenomen en dat vonden wij nu juist zo leuk. Zij niet en wij wel. Lekker hautain en zo.

Inmiddels heeft de helaas veel te jong overleden dichter/schrijver/columnist Bril een gigantische schare fans, mede natuurlijk dankzij zijn veelvuldige optredens in DWDD en elk jaar rond deze tijd wordt wel ergens gememoreerd dat hij de term ‘rokjesdag’ heeft geijkt. En elk jaar weer laait dan wel weer tussen columnisten de discussie op dat het helemaal geen rokjesdag is, maar bloesjesdag, omdat het ook om mannen gaat die in hemdsmouwen tussen de middag buiten hun bammetje verorberen. De een beweert dat bloesjesdag door Remco Campert is bedacht, de ander noemt Piet Grijs, maar volgens mij zeiden wij het al begin jaren zestig, als we ‘met zonder jas’ naar buiten mochten.

Hoe dan ook, het zou best kunnen dat de eerste kranten en tv-journaals nu al met het non-onderwerp op de proppen komen (prima klusje voor die stagiair) terwijl wij over twee dagen getroffen gaan worden door een ‘arctisch koudefront’. Dan doen wij daarna gewoon nóg een keer bloesjes/rokjesdag. Lekker makkelijk.

En om de discussie over rokjes dan wel bloesjes voor eens en voor altijd de nek om te draaien: het is natuurlijk Bluesjesdag! Mozeskriebel, take it away Koos Koets!

De man die de lbd begreep

Vroegah, toen de mannen nog van staal waren en de schepen van hout *Haags accent uitgeschakeld* waren modeontwerpers keurige meneren die rijke dames op hun voordeligst deden uitkomen in keurige ensembles, strak gesneden mantelpakjes en ruisende avondjaponnen.

Was je minder rijk, dan kocht je je kleding in een statig modehuis en had je nog minder geld, kocht je op de markt een lap stof en naaide je zelf een jurkie.

Kom daar nu nog eens om! De catwalkshows tijdens de grote modeweken vertonen vrijwel geen ‘draagbare’ kleding meer, maar zijn uitgegroeid tot performance acts waarin karikaturale modellen karikaturale creaties tonen, vaak met gezichtjes waarop te lezen staat dat ze heel erg graag ergens anders zouden zijn, zo knorrig. Heerlijk en vaak ook hilarisch, maar ik denk dat, ik noem maar iemand, een Christian Dior zich in zijn graf zou omdraaien bij zulke spektakels.

En hoewel ik zelf een groot fan ben van de zak-van-Maxmode van Demna Gvasalia, de fantastisch pop-art van Jeremy Scott voor Moschino en de maatschappelijk verantwoorde punk van Vivienne Westwood, heb ik zeer veel bewondering voor het vakmanschap van oude rotten als Hubert de Givenchy, die deze week overleed. Van die mannen die begonnen als speldenjongen in het naaiatelier van een beroemde ontwerper en niet zelden al op kleuterleeftijd hoedjes voor hun immer beeldschone moeders in elkaar flansten.

Givenchy werd wereldberoemd met zijn aankleding van Audrey Hepburn in Breakfast at Tiffany’s, waarschijnlijk de laatste film waarin het nog aannemelijk werd geacht dat je als jong meisje slechts gekleed in een avondjurk en peperdure parels in je eentje in de nacht door Manhattan kon lopen. Hij was niet de bedenker van the little black dress aka lbd – dat was Coco Chanel – maar volgens haar was hij wel de enige die het concept echt begréép.

Hij kleedde niet alleen Hepburn, maar ook Jacky Kennedy en Gracia van Monaco – alledrie zulke stijlvolle vrouwen dat die er zelfs in de zak-van-Maxxkleren nog beeldschoon uit zouden zien. Laat staan in die ruisende avondjaponnen. R.I.P. monsieur de Givenchy.

Meer Alexandra Besuijen? Volg ons op Facebook