Spring naar de content
bron: Matthias Giesen

Eenzaam maar niet alleen

Veertig tot zeventig procent van de Nederlanders wordt er vroeg of laat door getroffen: eenzaamheid. Daarmee is het een groot maatschappelijk probleem. Er zijn veel initiatieven opgetuigd om er iets aan te doen. Maar helpen ze? ‘Soms praat ik dagen niet.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Bert Nijmeijer

In de nacht van dinsdag 18 op woensdag 19 juli 2017 brak er brand uit in de paarse flat, de middelste van vijf pastelkleurige flats aan de Rode Kruislaan in Diemen, nummers 1300 tot 1334. De brand was aangestoken door enkele verwarde geesten op de begane grond, uit op uitkering van hun inboedelverzekering. De flat vulde zich met rook en werd met veel gebonk op deuren ontruimd. Om ongeveer half vijf ’s ochtends had de brandweer de brand geblust.

 

[blendlebutton]

Pas de volgende morgen, om 7.45 uur, vond de politie op de twaalfde verdieping het lichaam van de 27-jarige filosofiestudent David Swart, gestikt door de rook. Zijn vriendin werd een verdieping lager aangetroffen, gewond maar bij bewustzijn. Ze hadden geprobeerd om te vluchten, konden niet verder door de rook en waren teruggegaan, naar boven, de verkeerde kant op.

Die paarse flat, dat was mijn flat. Ik woonde er tien niet zo geslaagde maanden, van september 1990 tot juni 1991, op zevenhoog, nummer 1316. In aanwezigheid van een altijd dronken logé probeerde ik wat te maken van een studie politicologie, waarvan ik de naam nog steeds niet zonder haperen kan uitspreken. Toen de logé weg was, was ik alleen.

Ik keek veel naar MTV, met de bruisende stad Amsterdam op tien minuten en het onbehagen gedempt door wiet en witte wijn. Naast mij woonde een man die bezig was vrouw te worden, veel blowde en probeerde zichzelf viool te leren spelen, het liefst ’s nachts. In de zomer vluchtte ik naar Groningen, een plaatsnaam die ik vaak op voorbijrijdende intercity’s had zien staan, en die minder eenzaam klonk dan Amsterdam.

Eenzaamheid is een groot probleem, voor de eenzamen en voor de maatschappij. Het Verenigd Koninkrijk heeft sinds dit jaar een minister van Eenzaamheid. Volgens premier Theresa May moet haar collega van Loneliness, Tracey Crouch, de ‘sad reality of modern life’ gaan bestrijden.

In Nederland ondervindt meer dan veertig procent van de volwassenen deze verdrietige realiteit aan den lijve (Gezondheidsmonitor). Er zijn verschillende soorten eenzaamheid: sociale, emotionele en existentiële eenzaamheid. Ze overlappen deels, maar zijn niet hetzelfde. De eenzaamheid groeit met het ouder worden, maar in een grillige lijn, en niet zo sterk als je zou verwachten. Ook jongeren zijn eenzaam.

In de stad zijn ze eenzamer dan op het platteland, op een andere, anoniemere manier. Den Haag, Rotterdam en Amsterdam horen bij de eenzaamste plaatsen van het land. Maar ook in Zeeland zijn ze eenzaam, in Limburg, Lelystad, Enschede. Het gaat om procenten en procentpunten, de verschillen met minder eenzame regio’s zijn klein. Wie eenzaam is, knapt niet op van de wetenschap in een relatief niet-eenzame gemeente te wonen.

“Ik ben niet zo’n fan van de risicogroep-aanpak,” zegt Gerine Lodder, eenzaamheidsonderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze heeft veel gepubliceerd over eenzaamheid onder jongeren. Jongeren zijn een risicogroep, maar er zijn zovéél risicogroepen. “Als gemiddeld 40 procent eenzaam is maar in één dorp 42 procent, moet je het dan daar aanpakken? Ik snap dat we geneigd zijn op het hoogste percentage te focussen, dat je zo’n getal als beleidsmaker nodig hebt, zo van: bij ons is het ’t ergst. Maar ik vind 20 procent eenzaamheid ook al erg.”

Eenzaamheid is een groot en moeilijk tot niet op te lossen probleem. Niet-eenzame mensen hebben er niet zo’n zin in. Ze kijken wel uit: straks is het besmettelijk. De klachten hebben de neiging zichzelf te versterken. Eenzamen vergeten hoe het moet, omgaan met anderen. Ze raken depressief en zo nog minder aantrekkelijk. Geen lol mee te beleven.

Ook na honderd campagnes tegen eenzaamheid zijn er nog steeds heel veel eenzame mensen. Als individu voelen ze zich niet gezien, maar hun gezamenlijke probleem staat overal op de agenda. Rotterdam pakt de eenzaamheid onder ouderen aan, Den Haag heeft een Community tegen Eenzaamheid. Er is een nationale coalitie tegen eenzaamheid, de Coalitie Erbij, waarin onder meer Humanitas, het Leger des Heils, De Zonnebloem, de Stichting Eenzame Dood en de Nederlandse Bridge Bond eenzamen tot steun zijn, met huisbezoek, uitstapjes, ontmoetingsmiddagen, samen eten en een luisterend oor.

Zul je net zien dat ze vergeten aan te bellen op zevenhoog in Diemen, en bij een paar miljoen andere adressen. Alle inspanningen ten spijt zijn de eenzaamheidscijfers vrij stabiel. Het is dweilen met de kraan open, maar als de kraan openstaat, is stoppen met dweilen ook geen optie. Het komt door de ontkerkelijking, de ontzuiling en de toename van het aantal alleenstaanden. En door de eenzamen zelf. Niet iedereen is even goed in het leven. Omdat iedereen ongelukkig is op zijn eigen manier, is maatwerk nodig, zegt de hulpverlening.

Constateren wat níet werkt is altijd makkelijker. Hoe je het niet oplost, is door de arme drommels een dagje mee te nemen naar de dierentuin. Het was leuk, zegt de buddy bij de deur. Inderdaad, denkt de in de dierentuin opgefleurde, terug in de stilte van zijn woning. Dat was leuk. Het betekent niet dat je het niet meer moet doen, zegt Gerine Lodder. “Prima, zo’n uitstapje, een leuke dag.” Eén leuke dag.

In Amsterdam, die ‘liefste stad’ van het land (volgens wijlen burgemeester Van der Laan), zijn 300.000 mensen eenzaam, van wie 80.000 mensen ‘ernstig eenzaam’, volgens de Amsterdamse Gezondheidsmonitor. In participatietempel Pakhuis De Zwijger staat eenzaamheid prominent op het programma. De sociale elite praat er over een ‘inclusieve stad’. In een stedelijk deltaplan ondersteunde de gemeente 39 initiatieven tegen eenzaamheid, pilots en experimenten die vorig jaar na de zomer begonnen.

In de Amsterdam Bubble Challenge kwamen Amsterdammers uit hun bubble, het BankjesCollectief plaatste bankjes in stadsdeel Nieuw-West. Er waren Creatieve Diners, er was een Cursus Creatief Leven. Eenzame Amsterdammers kwamen in contact met huisdieren en hun baasjes. Ze konden foto’s maken, dansen, radioprogramma’s maken. De postbode belde bij ze aan, om te vragen hoe het ermee ging. Tegen de kerst waren de meeste programma’s afgelopen.

Amsterdam heeft een eenzaamheidsregisseur, Marijke Andeweg. De titel suggereert regie over het probleem, een film met, als wij dat willen, een happy end. Was het maar zo. Ten aanzien van eenzaamheid is een stad of samenleving veelal handelingsverlegen, zegt Andeweg. Het vormt geen belet voor een veelheid aan initiatieven. Eenzaamheid is een zo veelomvattend fenomeen, dat een stad voor dezelfde vraag staat als de schrijver van een artikel erover: waar moet je beginnen? Amsterdam lijkt te hebben gekozen voor overal tegelijk.

De stad is een eenzaamheidsmagneet; in steden huizen armoede, ziekte en werkloosheid. De stad trekt studenten, migranten en expats, gelukzoekers die behalve zichzelf alleen hun goede moed meenemen. De bevolking wordt ouder, en eenzamer. Wat het lot van eenzame Amsterdammers schrijnend maakt, is dat het de stad als geheel zo goed gaat, zegt Andeweg. Amsterdam is populair en heeft plezier, maar 300.000 inwoners zijn of voelen zich niet uitgenodigd op het feest. Dat wil je niet als stad.

Waarom staat het fenomeen juist nu zo op de agenda? Prof. dr. Theo van Tilburg van de Vrije Universiteit, vaak opgevoerd als eenzaamheidsprofessor, neemt ons enkele decennia mee terug, naar de jaren zeventig en tachtig, toen eenzaamheid ook een booming topic was. “Dat kwam voort uit de discussie over huisvesting en leefbaarheid. De steden verpauperden en liepen leeg naar de overloopgebieden, Purmerend, Hoorn, Lelystad. Het idee was dat flatwijken mensen eenzaam zouden maken.”

Het was de tijd van lange, in shag- en pijprook gehulde vergaderingen van maatschappelijke partners en bloemkoolwijken, gebouwd op ‘de menselijke maat’. Wat bleek? Of iemand nou in een flat of in een huisje met een tuin woonde, had hoegenaamd geen invloed op iemands risico’s op eenzaamheid. Het lag dus niet aan de woonomgeving. Het onderwerp ging van de agenda af. De eenzaamheid bleef, natuurlijk.

In de jaren 2000 kwamen de eenzamen weer in beeld, met de publicatie van onderzoek naar hun gezondheidsrisico’s. Eenzaamheid bleek even schadelijk als roken of obesitas. Eenzame mensen slapen slechter, leven korter, hebben meer en eerder last van stress, depressie, hartklachten en alzheimer. Het probleem is lastig te isoleren. Als je je zo klote en alleen voelt, gaan een peuk en een pilsje er wel in. Dat alles tot daaraantoe, maar Nederland werd echt wakker toen iemand becijferde wat eenzaamheid ‘ons’ samen kostte. Twee miljard euro!

Vier jaar geleden werd in een woning in Rotterdam een vrouw gevonden die tien jaar eerder was overleden, zo bleek uit de oudste post op haar deurmat. Een diep trauma in Rotterdam, zegt Van Tilburg. In dezelfde stad werd in januari een meisje gevonden dat vermoedelijk een week met haar dode moeder in huis was geweest. Het zijn topjes van een ijsberg van leed. Sinds de gemeentes in 2015 verantwoordelijk zijn geworden voor zorg en welzijn van zijn ingezetenen, is dat leed ‘dichter bij de overheid gekomen’, zoals Van Tilburg zegt.

De gemeente wacht met open armen op zijn eenzame burgers, zoekt ze op met medewerkers die zijn getraind in het ‘herkennen’ van eenzaamheid. Er is een fijnmazig vangnet van hulpverleners en vrijwilligers. De ironie is dat het weinig zin heeft zonder medewerking van de eenzamen zelf. Je kunt er zeker wat aan doen door ze in contact te brengen met- andere mensen, zegt Marit Postma van De Regenboog Groep, Amsterdams grootste vrijwilligersorganisatie die, onder zeer veel meer, eenzame stadgenoten koppelt aan een maatje. “Maar ik kan jouw eenzaamheid niet oplossen.”

Op een dinsdagochtend, op de vierde verdieping van een pand in het centrum van Amsterdam, neemt Elise de telefoon op. “Hulplijn Amsterdam, goeiemorgen, met Elise.” Aan de lijn is een jongeman die volgens zijn omgeving, het kleine beetje omgeving dat hij heeft, een ongezonde mantelzorgband heeft met zijn moeder. Hij moet het huis uit, zegt de huisarts. Beginnen met zijn eigen leven. De jongen ziet er enorm tegenop.

“Het gaat je aan het hart hè, als ik het zo hoor,” zegt Elise. “Dat je het lastig vindt, het gevoel hebt dat je je moeder in de steek laat.”

De locatie is geheim, de tachtig vrijwilligers van de Hulplijn zijn anoniem. De lijn staat altijd open, 24 uur, zeven dagen, de hulp is dichtbij, maar moet niet te traceren zijn. In hun wanhoop kunnen bellers zich te nadrukkelijk vastklampen aan hun gesprekspartners, ze persoonlijk verantwoordelijk gaan houden voor hun ellende. De achtergrond van de meeste bellers is eenzaamheid, zei de manager vooraf. Sommigen hebben dagenlang niemand gesproken. De vrijwilligers hebben suïcidetraining en een training ‘de-escalerend bellen’ gehad.

“Ik wil nu een beetje een einde aan het gesprek gaan maken,” zegt Elise na een kwartiertje praten. “Want wij gaan nu in een rondje draaien. Ik begrijp dat het heel lastig voor jou is. Misschien moet je het een kans geven.”

Er hebben sinds vanochtend half negen drie mensen gebeld. ’s Avonds en ’s nachts zitten ze met z’n tweeën, nu staat één hulplijn open. Op een whiteboard worden bekende bellers met een viltstift genoteerd. Maandag 19/2, een vrouw uit Buitenveldert, een vrouw met een Duits accent. “Gesprekken met veelbellers graag aanvinken in registratie,” staat er. Telefoon. Een vrouw. Ze krijgt, zo valt op te maken uit het gesprek, tijdens de muziekles te weinig aandacht van de muziekleraar. Ze heeft één lievelingsnummer, dat ze tot in de perfectie wil leren spelen. De leraar wil graag dat ze ook eens andere nummers speelt. “Het voelt voor mij meer dat u het zichzelf heel lastig maakt,” zegt Elise. “Ik hoor dat u het moeilijk vindt om aan te geven wat u graag wilt.”

Krijgt ze moeilijke mensen aan de telefoon, of mensen in moeilijke omstandigheden? “Er zijn geen moeilijke mensen, maar je kunt bij anderen dingen tegenkomen waar je moeite mee hebt.” Mensen in moeilijkheden lijken soms niet te willen, beaamt Elise, ze lijken al hun energie te steken in overtuigingen waarom suggesties voor verbetering niet kunnen. “De ja-maarmensen. Ze zitten vast in hun eigen web, denken in onmogelijkheden.”

Maar ze bellen wel. “Je kunt hun probleem niet oplossen. Maar het heeft een functie om er te zijn. Dat je het begrijpt, of dat probeert. Iedereen wil er graag bij horen. Die vrouw van net: het gaat uiteindelijk niet om muziekles. Ze zegt: ik kan niet voor mezelf opkomen.”

De basis van het eenzaamheidsonderzoek in Nederland, van ons denken over eenzaamheid, is gelegd door Jenny de Jong-Gierveld, socioloog. Van haar is een lijst van elf vragen, leidend tot een score op de ‘eenzaamheidsschaal’. Antwoord met ‘nee’, ‘min of meer’ of ‘ja’: “Ik mis een echt goede vriend of vriendin”, “Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen”, “Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen”, “Er zijn voldoende mensen met wie ik me nauw verbonden voel” en zeven andere vragen dus.

Het valt op dat ook het meest sociale type al snel tot drie à vier eenzaamheidspunten komt, en op een minder dagje tot acht of negen. Bijna iedereen kent het gevoel, zegt onderzoeker Gerine Lodder. Dat maakt het probleem ‘herkenbaar’, en tegelijk vatbaar voor bagatellisering. Ik heb me ook weleens alleen gevoeld, zo luidt de redenering. Toen deed ik zus, en daarna zo, en zo kwam ik er weer bovenop. Dus moet de rest van de wereld dat ook kunnen, en zo niet: eigen schuld.

Is eenzaamheid sowieso een probleem, of alleen als je haar als zodanig ervaart? “Het is altijd een subjectieve ervaring,” zegt Lodder. “Een verschil tussen behoefte en de vervulling daarvan. Het is niet hetzelfde als isolatie. In hoeverre mensen moeite hebben met alleen zijn verschilt, maar alleen zijn en nergens last van hebben, is heel uitzonderlijk. De gelukkige kluizenaar bestaat nauwelijks.”

De eenzaamheid in Nederland neemt niet toe, zegt Lodder, ook niet bij ouderen. “De aandacht ervoor neemt toe, het besef ervan. Het fenomeen zelf is al jaren stabiel.” De cijfers zijn ontzettend hoog, vindt Lodder, té hoog, met andere woorden. Als 40 tot 70 procent van de bevolking erdoor getroffen is, wordt het probleem te groot. Het reduceert de inspanningen ertegen tot het bestrijden van de onaangename kanten die het leven nou eenmaal ook heeft. Terwijl eenzaamheid een vitale bedreiging is. “Het heeft grote gevolgen voor de kans op depressie en suïcidale gevoelens. Een sterke relatie met hart- en vaatziekten.”

Het komt níet door de digitalisering, de smartphone en sociale media, zegt Lodder. “De smartphone is op zichzelf geen kwade kracht.” WhatsApp bijvoorbeeld heeft een niveau van communicatie gebracht dat voorheen niet bestond, tussen geen contact en mailen/bellen in. “De populaire opvatting ‘appen haalt het niet bij echt contact’ durf ik niet zomaar te beamen. Je kunt techniek op een ongezonde manier gebruiken. De vraag is of gedrag gezond of ongezond is; of dat nu online of offline gebeurt, doet er minder toe.”

Aan de ‘individualisering’ ligt het evenmin volgens Theo van Tilburg. Daar is namelijk geen sprake van. “We hebben het druk, maar de frequentie en de kwaliteit van het contact tussen ouders en kinderen is niet af- maar toegenomen. Vriendschappen worden belangrijker. Netwerken worden groter. Mensen worden gezonder, ouder, houden langer hun partner. Er is een grotere kans dat hun vrienden nog leven.”

De keerzijde van al het goede nieuws is dat meer ouderen, gezond en sociaal of niet, gewoon meer eenzaamheid betekent. De laatste jaren zijn de eenzaamste, omdat we niet meer werken, niet meer kunnen tennissen en het bejaardentehuis niet meer uit kunnen. We zijn zelfredzaam tot in het graf, en veel alleen, allemaal op onze unieke, om een maatoplossing vragende manier. Het is sisyfusarbeid voor de hulpverlening. “Ja, wil je er nou wat aan doen of niet?”

Ja, waarom willen we dat? Alleen uit altruïsme, of hebben we er allemaal wat aan? “Mensen zijn sociale wezens. Het aangaan van relaties is een basisbehoefte. De stad wordt een betere plek doordat er meer mensen kunnen meedoen, er meer betrokkenheid is bij elkaar, minder gezondheidsproblematiek,” zegt Marit Postma van De Regenboog Groep in Amsterdam. “Het bevordert de samenhang in wijken, de economie, de arbeidsparticipatie. Het gevoel van veiligheid neemt toe. De stad als geheel wordt er liever van.”

Op de website eenzaamheid.nl staat een lijst met praktische tips van de Coalitie Erbij. “Maak een lijstje van oude contacten die verwaterd zijn,” staat er. “Misschien kun je iemand bellen of mailen. Heb je kinderen, ga dan het gesprek aan met ouders van vriendjes en vriendinnetjes. Als je een hond hebt, maak een praatje met andere hondenbezitters. Je hebt vast een gedeelde passie voor honden. Oefen simpele gesprekken, of smalltalk, terwijl je boodschappen doet of in de auto zit.”

Christiaan de Vries was op zijn dieptepunt de praktische tips ver voorbij, en onbereikbaar voor iedereen. In september 2003 was hij een week lang vermist. “Er is gedregd in de Zaan. Ze konden me nergens vinden.” In een psychose had hij de trein naar Duitsland genomen, zonder geld of eten. “Ik heb ook heel ver gelopen. Ik werd gevonden in Karlsruhe. Mijn voeten waren aan gort.”

Hij was net aan het werk in de boekbinderij van De Derde Schinkel, een Regenboog-gebouw aan de Derde Schinkelstraat in Amsterdam. De Vries is 36. Hij woont bijna zelfstandig, in een woning van de zorg-instelling Cordaan. Met het werk hier is hij dit jaar begonnen. Hij werkt ook in het promotieteam van De Regenboog en schildert op een atelier in De Pijp.

Christiaan de Vries komt uit Sneek. Zijn vader was geweld-dadig. De Vries vluchtte naar kennissen in Zaandam. Hij was manisch, had drie banen tegelijk. Hij belde heel Nederland, overdag, ’s nachts. Hij had vijf jaar een vriendin, die op de high care van De Nieuwe Valerius verbleef. In augustus 2015 pleegde ze zelfmoord. Sindsdien is hij weer alleen. “Zij was heel erg ongelukkig, in zichzelf. Maar we hebben het toch wel heel fijn gehad.”

Als hij na z’n werk thuiskomt, voelt het heel eenzaam. Dan wil hij ergens naartoe. In het café is het leuker. Daar kennen ze hem, geven hem een aai over de bol. Thuis heeft hij tv en sociale media: Facebook, Twitter, Instagram. Verder is het stil. “Het is geen benauwend gevoel, maar eenzaamheid. Dat ik met niemand een praatje kan maken. Soms praat ik gewoon dagen niet. Het is gek, die stilte de hele tijd. Ik mis mijn vriendin. Daar lag ik gewoon naast en zo.

“Eenzaamheid is slopend, vind ik. Als ik midden in de nacht een eenzaam gevoel heb, ga ik even naar buiten, naar de nachtwinkel of de snackbar, of het tankstation. Daar maak ik even een praatje. Ze kennen mij. Hé buurman, zeggen ze. Het is verleidelijk om te gaan eten. Ik heb vreetbuien.”

Het gaat beter dan vroeger. Hij kent veel mensen bij de Protestantse Kerk. De kerk is meestal open, je kunt er koffiedrinken. Zijn broertje woont in Diemen, zijn moeder in Amstelveen. Zijn middelste broer krijgt in maart zijn tweede zoon. Op de nieuwjaarsborrel van De Regenboog sprak De Vries voor een volle zaal over zijn leven. Hij schreef een tekst voor de Week tegen Eenzaamheid. ‘De kracht om eenzaamheid te tackelen’ luidt de titel.

Terwijl De Vries vertelde in De Derde Schinkel, ging – een kilometer verderop – Sylvia Baan aan een tafeltje bij het raam zitten, in een hotel tegenover het Olympisch Stadion. Ze drinkt ‘hartverwarmende’ Love-thee. Lord knows dat het haar aan liefde en warmte heeft ontbroken. Sylvia heeft mooie kleren aan, een rood jurkje, een zwart jasje. Het staat goed.

Tien jaar in een notendop: een latrelatie in Houten, werk op een sportschool, ontslag, ook voor hem, het spaargeld op, blut. Hun vrienden verdwenen, ze kregen aanmaningen, incasso’s, deurwaarders. In 2013 kwam er een einde aan de relatie. Sylvia ging terug naar huis in Amsterdam-Noord, een afbraakflat in een verschrikkelijke buurt. Toen de flat werd gesloopt, kwam ze in een appartement hier in Zuid terecht. De verwarming was nog niet aangesloten, ze had geen radio, geen muziek. De muziek was in Houten gebleven.

Ze was naar de voedselbank in De Pijp geweest. Het was heel koud. Ze ging nog even bij haar broer langs, die daar ook woont. Erin en eruit, tien minuten misschien. Toen ze buiten kwam, was haar fiets weg, met de boodschappen erin. Ze liep op straat, in de kou.

Via de voedselbank kwam ze op een cursus van De Regenboog. Er was een ‘talentcoach’, ze kreeg een -maatje. Nu is ze zelf ambassadrice van De Regenboog en heeft ze zelf een maatje. Het gaat weer goed, ze is uit de ellende. Toen ze uit de schulden was, kocht ze een bos bloemen voor zichzelf, zette ze in een vaas op tafel. “Ik heb er een uur naar zitten kijken.”

Ze gaat nog even naar de bieb, zegt ze als ze haar jas aantrekt. Ze gaat elke dag naar de bieb. De bieb is gratis. Op de Wikipedia-pagina over eenzaamheid staat een plaatje uit Kleine gedichten voor kinderen van Hieronymus van Alphen: “Die vermaak heeft in het leezen, hoeft geen eenzaamheid te vreezen.”

Buiten steekt Sylvia Baan een zebrapad op het Stadionplein over. Het is vier uur. Straks wordt het avond, voor een paar miljoen meer of minder eenzame mensen in Amsterdam en elders in het land, en natuurlijk ook voor wie ernaast, erboven of eronder woont, alleen of samen met anderen. Morgen probeert een groot aantal hulporganisaties opnieuw iets aan de trieste realiteit te doen.

[/blendlebutton]