De seksuele revolutie leverde de buschauffeur geen beter seksleven op

Colin van Heezik 5 mei 2018 Leven

Onbelemmerd klaarkomen! Dat was een van de slogans van mei 1968, deze maand 50 jaar geleden. Maar het waren vooral de John Lennon-achtige types, de leiders van de seksuele revolutie, die profiteerden van de nieuwe vrijheid. De gemiddelde buschauffeur kreeg er geen beter seksleven van, met alle gevolgen van dien.

De John Lennons van toen zijn de ‘Chads’ van nu: zo worden ze genoemd door incels, de onvrijwillig seksloze nerds die hun vrouwenhaat en frustratie ventileren op schimmige fora als incels.me. Ze beklagen zich hoe een elite van knappe mannen met crossfit-lijven, baardjes en man buns, alle ‘Stacy’s’ (mooie vrouwen) wegkapen, terwijl de sukkels veroordeeld zijn tot eeuwig masturberen achter hun beeldscherm.

Is het de schuld van mei 1968? Dat is wel hoe Michel Houellebecq het in De wereld als markt en strijd (1994) beschreef. Een incel is weinig anders dan een personage van Houellebecq, dat dankzij de seksuele vrijheid als een eenzame bleekneus achter zijn magnetronmaaltijd zit. Want waar hij vroeger kon trouwen met de girl next door, ziet zij hem in een vrije markt niet meer staan.

Tegenwoordig swipen buurmeisjes op Tinder naar hun eigen Chad. En wat doen jongens niet allemaal om een Chad te zijn? Ze trainen vanaf een jaar of 15 al driftig op een V-shape, slikken proteïne, creatine, aminozuren en anabolen, eten avocado’s en magere kwark en bekijken uitgebreid hun torso in de spiegel. Soms poppen ze er ook nog een Viagra in, om zeker te weten dat ze een verpletterende indruk maken op hun Tinder-Stacy.

Ondertussen kijken niet alleen de incels, maar ook de Chads vanaf hun pubertijd op pornhub.com naar anale seks. En nog voordat ze een stel echte borsten hebben aangeraakt, zien ze al duizenden neptieten voorbijkomen. Vrouwen likken in die films slaafs het sperma van hun lippen. Steeds grotere groepen mannen, inclusief brave huisvaders, hebben alleen in deze fictieve domeinen (porno, games) nog het gevoel dat ze ‘een echte man’ kunnen zijn.

Incels zijn wat dat betreft het topje van de ijsberg. Ze zijn het geradicaliseerde deel van een groeiende groep gefrustreerde mannen. Die frustratie heeft te maken met een gapend gat tussen overspannen ideeën van mannelijkheid en een realiteit die daar totaal niet aan voldoet.

Na de aanslag in Toronto, gepleegd door een zelfverklaarde incel, kwam er een discussie op gang. Je kunt de incels wegzetten als ‘extremistisch uitschot’, zoals uw zondagcolumnist Tim Jansen dat deed, maar, zoals schrijver Heleen Debruyne in de Belgische krant De Morgen schreef: “Interessanter is het om hen te proberen te begrijpen.”

Wanneer je dat doet, trek je een flinke beerput open: die van specifieke mannenproblemen, waar eigenlijk niemand het over wil hebben. Mannen niet, uit trots en vanuit het cliché ‘mannen moeten niet zeuren’. Vrouwen en feministen willen het ook niet, want die hebben het liever over vrouwen, terwijl zaken zoals seksueel geweld waar vrouwen last van hebben vaak beginnen bij de man. Hoe meer boze, miskende, geïsoleerde mannen er rondlopen, hoe onveiliger het is voor vrouwen.

Dat de problemen verder gaan dan seks, komt naar voren in dit mooie driegesprek met mannen die hun broer hebben verloren aan zelfmoord. “Ze dachten dat ze faalden, dat ze niet goed genoeg waren, als vader, als echtgenoot, als werknemer, of wat dan ook,” zegt Nathan Vos, een van de broers. “Vrouwen hebben dat gevoel ook wel, maar zij zijn er vaak beter in om hun gevoelens daarover te uiten.”

Daar komt bij dat vrouwen inmiddels een paar eeuwen feminisme en emancipatie in de benen hebben. Ook al zijn ze nog niet waar ze willen zijn, het gaat in elk geval vooruit. Een vrouw is vaak succesvoller en zelfbewuster dan haar moeder of oma. Ze weet beter wat voor vrouw ze wil zijn en geeft haar grenzen steeds duidelijker aan.

“Mannen,” signaleert Debruyne, “hebben ondertussen minder actief gereflecteerd over hun rol. Ze zijn nog vaak kostwinner, werkpaard, sterke schouder.” Of in elk geval denken ze dat ze dat moeten zijn, ook nu de arbeidsmarkt door vrouwen veroverd wordt.

Het is dus helemaal niet raar dat steeds meer mannen denken dat ze falen. Enerzijds slinken hun kansen nu machines het zware werk overnemen en vrouwen, die beter studeren, doordringen tot de intellectuele beroepen. Anderzijds blijven de torenhoge verwachtingen hardnekkig voortbestaan: een man zonder status, geld of macht is een loser. Ja, een mislukte man kan eigenlijk net zo goed vast in zijn kist gaan liggen.

Vos aarzelt niet om de zelfmoord van zijn broer zo te duiden. “Ik denk dat hij misschien wel ten onder is gegaan aan het man-zijn. Volgens mij lopen heel veel mannen hiermee. Niet met suïcidale gedachten, maar ze hebben vaak een ongezonde manier van met het leven omgaan, met de innerlijke strijd, woede of angst die ergens blijft zitten.”

De cijfers geven hem gelijk. Verslaving, depressie, sociaal isolement, suïcide – het komt veel vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Daarom is er, zoals ik altijd schrijf, meer debat nodig over specifieke problemen van mannen: in de sfeer van seks, maatschappelijke status, socialisering, en verwachtingspatronen waar ze niet aan kunnen voldoen.

Het is niet de schuld van de progressieve idealen van mei 1968. Het probleem is juist eerder dat mei 1968 de oude stereotypen van mannelijkheid niet voldoende heeft afgebroken. De druk die nog steeds op mannen ligt om een echte man te zijn, een Chad te zijn, is te groot. Steeds minder mannen kunnen eraan voldoen en die spagaat zal alleen maar groter worden.

Het is de crisis van de man in 21ste eeuw – een van de grote problemen van deze tijd, waarover nog veel te weinig wordt gesproken.

Colin van Heezik (1979) is freelance journalist en vervangt dit weekend Meredith Greer.

Reageer op artikel:
De seksuele revolutie leverde de buschauffeur geen beter seksleven op
Sluiten