Arthur van Amerongen: ‘Waarom ik van Israël hou’

Het is met Israël net als met het Nederlands elftal, het Songfestival en het weer: iedereen heeft er een mening over. Precies wat Dirty Harry Callahan (gespeeld door Clint Eastwood) zegt in The Dead Pool: “Opinions are like assholes, everybody’s got one.”

Het is toch van de gekke dat zelfs mijn ouwe kapster Ans in de Amsterdamse Jordaan als een Duracell-konijn op crystal meth doorratelt over een lastig onderwerp als Gaza? “Nou, Tuurtje, dat jodenvolk heb kennelijk ook niks geleerd van de oorlog. Zo gaan we toch niet met elkaar om? Ik vind het zo zielig voor die dooie baby, waar hep dat nou voor nodig.”

Ik zwijg dan wijselijk als het graf. Bij Ans ga ik altijd heel erg plat praten om zo goed en kwaad als het gaat te verhullen dat ik bijzonder hoogopgeleid en bovendien deskundig ben op het gebied van Israël en de Palestijnen. Om het ijs te breken zeg ik liever: “Nou, moppie, attenooie, wat ik nou toch weer hoor? Dat die vuns van een Kordon een poot is, en dat die mafkees vroeger met onderbroeken leurde op de Dappermarkt. Klop dat, snoes?”

Meestal hapt het goede mens dan, en haal ik opgelucht adem, broeiend in mijn roze kapmantel. Ans is anderzijds ook een typische judeofiel die oeverloos kan ouwehoeren over de jodenmensen die de woestijn hebben doen bloeien als een roos, en altijd voor dag en dauw opstaan en dan keihard Gods akker gaan bewerken terwijl die luie Ali Baba’s een beetje aan hun waterpijpen lurken. Angejiddeld heet dat, wanneer iemand overdreven positief doet over joden.

Enfin, ik ga hier niet voor de zoveelste keer lopen snoeven en blaten maar ik weet dus van de hoed en de rand en als iemand dat niet gelooft moet die iemand mij maar even checken op de website van de Groene Amsterdammer. Met name dit verhaal sloeg destijds in als een bom bij die keurige ouwe abonnees in de grachtengordel.

Waarmee ik wil zeggen dat ik ooit sympathie en begrip had voor Hamas. Als journalist onderhield ik goede contacten met de leiding in Gaza.

Ik vond vooral roomblanke Hollandse meisjes die dol waren op Hamas doodeng. Toen ik Arabisch studeerde op de Universiteit van Amsterdam, wemelde het van de spuuglelijke boerinnetjes die mohammedaans waren geworden op last van hun Egyptische, Turkse of Marokkaanse vriend. Die geboerkeerde juffies hadden in Biddinghuizen nog nooit een jood gezien maar wisten wel dat de jood het universele kwaad vertolkte want dat stond in hun Goede Boek.

In de regel haakten ze af bij het vak Geschiedenis van de Islam. Mijn professor Ruud Peters, bij wie ik ben afgestudeerd op de jihad, vertelde dan heel droog dat de planeet aarde wellicht toch iets ouder was dan zesduizend jaar en dat de Heilige Qur’aan wellicht niet als een geschiedenisboek moest worden gezien maar vooral als een meesterwerk van de Arabische taal, of iets in die geest. Heiligschennis, riepen de boerendeernes in hun tentjes dan en we zagen ze nooit meer terug.

De lichtende voorbeelden van die gekke trollen waren Anja Meulenbelt en Gretta Duisenberg. Die voormalige dinnies en bondgenoten gingen elkaar haten sinds ze samen een tripje maakten naar de Gazastrook. Volgens Anja maakte Gretta er een mediacircus van, waarmee ze bedoelde dat Greetje alle aandacht naar zich toetrok. Er moeten nog foto’s van zijn, waarop Gretta heel goed te zien is, net op een moment waarop ze weer verschrikkelijk tekeergaat tegen de ‘zionisten’.

Anja staat dan heel beteuterd op de achtergrond te koekeloeren, want niemand vraagt haar wat. Greetje Duisenberg belde vaak, in kennelijke staat, midden in de nacht naar mijn goede vriend Conny Mus, correspondent voor RTL in Jeruzalem. Con, dat zijn herinnering tot een zegen mag zijn, meed haar als de pest en ging al helemaal geen item aan de zwarte weduwe wijden.

Nooit vergeet ik het historische moment bij de bunker van Arafat in Ramallah, tijdens de belegering. Komt Arafat eindelijk naar buiten, volslagen uitgeput en met zijn oogjes knipperend in het felle Levantijnse daglicht, houdt Greetje Duisenberg potjandorie zijn armen omhoog! Nou weet ik uit hele goede bronnen in Beiroet dat Arafat helemaal niet van meisjes hield, en zeker niet naar drank stinkende ouwe dames.

Er is in al die tijd niks veranderd, want het wemelt bijvoorbeeld op Twitter van de klonen van Greetje en Anja, maar die zijn dan 60 jaar jonger. Het is tegenwoordig weer hartstikke hip om anti-Israël te zijn en pro-Hamas. Door die rabiate haters ben ik weer flink pro-Israël geworden de laatste tijd, op het ongenuanceerde af.

Het doet me denken aan die keer toen ik, ergens in de jaren negentig, als deskundige was uitgenodigd voor de Gentse Feesten. Ik zat daar in een panel met een discussie over de Joodse Kwestie. Nu was ik in die tijd nog behoorlijk pro-Palestijns, maar na een half uur begon ik in het hol van de leeuw Israël te verdedigen! Daar zat mij toch een zooitje onvervalste antisemieten in de zaal en in het panel, het leek wel of het duizendste nummer van Der Stürmer ten doop werd gehouden!

Zelden hoorde ik zoveel klinkklare nonsens over Israel, ik moest er wel met gestrekt been ingaan. Goed, ik werd toen voor fascist uitgemaakt, en datzelfde overkwam mij na het verschijnen van Brussel: Eurabia. Toen schreef Le Soir: dat die Bataafse fascist voorgoed in de jungle moge blijven van Paraguay. Nou, als ik iets niet ben is het een Bataaf, eerder ben ik een zuivere Latino die in een verkeerd lichaam is geboren.

Ik heb altijd een geweldige tijd gehad in Israël. Als barkeeper begin jaren tachtig, als student op de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem tijdens de eerste intifada en als correspondent in de jaren negentig. Als journalist schreef ik ondanks dat kritischer over Israël dan over de Palestijnen. Na zes jaar Zuid-Amerika en zes jaar Portugal is het land uit mijn systeem geslopen. Misschien dat ik daardoor milder ben geworden, nostalgischer. Misschien dat daarom mijn haren te berge rijzen als ik die blinde haat tegen Israël lees, het enige beschaafde land in het Midden-Oosten. En daarom: blijf met je rotpoten van mijn rot-Israëli’s af.

Happy Birthday Israël.

Reageer op artikel:
Arthur van Amerongen: ‘Waarom ik van Israël hou’
Sluiten