Wees een vent: accepteer iedereen als student

Man, man, man, wat was dat genieten: de reacties die volgden op het overheidsbesluit dat mbo’ers per studiejaar 2020-2021 wettelijk als studenten en niet als ‘deelnemers’ worden aangemerkt. Daar kunnen over tien jaar een hoop antropologen, sociologen en neerlandici op afstuderen.

Alhoewel sommigen menen dat je alleen in bèta-studies echt kunt afstuderen en de rest van het academische veld goedbedoeld gefröbel is. Afgelopen week werd nog maar eens bevestigd dat je bij een universitaire graad geen portie zelfvertrouwen cadeau krijgt. De nodige doctorandussen, ingenieurs en meesters (in spé) reageerden furieus op de nieuwe status van de mbo’ers.

Ze beschouwen het als een uitvloeisel van de verschrikkelijke nivelleringsdrang die in Nederland zou heersen. Iedereen moet en zal dezelfde erkenning krijgen, zelfs als de prestaties verschillend zijn. Eerst mochten die verrekte hbo’ers zichzelf al student noemen en nu zijn de scholieren van het mbo ook nog eens gepromoveerd. Nouja, gepromoveerd. Bevorderd is misschien een beter woord, alhoewel je nooit kunt uitsluiten dat mbo’ers binnenkort aangesproken moeten worden met promovendus.

Zulks is ongeveer de angst van figuren die gruwen bij het idee dat zij hun studententitel moeten delen met het plebs. Types die later ‘clubzaal’ zeggen tegen de kantine van de golfclub en ‘vriendje’ tegen hun 50-jarige vriend.

student
Pierre Wind dolt met een leerling-kok op het ROC-Mondriaan in Den Haag. Beeld: ANP/Olaf Kraak

Waar ben je bang voor als academisch opgeleide? Dat die domme buitenwereld niet meer begrijpt dat universiteiten een ander doel hebben dan beroepsopleidingen op het hbo/mbo? Dat universiteiten spontaan stoppen met het bijbrengen van academische vaardigheden en hun studenten niet langer analytisch en kritisch leren denken, maar een waterpomptang of een stethoscoop in de handen stoppen om hen praktisch op te leiden?

En mocht het zo zijn dat universiteiten zich steeds meer richten op de ‘aansluiting op de arbeidsmarkt’ in plaats van de wetenschappelijke vorming dan is het talige onderscheid nog wel het minste probleem. Voor de positie van academici op de arbeidsmarkt zal het ook weinig uitmaken. Zelf zou ik geen loodgieter inhuren voor mijn belastingzaken en geen fiscalist bellen om mijn kraan te repareren.

Angst dat mbo’ers nu massaal bij studentencorpora en andere gezelligheidsverenigingen aankloppen is eveneens onzinnig. Het grootste deel van de mbo’ers blijft thuis wonen en weinigen zullen er trek in hebben om vier jaar lang door nuffige types als ‘cursist’ of ‘scholier’ te worden aangesproken. Want aan domme waardeoordelen verander je namelijk helemaal niets. Niet door de classificaties laag- en hoogopgeleid te vervangen door praktisch en theoretisch opgeleid, noch door iedereen in het vervolgonderwijs student te noemen.

Voor veel mbo’ers betekent het overheidsbesluit in ieder geval een erkenning. Da’s mooi. En voor de elitaire sneuneuzen die zich daardoor geraakt voelen: veel sterkte en – bovenal – wijsheid toegewenst.