De onontkoombare politiek van een WK voetbal

Ik zag ze staan, gisteravond, in een weergaloze aflevering van Andere Tijden Sport. Twee mannen die lang geleden al de grens van de middelbare leeftijd zijn overgestoken, het niemandsland tussen midlifer en ‘oudere’. Ze stonden naast elkaar op het Plaza de Mayo in Buenos Aires, als het onpasseerbare verdedigingscentrum van een veteranenteam, en werden omringd door Dwaze Moeders, vrouwen die al veertig jaar lang eens per week samenkomen om aandacht te vragen voor hun lang geleden in het niets van de dictatuur opgeloste zoons, neven, echtgenoten, buurjongens.

WK Voetbal
Uiteindelijk stonden Haan en Brandts in de finale van het WK in Argentinië. Beeld: ANP

Er werd geapplaudisseerd. De zon scheen. En midden in Buenos Aires klapten de Dwaze Moeders voor Ernie Brandts uit Didam en Arie Haan uit Finsterwolde. Brandts veegde de tranen uit zijn ogen en ging op de foto met een Argentijn met pluizig haar.
Eigenlijk was het applaus in de ochtendzon niet helemaal voor Arie en Ernie, de twee Hollandse kanonniers met hun doelpunten van kilometers ver, maar voor de VARA-cameraploeg van Achter het Nieuws die in 1978 opnamen maakte van de Dwaze Moeders – toen nog jonge vrouwen, bij wie de paniek nog lang niet was vervangen door droeve berusting.

Op die beelden was voor het eerst te zien hoe de vrouwen zich vreedzaam en waardig verzetten tegen de onderdrukking, de wetteloosheid en de moordzucht van het regime-Videla. Die VARA-beelden bewezen: ze bestonden.

“Jullie zijn onze enige hoop!” riep een vrouw met een witte hoofddoek en keek, even, strak in de camera, omdat ze wist dat die ‘jullie’, wie het ook waren, zich ergens aan de andere kant moesten bevinden.
Brandts en Haan kregen een rondleiding langs een soort junta-museum. Zonder iets te zeggen luisterden ze naar de gids, die vertelde over de martelkelders en de elektroshocks, en ze staarden naar foto’s van mensen die niet meer leefden, omdat het kompas in hun binnenste hen richting confrontatie had gestuurd.

Tamburrini

Ik moest denken aan Claudio Tamburrini, de talentvolle doelman van de Argentijnse eredivisieclub Almagro die een halfjaar voor de start van het WK werd opgepakt en naar een villa buiten de stad werd vervoerd, alwaar hij met andere ‘vijanden van de staat’ werd vastgehouden en dagelijks gemarteld. Hoe hij ontsnapte door uit een raam te klimmen en naakt terug naar de stad te rennen.

WK Voetbal
De Argentijnse regering bij de finale van het WK Voetbal in 1978. V.l.n.r. Joao Havelange, Jorge Videla en Alfredo Cantilo (president van de AFA, Asociacion Del Futbol Argentino, van 1976-1979). Beeld: ANP/EPA

Hoe hij uiteindelijk naar Zweden vluchtte, nooit meer op niveau voetbalde (zijn lichaam was kapot) en dan maar hoogleraar in de filosofie werd. En terwijl Passarella, de Argentijnse aanvoerder die er ook nu nog altijd uitziet als de liefdesbaby van Rico Verhoeven en een nekloze strandstoelenverhuurder, de wereldbeker omhoog hield onder de ogen van Videla, werd het kreunen en het gekrijs van de martelaren voor even overstemd door een explosie van gejuich die het moest doen lijken alsof het heel Argentinië één reusachtig boeket van geluk en vaderlandsliefde was geworden.

En Dwaze Moeder Hebe de Bonafini zei: “Terwijl ik huilde in de keuken, juichte mijn man in de huiskamer om de goals van Kempes.”
Leopoldo Luque wist van niets.
Passarella wist van niets.
Ernie Brandts wist ook van niets.
En Videla stak zijn duimen op.

Intussen is de wereld tien wereldkampioenschappen verder. Donderdag trappen Rusland en Saoedi-Arabië af voor het WK van 2018, in een land dat geen opponenten van de heersende macht uit vliegtuigen werpt, omdat het veel effectiever is om ze op een kogel te laten vallen, of per ongeluk drie keer over ze heen te laten rijden.
Nogal wat voetballiefhebbers zien een beetje op tegen die openingspot. Niet per se omdat het een treffen is tussen twee angstaanjagende regimes, maar vooral omdat hun spelers niet veel soeps lijken. Sport en politiek zijn immers gescheiden, en voetbal is een feest en laten we ons vooral even niet bezighouden met al die onfortuinlijke toestanden in de wereld.
Tja.
Vanochtend twitterde Emile Affolter van Amnesty International een foto van Mo Salah, momenteel de best voetballende moslim ter wereld. Naast hem stond Ramzan Kadyrov, de Tsjetsjeense leider, iemand uit de Champions League van de politieke smeerlapperij. De Egyptische ploeg logeert en traint deze weken in Tsjetsjenië, het gebied dat zo dolgraag onder Kadyrovs leiding Ruslands link met het Midden-Oosten (en dan vooral: Saoedi-Arabië) wil worden.

De tekst loopt hieronder door.

WK Voetbal
Beeld: ANP/AFP Foto/Karim Jaafar

Gerinkel en gekerm

Zomaar een verhaaltje, uit de kantlijn van een toernooi dat nog moet beginnen. Ik hoop zó dat de journalisten, de cameraploegen en de verslaggevers de komende weken eens naar links durven te kijken als de gastheren ze wijzen op het schitterende stadion rechts. Dat ze de gelegenheid te baat nemen om te laten zien wat ongezien moet blijven. Net als Achter het nieuws destijds. En dat wij dan allemaal even aandachtig kijken, luisteren en lezen.
Want als Messi en Salah en Ronaldo en Dries Mertens worden uitgenodigd om met het gejuich om hun goals het gerinkel van oliemiljarden en het gekerm van onderdrukten te laten overstemmen, is het tamelijk ingewikkeld om te blijven volhouden dat politiek en sport niks met elkaar te maken hebben.

Meer Frank Heinen lezen? Volg ons op Facebook