Spring naar de content
bron: ANP/AFP Foto/Rami Al-Sayed

Syrische pianist Aeham Ahmad: ‘I am not a revolution guy

Pianist Aeham Ahmad ontvluchtte de hel van het Syrische Yarmouk, waar hij pianospeelde tussen de kapotgeschoten huizen. Nu treedt hij op door heel Europa. De oorlog zit nog altijd in zijn hoofd. In juni treedt hij op bij de Nacht van de Vluchteling. ‘I am not a revolution guy.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: De Redactie

Een eenzame man achter een gebutste piano, buiten op straat. Om hem heen totale verwoesting. Appartementen waarvan de buitenmuren zijn weggeslagen door bombardementen, straten vol puin. Deze iconische beelden van pianist Aeham Ahmad (1988) gingen de hele wereld over. Muziek als ultieme verzetsdaad tegen de waanzin van de Syrische oorlog.

De tekst loopt hieronder door. 

Aeham Ahmad

Inmiddels woont Ahmad in het Duitse Wiesbaden. In de zomer van 2015 volgde hij dezelfde route als duizenden landgenoten voor en na hem: eerst de gevaarlijke vlucht naar Turkije, vandaar maakte hij met een rubberbootje de oversteek naar Lesbos. Zijn vrouw en twee zoontjes reisden hem in 2016 achterna. Nu is er een biografie (De pianist van Yarmouk) en een cd, Keys to Friendship (samen met de Duitse jazzpianist Edgar Knecht). Op 16 juni treedt hij op in Nederland tijdens de Nacht van de Vluchteling.

We ontmoeten Ahmad op een vrijdagochtend in het Amsterdamse Ambassade Hotel. Hij is een beetje moe, zegt hij. Gisteravond heeft hij bijgepraat met een oude bekende uit Syrië die nu in Den Haag woont; pas om drie uur ’s ochtends was hij terug in zijn hotel. Van die vermoeidheid is weinig te merken. Gepassioneerd, emotioneel, af en toe struikelend over zijn eigen woorden, doet Ahmad zijn verhaal, afwisselend in het Arabisch en het Engels. Soms springt hij op om met gebaren en imitaties zijn woorden kracht bij te zetten.

[blendlebutton]

Regelmatig ontsteekt hij in woede, vooral als het gaat over Assad, Poetin en andere wereldleiders die Syrië gebruiken als inzet van een dodelijk geopolitiek schaakspel. Op zulke momenten lacht Ahmad een holle, cynische lach. Alleen als het over muziek gaat – de jazzscene van Beiroet, traditionele Syrische volksmuziek, Beethoven en Mozart – lijkt hij zich echt te ontspannen. Maar waar we ook over spreken, nooit is de oorlog ver weg. Die zit verankerd in zijn muziek, in zijn liedjes en in zijn hoofd.

Voor ons op tafel ligt Ahmads biografie. De cover toont een gestileerde afbeelding van hem achter zijn piano, tegen een achtergrond van verwoeste huizen. Op het omslag ook een citaat uit The New York Times: “Aeham Ahmad is een symbool van hoop en verzet”. Gloedvolle woorden, maar Ahmad is er niet blij mee: “Ik ben geen symbool! Wat betekent dat? Dat ik al het lijden en alle schuld met mij moet meedragen? Het is ook nog eens gevaarlijk om een symbool te zijn. Wat als ze mij over een paar jaar terugsturen naar Syrië? Dan heb ik een groot probleem.” Ahmad komt op stoom: “En als ik zo’n symbool voor hoop ben, waarom mag ik Amerika dan niet in om daar concerten te geven? Dan ben ik opeens een symbool voor iets heel anders.” Walging spreekt uit zijn gezicht. Hij tuit zijn lippen een vuurt een denkbeeldige klodder spuug af.

Aeham Ahmad
Beeld:

Ahmad groeide op als derde generatie Palestijnse vluchteling in Yarmouk, een vluchtelingenkamp bij Damascus. Het woord ‘kamp’ is misleidend: het is een stadswijk van ruim twee vierkante kilometer waar voor de oorlog zo’n 160.000 mensen woonden, voornamelijk Palestijnen. Het is een van de twaalf Palestijnse ‘kampen’ in Syrië.

De meeste Palestijnen in Syrië kregen nooit het Syrisch staatsburgerschap, ook Ahmad niet. Voor dictator Bashar al-Assad – en diens vader voor hem – kwam het goed uit om de Palestijnen in een afhankelijke positie te houden. In zijn schooltijd begeleidde Ahmad met tegenzin zijn medeleerlingen op de piano bij het zingen van het Syrische volkslied.

De inwoners van Yarmouk hielden zich aanvankelijk afzijdig toen in maart 2011 in verschillende delen van het land mensen in opstand kwamen tegen het regime. “De eerste maanden van 2011 was Yarmouk een eiland van vrede,” zegt Ahmad. “In andere Palestijnse kampen was de revolutie al wel gearriveerd. Ik hoopte vurig dat ons kamp erbuiten zou blijven.”

Tot aan de uitbraak van de oorlog is het leven voor Ahmad goed. Hij trouwt, volgt een opleiding tot klassiek pianist aan het conservatorium van Homs (een unicum voor iemand die afkomstig is uit het arme Yarmouk) en runt samen met zijn blinde vader een luitfabriek en een bloeiende handel in muziekinstrumenten. Daarnaast heeft hij een goedlopende praktijk als pianoleraar en pianostemmer. Tot zijn klanten rekent hij zelfs kopstukken uit de Ba’ath-partij.

In juni 2011 bereikt de politieke onrust alsnog Yarmouk. Het begint met een mislukte propaganda-actie van een Palestijnse splinterbeweging die nauwe relaties onderhoudt met de Ba’ath-partij van Assad. Ter gelegenheid van de voor Palestijnen belangrijke herdenking van de Zesdaagse Oorlog uit 1967, charteren de militanten bussen waarmee ze honderden demonstranten uit Yarmouk naar de grens met Israël op de Golanvlakte brengen. Als de demonstranten de grens te dicht naderen, worden ze onder vuur genomen door Israëlische soldaten. Er vallen die dag meerdere doden (volgens Syrische overheidsbronnen 23, al worden die cijfers betwist door Israël) en tientallen gewonden.

In Yarmouk keert de volkswoede zich onverwachts tegen de organisatoren van de fatale propagandastunt. Het draait uit op gevechten tussen verschillende politieke facties. Vanaf dat moment volgen de gebeurtenissen elkaar snel op en wordt Yarmouk ruw de oorlog ingesleurd. Rebellen van onder meer het Vrije Syrische Leger (FSA) bevechten de pro-Assadmilities om heerschappij. Het Syrische leger schiet de milities te hulp en trekt de wijk in. Daarna volgen de eerste bombardementen. Ahmad spelt de datum: “16-12-2012. Drie Soechoj-straaljagers van het Syrische leger bombardeerden Yarmouk. Ik zat als een bang konijn in de hoek van de kamer.”

Na de zware bombardementen, waarbij onder meer een school en een moskee worden geraakt, komt een omvangrijke vluchtelingenstroom op gang. Ongeveer 18.000 mensen blijven achter. Daaronder ook Ahmad en zijn gezin. Als het regime de wijk in de zomer van 2013 hermetisch afsluit van de rest van Damascus, zitten ze als ratten in de val. Op alle uitvalswegen staan controleposten. Voedsel en schoon drinkwater worden schaars, mensen overleven op een dieet van onkruid en de schaarse voedselpakketten van de VN, die druppelsgewijs door de checkpoints komen.

Dan neemt Ahmad een besluit: “Ik wilde niet langer bang zijn. Als ik moet sterven, dan op mijn eigen voorwaarden.” Met hulp van vrienden laadt hij de goedkoopste piano uit zijn muziekwinkel op een handkar. Samen gaan ze bijna dagelijks de straat op om muziek te maken. Volksliedjes en door Ahmad gecomponeerde protestliederen. Al snel wordt Ahmad een bekende verschijning in Yarmouk en beginnen op het internetfilmpjes te circuleren van zijn optredens.

Verschillende politieke groepen in de wijk proberen hem te claimen, maar Ahmad wil met politiek niets te maken hebben. “Het is allemaal bullshit. Ik hou niet van Assad, niet van het Vrije Syrische Leger, niet van IS en niet van Al-Nusra. I am not a revolution guy. Ik hou van de mensen die met rozen in de hand de straat op gaan om te demonstreren. In Yarmouk heb ik gezien dat het altijd de gewone mensen zijn die het slachtoffer zijn. De strijdgroepen die de wijk belegerden zijn een aantal keer veranderd, maar voor de bevolking veranderde er niets.”

Het duurt niet lang voordat internationale media de video’s van Ahmad op YouTube ontdekken. Al Jazeera, CNN, The New York Times, ze verdringen zich voor een interview met de man die ‘de oorlog te lijf gaat met muziek’. Ondertussen speelt speelt Ahmad vooral voor zichzelf, vertelt hij: “In het begin dachten de mensen in Yarmouk dat mijn muziek hun pijn kon genezen, maar na verloop van tijd verloren ze hun interesse. Als je hongerlijdt, je handen kapot zijn van het verzamelen van brandhout en je iedere dag vreest voor je leven, dan vind je muziek maar onzin. Maar zelfs toen bijna niemand meer luisterde, bleef ik spelen. Ik kon niet zonder. Voor mij is muziek als seks. Het spelen verzadigde mij en drong de honger en de ellende voor even naar de achtergrond.”

Aeham Ahmad
Beeld:

Hoewel steeds minder volwassenen naar hem komen luisteren, blijven de kinderen zich verzamelen rondom de piano van Ahmad. Op de YouTube-video’s zijn ze te zien; magere kinderen, vaak hand in hand, sommigen met een klein broertje of zusje in de armen, die uit hoge borst meezingen met de liedjes van Ahmad. In sommige video’s zit het oudste zoontje van Ahmad, dan nog een peuter, bij de pianist op schoot.

Een van de sterren van het kinderkoor is de twaalfjarige Zeinab. Het meisje speelt trommel en wil graag rappen. Op een dag in augustus 2014 gaat Ahmad opnieuw te straat om op te treden met een aantal kinderen, waaronder Zeinab. Hij zet het lied ‘Yarmouk mist je’ in, een favoriet van de kinderen. Dan klinkt een schot. Een scherpschutter heeft Zeinab door het hoofd geschoten. Ahmads wereld stort in. “Toen dat meisje aan mijn zijde werd gedood, voelde ik dat alles voorbij was. Ik wilde nooit meer spelen. Ik ging naar het dak van ons appartementencomplex en dacht erover om over de dakrand te stappen.”

Zijn overlevingsdrang wint het van zijn wanhoop. De piano, die onder de bloedspetters zit, maakt hij schoon en schildert hij wit. Opnieuw gaat hij de straat op. Maar het is zonder overtuiging en zonder vreugde. De piano klinkt nog valser dan voorheen, op de schaarse video’s uit deze periode zie je Ahmad niet meer lachen.

Begin april 2015 werd Yarmouk na hevige gevechten met de verschillende Palestijnse rebellengroepen ingenomen door IS. Het regime reageerde door vanuit legerhelikopters verwoestende vatenbommen op Yarmouk te werpen. Terwijl Ahmad zijn piano in veiligheid probeerde te brengen, werd hij tegengehouden door IS-strijders. De religieuze fundamentalisten overgoten de piano met benzine en staken hem in de fik.

Doordat de belegering van de wijk tijdelijk was opgeheven, was voor Ahmad en zijn gezin het moment gekomen om te vluchten. Met hulp van smokkelaars gingen ze op pad. Onderweg naar de Turkse grens werden ze staande gehouden door militairen, maar na een korte detentie weer vrijgelaten. Ahmad trok alleen verder; hij wilde zijn vrouw en kinderen niet blootstellen aan nog meer gevaar. Een jaar nadat hij in Duitsland was aangekomen, reisden ze hem achterna.

Ahmad laat op zijn telefoon een video zien waarin hij in Yarmouk op straat speelt, voor zijn winkel. Zijn vader begeleidt hem op viool, een groepje van zes vrienden zingt. Ahmad wijst ze een voor een aan: “Hij is vermoord door IS. Hij zit in de gevangenis, hij ook, hij is spoorloos en hij is ook gevlucht. Mijn ouders wonen nog in Yarmouk; ik maak me grote zorgen om ze. Mijn broer is gearresteerd door het regime, we weten al jaren niet waar hij is. Ik vrees het ergste.”

In Duitsland spreekt Ahmad vaak met bejaarde Joden, vertelt hij. “Zij begrijpen mij. Ik draag veel schuldgevoelens met mij mee. Waarom ben ik nog in leven en zo veel van mijn vrienden en familieleden niet? Een oudere Joodse schrijfster met wie ik bevriend ben, herkent die gevoelens. Ook zij voelt zich schuldig dat ze de Holocaust heeft overleefd, zelfs na zeventig jaar. Soms kan ik dat gevoel van me afzetten, maar als ik bijvoorbeeld mijn nummer ‘I forget my name’ speel, dan ben ik weer in Yarmouk.”

Ahmad dreunt het registratienummer op dat hij bij geboorte kreeg van de UNRWA, de VN-organisatie die zich bekommert om de Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten en hun nakomelingen. “Het gevoel ergens thuis te horen is een groot goed,” zegt hij. Maar wat zijn thuis is, of zijn identiteit, daar lijkt hij niet helemaal uit. In een van de video’s uit Yarmouk draagt hij een keffiyeh, ook bekend als ‘Arafatsjaal’, een kledingstuk met een onmiskenbare politieke betekenis. Het was niet zijn idee, zegt hij. Met Palestijnse politieke bewegingen heeft hij weinig op. Hij steekt een tirade af over Palestijnse leiders die de ‘gewone Palestijnen’ misbruiken voor hun eigen politieke gewin. Boven alles voelt hij zich een inwoner van Damascus. “Wij Damascenen hebben een commerciële mentaliteit. We zijn van nature handelaren, we kunnen zelfs een dealtje sluiten met God.”

Toch kijkt de pianist uit naar het verkrijgen van zijn Duitse paspoort. Een bijzonder moment voor een Palestijn die nog nooit een paspoort heeft gehad. Ahmad: “Als ik mijn paspoort krijg, zal ik vanaf dat moment een Duitser zijn. Het paspoort geeft bescherming, het stelt mij in staat om overal heen te reizen, zelfs naar Safed (in Israël), de geboorteplaats van mijn grootvader.”

Uiteindelijk zal hij van Duitsland zijn thuis maken, denkt Ahmad. “Als klassieke pianist die Beethoven en Mozart speelt, besta ik binnen de Duitse cultuur. Al zullen er ook obstakels zijn. Ik heb geen Duitse naam en mijn kinderen zijn niet blond. In Duitsland zijn er steeds meer mensen die dat een probleem vinden, die genoeg hebben van Merkel en op de AfD stemmen.”

Abrupt staat Ahmad op van de bank. Hij kromt zijn rug en vouwt zijn handen in een smekend gebaar voor zijn borst. Op zijn gezicht een groteske mime-uitdrukking van diepe droefheid. “Ik sta erbij en zie het gebeuren – de groeiende haat, de afkeer van vluchtelingen.” Het stoort hem dat hij in een hokje wordt geduwd – dat van de zielige vluchteling, de gelovige moslim. “Veel Syriërs zijn hoogopgeleid. We willen nieuwe dingen creëren, slagen in Europa. Velen van ons zijn niet eens religieus, sommigen zijn zelfs atheïst. Jullie vergelijken ons met eerdere migrantengroepen, maar wij hebben een nieuwe cultuur en een nieuwe kleur meegenomen naar Europa. Ken je Ahmad Joudeh, een danser uit Yarmouk die nu danst bij Het Nationale Ballet in Nederland? Een bebaarde vluchteling uit het Midden-Oosten die ballet danst, dat hadden jullie in Europa nog niet eerder gezien.”

Intussen is Yarmouk nog altijd in handen van IS en aan IS gelieerde groepen. Hooguit 200 tot 300 strijders, zegt Ahmad, die nog bijna dagelijks contact heeft met mensen in de belegerde wijk. Ze zullen niet lang standhouden, denkt hij. “Nog een paar maanden, dan wordt IS verdreven en is Assad weer terug.” Het lijkt een realistische inschatting. Nu het regime Oost-Ghouta vrijwel geheel heeft heroverd, kan het zich richten op andere verzetshaarden, zoals Yarmouk. Ahmad: “Mensen vragen vaak aan mij hoe het verder moet met Syrië, of de oorlog ooit zal eindigen. Hoe moet ik dat weten? Vraag het aan Trump, Assad of zijn marionettenspeler Poetin. Ik ben maar een pianist, meer heb ik nooit willen zijn.”

Aeham Ahmad geeft op 16 juni een concert tijdens de Nacht van de Vluchteling. Locatie: Amsterdam, Westergasfabriek. Aanvang: 23:00. Toegang gratis. www.nachtvandevluchteling.nl

Aeham Ahmad en Sandra Hetzl, De pianist van Yarmouk, Atlas Contact, €19,99. Vertaald door Ralph Aarnout en Jantsje Post. 

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij Stichting On File, een netwerk van gevluchte journalisten en schrijvers.

[/blendlebutton]