De Belgische cinema is beter dan de Nederlandse. Toch?

Aan de vooravond van het WK voetbal in Rusland kijkt het Oranjelegioen met jaloerse blik naar de Rode Duivels die zich wel hebben gekwalificeerd. Ook op filmgebied zien veel bioscoopliefhebbers Vlaanderen als het walhalla van de Nederlandstalige cinema. Klopt dit beeld wel? Filmredacteur Nico van den Berg duikt in de wereld van de Belgische filmclichés.

Afgelopen weekend werd onder veel belangstelling in de Utrechtse bioscoop Louis Hartlooper de vijfde editie van het Belgisch Film Festival gehouden. Openingsfilm was de frisse en licht-absurde Vlaamse film Charlie en Hannah gaan uit van regisseur en scenarist Bert Scholiers die vanaf deze week ook in de rest van Nederland gaat draaien. In 2014 startte het festival nog onder de titel Vlaamse Film Festival, om een paar jaar later ook de Waalse film erbij te betrekken.

Het was de tijd van de Oscarnominatie voor The Broken Circle Breakdown en het spraakmakende Rundskop. Ook paste het perfect in een anti-Nederlands sentiment dat bij veel filmprofessionals en -critici de kop op stak. Over de grens was het allemaal veel beter.

De tekst loopt hieronder door.

Cinema
Beeld: Independent Film

Het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) had de charismatische Pierre Drouot als voorman, waar het bureaucratische Nederlands Filmfonds qua imago maar moeilijk tegenop kon boksen. En ook de filmpers leek geen veren genoeg te hebben voor de hippe Belgische filmmakers. Waarom Vlaamse films beter zijn kopte de NRC in 2016 met veel bravoure. Kus mijn kloten, de kracht van de rauwe Vlaamse cinema kopte filmsite VERS in datzelfde jaar. Waarom de Belgische film scoort stelde dagblad Trouw ook.

En filmjournalist Karin Wolfs stelde vorig jaar in De Volkskrant dat ‘de Nederlandse film zich ziek hypochondert’, om even aan te geven dat we niet veel van onze eigen films hoeven te verwachten. Vijf jaar geleden werd er onder de titel Het verdriet van Nederland zelfs een groot filmdebat over georganiseerd. Het credo: kijk naar België, daar gaat het goed!

De werkelijkheid is echter weerbarstiger dan dit wensbeeld. De situatie in België is in een aantal opzichten zelfs slechter dan in Nederland. Zo schreef de Belgische krant De Morgen vorig jaar nog over de onvrede bij veel Vlaamse regisseurs over gebrek aan geld en slechte bezoekcijfers van hun films.

En met reden: de Belgische bioscoopbezoeker laat steeds vaker de eigen films links liggen. Het marktaandeel daalde vorig jaar zelfs naar 8 procent, het laagste aantal in tien jaar. Ter vergelijking: in Nederland gingen vorig jaar 12 procent van de bezoekers naar een Nederlandse film, het jaar ervoor zelfs 20 procent.

En waar gingen ze in België dan wel naartoe? Niet naar de veelgeprezen arthouse films. Die doen het nog altijd aardig op festivals, al is dit lang niet meer zo vaak als in het jubeljaar 2016. Nee, de Belgen gaan massaal naar de derde film van FC De Kampioenen (600.000 bezoekers).

Voor wie dit Vlaamse fenomeen niet kent, hieronder de trailer. De tekst loopt hieronder door.

De film is gezapig en voorspelbaar, zelfs voor Nederlandse blockbusterstandaarden. Dat geldt ook voor de op één na best bezochte film: Het Tweede Gelaat, een futloze thriller van Jan Verheyen waar de Vlaamse kranten nauwelijks verder kwamen dan één ster. Eén op de drie bezoekers van een Belgische film ging naar één van deze films. Niet echt het beeld dat wij van Belgische film hebben.

Ook het aantal vertoningsplaatsen voor de arthouse film is bij onze zuiderburen een stuk lager dan in Nederland. Door ons subsidiesysteem heeft elke Nederlandse gemeente van betekenis wel een filmtheater, inclusief een breed aanbod van wereldcinema.

Zo kan het gebeuren dat een Vlaamse arthousefilm hier in meer zalen draait en meer volk trekt dan in België. De Kinepolis-bioscopen die de Belgische bioscoopmarkt domineren (bijna de helft van alle bioscoopkaartjes loopt via hun kassa’s) hebben soms nog een excuuszaaltje over voor de betere eigen film, maar in veel steden is het bioscooplandschap een kaalgevreten vlakte, met her en der een verdwaald plukje groen filmgras.

In Antwerpen kreeg de enige arthousebioscoop in de Scheldestad in 2013 nog maar net een doorstart na een faillissement. In Oostende sloot begin dit jaar Cine Rialto haar deuren, waardoor Kinepolis nu een monopolie heeft in de havenstad. En in Brussel lag de bouw van een nieuw filmtheater jarenlang stil door de stammenstrijd tussen de Vlamingen en Walen.

Dit betekent niet dat de situatie in Nederland perfect is. De eerste vijf maanden van dit jaar kelderde volgens onofficiële cijfers het marktaandeel van Nederlandse film hier ook van 17 procent naar 10 procent. Maar het imago van de filmcultuur bij de Belgen verdient absoluut wat nuance. Met het aantal zalen en de relatief sterke marketingkracht van Nederlandse distributeurs hoef je niet vreemd op te kijken dat Girl, de Vlaamse film die in Cannes iedereen omverblies, het hier beter doet dan in België. En hoe sympathiek een film als Charlie en Hannah gaan uit ook is in het romkom-genre, we moeten oppassen niet verblind te worden door het aandoenlijke Vlaamse accent.

Wat voetbal betreft mogen de criticasters misschien een punt hebben, wat betreft de betere film is het gras zeker niet altijd groener aan de andere kant van de grens. Het beste bewijs? Bekijk de Vlaamse voetbalaanfluiting FC De Kampioenen.

Reageer op artikel:
De Belgische cinema is beter dan de Nederlandse. Toch?
Sluiten