Wat is de essentie van een goed portret?

In de tijd van Instagramfilters en fotoshop is een goed portret bereikbaar binnen een duimlengte. Kunstenaar Jasper Krabbé, die net een portret van zanger Ziggy Marley heeft afgeleverd, filosofeert graag mee over de kracht van deze kunstvorm. 

Jasper Krabbé
Marley (links) en Krabbé (rechts) kijken naar het onthulde portret. Beeld: Sander Stijnen/V2 Records

Soms kan een uitspraak in een interview leiden tot een grote stroom haatmail, maar soms kan het ook iets moois opleveren: kunst. Hoe snel het kan lopen, weet Jasper Krabbé inmiddels. Na een vraaggesprek met Nick Muller voor het juninummer van HP/De Tijd over culturele voorkeuren wordt de kunstenaar benaderd door V2 Records, het Nederlandse label van Ziggy Marley.

Over de zoon van reggaeicoon Bob Marley zegt Krabbé: “Een concert is magisch. Ik zou deze zomer heel graag naar George Clinton and the Parliamentary Funkadelic, Angie Stone en Ziggy Marley willen in Paradiso, maar het is allemaal uitverkocht, ik snap er niets van. Ik zie ze altijd meteen wanneer de kaarten in de verkoop gaan, maar als ik ze dan wil bestellen zijn ze al uitverkocht. Om moedeloos van te worden.”

Kort na het interview hangt het label aan de lijn. Het management wil Krabbé uitnodigen voor het optreden en al pratende ontstaat het idee om een portret van Marley te maken. “Ik had dat over die kaartjes niet met die opzet gezegd, haha,” grapt Krabbé desgevraagd, een dag nadat hij het portret afgeleverd heeft bij de zanger in de Amsterdamse ADAM Toren aan ’t IJ. Krabbé: “Het was alsof ik Ziggy al jaren kende. Ik hoop dat het portret een eerbetoon is aan zijn werk en zijn persoon. Hij is een positief mens, die zich ook kwetsbaar en krachtig opstelt in zijn muziek.”

Beeld: Sander Stijnen/V2 Records

Die elementen heeft Krabbé verwerkt in het portret, een lichtgroen doek met collage-elementen en een lachende Marley.

De Nederlandse kunstenaar volgt de zanger al langer, een noodzakelijk kenmerk voor een goed portret, stelt hij. “Ik wil namelijk portretten maken van mensen die ik bewonder, die me inspireren of waar ik iets mee heb.”

Zo schildert Krabbé jaren geleden de dan nog onbekende ontwerper Jan Taminau. “Dat was nog voor hij koningin Máxima kleedde,” vertelt Krabbé. “Ik was onder de indruk van zijn collectie gemaakt van postzakstof.” Krabbé stelt een ruil voor: een jas van postzakstof voor een portret. “Al had Jan niet verwacht dat ik een portret van 2 bij 2 meter zou maken!” lacht hij.

Jasper Krabbé
Beeld: Sander Stijnen/V2 Records

Het mislukt ook weleens, vertelt hij. “Ik heb in 2008 de helaas onlangs overleden ontwerper Frans Molenaar geportretteerd zoals ik hem zag, maar hij was niet tevreden. ‘Je hebt een kant van mijn gezicht te veel laten hangen,’ zei hij. Ik ben het doek opnieuw gaan schilderen, waardoor het eindresultaat er niet beter op werd.”

Een portret moet namelijk niet ‘kapotgeschilderd’ – zo was het portret van Marley in anderhalve dag af en de presentatie was de verf nog nat – worden, stelt de kunstenaar. “Mijn les hieruit was: luister nooit teveel naar je opdrachtgever, want het portret is jouw visie op de persoon die je portretteert.”

Niet dat de kunstenaarsvisie altijd op waarde wordt geschat. Kijkers van de Britse hitserie The Crown herkennen vast de woede-uitbarsting van Winston Churchill nadat hij op zijn tachtigste verjaardag een verjaardagsportret van kunstenaar Graham Sutherland onder ogen krijgt. Churchill zou het doek verbranden. Ook de Spaanse kunstenaar Picasso krijgt eens ruzie met de Amerikaanse schrijver Gertrude Stein over een portret. Ze vond dat ze in niets leek op het portret, net als Churchill. Waarop Picasso volgens de overlevering zei: “Nee, maar daar ga je nog wel op lijken.”

Krabbé: “Sommige mensen gaan ook op hun portretten lijken. Die uitspraak gooi ik er soms in bij het afleveren van mijn werk.”

Jasper Krabbé
Beeld: Sander Stijnen/V2 Records

Zou hij in navolging op Marley nog iemand uit de muziekwereld voor zijn schildersezel willen hebben? Krabbé: “Ik heb ooit een portret gemaakt van de zanger Benjamin Clementine, maar dat was gebaseerd op foto’s. Hij had een paar jaar geleden een Amsterdams vriendinnetje die ik kende.”

Clementine stond open voor een liveportret, maar het kwam er door zijn tourschema nooit van, vertelt Krabbé. “Daarna werd hij beroemd en ging het uit met dat meisje. Jammer, want hij is een imposante muzikant met een bescheiden voorkomen. Dat zou ik graag in een portret willen vangen.”

Zelf nooit geportretteerd

Zelf heeft Krabbe zijn vrouw en tevens muze in 250 schilderijen proberen te vangen, en maakte hij verscheidene zelfportretten, maar echt geportretteerd is de kunstenaar nog niet. Een ‘super-interessant’ experiment zou dat kunnen worden, denkt hij. “Ik ben benieuwd hoe iemand anders mij ziet. Je hebt namelijk een bepaald zelfbeeld, maar dat is vooral gebaseerd op wat je zelf ziet in de spiegel en je hebt ook een bepaald beeld van je persoonlijkheid. Er is niets mooiers dan dat portretteren op een doek, maar ik heb het op de een of andere manier nooit laten doen. Ik ben heel erg benieuwd hoe iemand mijn ziel zou zien en mij zou portretteren.”