Bidden dat België geen wereldkampioen wordt

Hier in huis woedt al dagen een verhitte discussie, eentje die momenteel meerdere gezinnen, families, vriendengroepen, voetbalteams, collega’s en kroeghangers verscheurd. Zijn we voor of tegen België? We zijn massaal verdeeld over de mate van succes die we het voetbalteam van een verdeeld land gunnen.

België
Beeld: ANP/EPA/Stephanie Lecocq

Nouja, land. Deze weken is de lap grond ten zuiden van Nederland voor mij gewoon een onduidelijk staatkundig construct dat de titel land en daarmee deelname aan het WK niet verdient. Weet u meteen aan welke kant van de discussie ik sta. Mijn vriendin meent dat we de Belgen moeten steunen omdat het onze vrienden zijn. Als ik vraag waarom, dan antwoordt ze dat je elkaar als buren nu eenmaal steunt. Een wonderlijke redenering van iemand die in een stad woont waar niemand de naam noch huidskleur van de buren kent.

Bovendien, zo redeneert ze verder, gaan we niet regelmatig met veel plezier naar Belgische steden? Waar ‘s middags een pintje geen teken van alcoholisme maar bourgondisme is. Een houding die ik toch zo kan waarderen? En zijn we tijdens het reizen niet regelmatig opgetrokken met Belgen. Dat waren toch zonder uitzondering prettige, aimabele en beschaafde types? En spelen die Belgen niet van dat leuke aanvallende voetbal? Het soort voetbal waar ik toch van hou en waarvoor ik elk jaar tegen beter weten een seizoenskaart bij Ajax voor koop? Ik werp tegen dat haar blik vertroebeld is doordat ze een tijd in Brussel heeft gewoond. Een stad die haar beviel, maar in mijn ogen op veel plekken de grandeur heeft van een mossig metrostation in een Oost-Europese buitenwijk.

België
Beeld: ANP/AFP Foto/Manan Vatsyayana

Mijn vriendin gaf niet op. Had ik niet eens gefluisterd dat ik haar nog sexyer zou vinden indien ze Vlaams zou spreken? Klopt.

“Maar ik ben klaar met het gedweep met België. Klaar met de types die demonstratief naar Sporza schakelen, omdat ze het Nederlandse commentaar niet kunnen luchten. Mensen die het zo prachtig vinden om deklat, winkelhaak en staak te horen. Sodemieter op. Matsj is geen zoetgevooisde variant van wedstrijd, maar gewoon een mislukt Anglicisme. Geraaskal dat zelfs Frank Snoeks niet uit z’n strot krijgt. En dat fantastische bier? Das war einmal, die Belgen kunnen nog steeds een prima blondje brouwen, maar een fatsoenlijke IPA? Ho maar. Nee, daarvoor moet je gewoon in Nederland zijn. Dat aanvallende voetbal? Natuurlijk, De Bruyne is een geweldenaar, Lukaku een slimme krachtpatser en je zou Mertens bijna vergeven dat hij bij PSV heeft rondgelopen. Maar uiteindelijk winnen ze alleen maar vanwege hun solide verdediging en Courtois. Nee, echt aanvallen hebben ze na 1830 niet meer gedaan. En denk je eens in hoe Belgen reageren als ze echt wereldkampioen worden. Dan blijkt die jarenlange bescheidenheid zo vals als een tientje. Dan kloppen zij zichzelf op de borst dat zij maar één finale nodig hadden om de titel te pakken. En wat moeten wij daar dan tegen die zelftevredenheid? Zeggen dat wij tenminste een snelweg kunnen aanleggen? Ze zien ons aankomen. Of moeten we lafjes de titel claimen, omdat het halve Belgische elftal in Nederland is opgeleid? Vertonghen, Mertens, Chadli, Alde…”

M’n lief onderbrak mij: “Ah, je bent dus gewoon jaloers?”

“Welnee. Ik gun die Belgen gewoon een verloren WK-finale. Dan hebben zij ook een voetbaltrauma. Een echte vriendschap bloeit op de vuilnisbelt van gedeeld leed. Zo’n trauma van de Lage Landen, da’s toch prachtig?”