Froome, Thomas en Dumoulin zijn de Good, Bad & Ugly van de Tour

Jeroen Wielaert 24 jul 2018 Sport

De Tour de France heeft Frankrijk jaarlijks drie weken volledig in haar greep. Tourkenner en journalist Jeroen Wielaert reist de renners drie weken lang achterna en vertelt u in zijn Tourkronieken het verhaal achter de Ronde.

Dumoulin
Beeld: Jeroen Wielaert

Het hotel lag loom in de hitte, voorbij de uitgestrekte wijnvelden van Capendu, even ten oosten van Carcassonne. Een logis de France, le Top du Roulier, genoemd na het lage karretje waarmee boeren over hun velden hobbelden en de bruiloften die ze vierden in de herberg aan de Avenue du Languedoc. De achterkant van het hotel is een arcade in een halve cirkel met ronde, witte bogen naar klassiek Spaans ontwerp.

Hier hoorden traag slepende elektrische gitaarklinken op te klinken, dreigend aanzwellend. De finale driesporenslag in de bergen was op komst, een Southern, een cyclistische versie van The Good, The Bad and The Ugly.

Luistert u liever de hele kroniek? Jeroen spreekt iedere aflevering in. De tekst loopt hieronder door.

Een overgang naar een andere scène, eerder op de dag, het Campanile Carcassonne, een krappe ruimte, ingericht volgens postmodern standaardmodel. Er was een soort volksoploop van cameraploegen, fotografen en journalisten ontstaan. Ze waren op het bijzondere tweetal afgekomen, verbonden onder één naam, SKY, maar de hemel wist of ze werkelijk wapenbroeders waren, of dat ze elkaar zouden aftroeven in de strijd om de hoogste buit en wie dan de slechterik was en wie de lelijkerd.

De ene, Geraint Thomas, ontkende dat er stalorders waren en wilde ook niet weten dat hij in zijn gele uitdossing als afleider diende voor de ander, Chris Froome, de man die al langer het onderwerp van lynchverhalen was. Froome straalde kracht en vastbeslotenheid uit. Hij zei dat het mogelijk woensdag ging gebeuren in de ultieme korte rit, waar ze de mooie jongen zouden testen. Het moest een dynamische strijd worden.

Onder hard metalen gitaartonen ging het terug naar le Top du Roulier, een voormalige stal in, de hooirekken nog aan de wit gepleisterde muren en zware balken aan het plafond waar een paar forse wagenwielen aan hingen. Het was wachten op een slanke hengst.

Dumoulin
Beeld: Jeroen Wielaert

De mooie jongen trad traag binnen en nam plaats aan een tafel met een bos microfoons voor zich, klaar om het spervuur van vragen kalm en gedecideerd te beantwoorden. Hij wist het nog niet allemaal zeker, Tom Dumoulin, maar hij had vertrouwen in eigen kracht.

Er was geen berg te bekennen, maar Dumoulin wist waar hij aanvallen kon verwachten: de Menté, of de Portillon op dag één, de Peyragudes, de Val-Louron-Azet en de Col du Portet op de ultra-nerveuze, korte dag twee en de klassieke Tourmalet op dag drie.

Het kon zijn dat Froome aan ging vallen, maar dat hij zelf betere benen had.

Vreesde hij geen hinderlaag van twee tegen een? Het was weird, zei hij. Ze konden iets doen, hij wist nog niet hoe hij zou reageren. Die twee vertoonden zich nu nog maar als schaduwen op de weg, fel belicht door de zon boven het dak van bergen.

Zo cool zat hij daar, zo makkelijk sprak hij, in goed Engels, als in Zen, or the Art of Bycicle-Maintenance. Verborg hij niet een grote spanning achter een façade van kalmte?

‘Oh zeker, natuurlijk ben ik nerveus,’ zei hij eerlijk, ‘ik zit het niet speciaal te verstoppen. Het wordt een nerveuze strijd, het is te hopen dat ik ermee om kan gaan.’

Ze hadden alle drie tekst genoeg, daags voor de strijd, hapklare quotes voor op het filmaffiche van de Pyreneeën. Intrigerender was wat ze niet zeiden over de pistolen en dolken die ze voor elkaar verstopt hielden.

Lees en luister hier alle Tourkronieken van Jeroen Wielaert.

Reageer op artikel:
Froome, Thomas en Dumoulin zijn de Good, Bad & Ugly van de Tour
Sluiten